Article
0 comment

We werden opgeladen op de trein in beestenwagens en Frankrijk in.

De vluchtelingen kregen in het begin van hun verblijf hun maaltijden in het klooster van Melle

De vluchtelingen kregen in het begin van hun verblijf hun maaltijden in het klooster van Melle (actuele foto van het gebouw)

Vanaf 1917 werd het gezin van mijn grootvader Camille overgeplaatst naar Melle in Frankrijk. Deze kleine stad ligt in het departement Deux-Sèvres, ter hoogte van La Rochelle of Limoges, zo’n 650 km van Wijtschate.
Het kostte me meer dan een jaar wachten, maar mijn geduld werd beloond: vorige week stak een grote bruine envelop in de brievenbus met de poststempel van Mairie de Melle, Deux-Sèvres met informatie over de Wijtschatenaren, over hun verblijf aldaar van 1917 tot 1920.
Met zeer veel dank aan het stadhuis van Melle voor het opzoekingswerk.

Camille beschreef hun vertrek als volgt in zijn vluchtverhaal:
Op zekeren dag moesten wij naar de Wayenburg, Belgische secteur. Daar opgeladen op de trein, beesten wagens en Frankrijk in, tot Rouen. Daar overgeplaatst geweest met autocamions van het Frans leger met als chauffeur een jong meisje, van de eene kant van Rouen naar de andere kant om aan te komen in een verhoogde bergplaats waar paarden hadden verbleven. Mijn zuster Hélène was terug uit Paris door tussenkomst van het leger, want niemand kon het front naderen zonder bijzonder toelating. Dan verder Frankrijk in met de trein, een voyage van vier dagen. Aangezien onze transport bestond uit beesten wagens, hadden wij geen voorgang op de spoorwegen. Dikwijls was er gestopt en vele vertraging, vandaar onze reis van vier dagen en nachten. Tijdens de dag reden wij met open geschoven deuren ten einde iets te zien van de streek. In iedere statie stond de Burgemeester een deel van de vluchtelingen op te wachten en er een deel in ontvangst te nemen. Op de treeplank van onze wagen stond geschreven in kalk in grote letters: Melle sur Belle, wat zulks wilde beduiden weten wij niet. Toen de trein stil hield in de statie van Celle (noot: Camille bedoelt dorp Celles-sur-Belle vlak bij Melle), bemerkten wij een jongeling die op het perron aan het wandelen was. Ik en mijn kozijn Omer, die met ons mee waren, hadden de jongeling in de gaten en zagen dat hij ons niet vreemd was. Daar de stilstand van korten duur was in iedere statie, spraken wij hem aan en vernamen dat hij van Wijtschate was, wij vroegen hem wat dat wilde zeggen “Melle sur Belle”. Hij antwoordde moeten gij daar naar toe, en wij moesten ontkennend antwoorden. Indien gij daar naar toe moet, hewel, ik ga naar huis, neem mijn velo en zal daar zo gauw zijn als de trein. Inderdaad, het was zo.

Camille woonde samen met zijn ouders en zussen ongeveer drie jaar in Melle. Zo woonden ze ruime tijd in de Rue Saint Jean (wat zou ik graag ook nog het huis terug vinden waar ze verbleven, wie weet):

Begin Rue St Jean - Melle

Begin Rue St Jean – Melle

Fin Rue St Jean Melle

Einde Rue St Jean – Melle

 

 

 

 

 

 

Camille werd als jonge knaap – hij was 15 jaar toen ze in Melle arriveerden – op verschillende boerderijen tewerkgesteld. Zijn vader werkte als entonneur (tonnen vuller). Het stadhuis van Melle stuurde onderstaande foto door van de fabriek waar Severin werkte. Het gebouw bestaat niet meer en op dezelfde plaats staat inmiddels een chemische fabriek. Ik begrijp uit de uitleg die ik heb ontvangen, dat Severin in een distillerie aan de slag was, waar (suiker)bieten werden verwerkt.

Distillerie Melle anno 1920, waar Severin Tiersen werkte

Distillerie Melle anno 1920, waar Severin Tiersen werkte

La tonnelerie te Melle

La tonnelerie te Melle

 

 

 

 

 

Zoë, de zus van Camille, overleed aan de Spaanse griep in 1920, bij haar ouders thuis in de Rue St. Jean te Melle.

Uittreksel uit de registers van Melle, overlijden Zoë Tiersen

Uittreksel uit de registers van Melle, overlijden Zoë Tiersen

Alhoewel de herdenkingsplaat op het graf van hun ouders in Wijtschate anders laat vermoeden, is het jonge meisje dus wel degelijk begraven in Melle en kreeg ze omwille van de verre afstand vermoedelijk nooit familie op bezoek aan haar graf. Ik ontving ook een bladzijde uit het register van Cimetière St.Pierre, maar het is niet duidelijk of het graf nog terug te vinden is.

Camille beschreef hun verblijf in Melle gedetailleerd met veel verhaaltjes over het werk dat hij deed, echter zoals in zijn hele vertelling wel met namen maar zonder adressen. Al een hele tijd een uitdaging voor mij om ter plaatse te gaan kijken. Melle is echter niet bij de deur, het was wachten op meer informatie. Die stap is bij deze genomen.
Het klooster waar ze aten, de boerderij waar Camille werkte, de lokale markt die hij beschrijft, het graf van Zoë? Ik zou die plaatsen graag in ‘het echt’ zien.
Het verhaal van Camille alsook mijn verhaal in de voetsporen van mijn grootvader, ver weg in Frankrijk: wordt dus vervolgd.
Maar eerst: sparen voor een reis naar Melle.

Article
0 comment

In De Vetten Os en ander Vlaams net over de grens

Stappen in de voetsporen van je grootvader. Allemaal goed en wel, maar hoe organiseer je dat in de praktijk? Vorige week testte ik een nieuw systeem uit. Het gaat als volgt: met de auto naar het eindpunt rijden, fiets aflossen, terugrijden naar het vertrekpunt van de etappe, te voet stappen tot het eindpunt, met de fiets terug naar vertrekplaats. Ingewikkeld? Het vraagt vooral tijd, maar heeft twee voordelen: ik moet geen beroep meer doen op iemand om me te brengen en terug te halen én fysiek is het haalbaarder om na bijvoorbeeld 8 km stappen met de fiets terug te keren dan nog eens evenveel kilometers te voet af te haspelen. Ik ben wel wat sportief maar tenslotte ook geen twintig meer.

Handige knooppuntenkaart

Handige knooppuntenkaart

Het is de vluchtroute van mijn grootvader Camille tijdens de Groote Oorlog, die ik stap. Eerder wandelde ik al van Wijtschate naar Dikkebusvijver, van Dikkebus naar de verdwenen herberg Den Ondank in Westouter, daarna een hele korte wandeling van Den Ondank naar herberg De Kroone in Westouter – ook al een niet meer bestaand café – en de vorige tocht bracht me van Westouter naar de Catsberg. In 1915, eerste jaarhelft, verbleef Camille in Noord-Frankrijk, tijd dus 100 jaar na deze feiten, voor een nieuwe etappe. Eindpunt was dit keer de boerderij in Steenvoorde, waar Camille met het gezin als vluchteling verbleef. Ik was eerder al op bezoek op die vierkanthoeve, bij Jeanne-Marie, maar had de weg er naar toe nog niet te voet afgelegd.

Uitstelgedrag
Normaal gezien beschrijf ik de etappe die ik heb gewandeld nog dezelfde week. Voor het eerst echter, kost het me moeite, want ik had een behoorlijk verlaten en onwennig gevoel tijdens de tocht. De etappe begon op de Catsberg met als eindbestemming dus Steenvoorde.

Muur abdij Catsberg richting Godewaersvelde

Muur abdij Catsberg richting Godewaersvelde

Het begon goed: ik daalde gezwind de helling af richting Godewaersvelde en volgde hierbij de hoge bakstenen muur van de abdij. De lentezon en het uitdagend voorjaarsgetjirp van de vogels, een prachtig panorama aan de andere kant van de weg, het zou een fijne wandeling worden. Waar de muur ophoudt, hoorde ik echter een storend geluid op de achtergrond, ik kon het niet toewijzen. Met de knooppuntenkaart in de hand, stapte ik aan een stevig tempo verder: ik wandel altijd ’s morgens vroeg en heel erg warm was het nog niet. Ik besloot de kortste weg te nemen, mijn grootvader – die op de vlucht was voor de oorlog – zal niet de tijd hebben gehad om de mooiste paden te nemen.

Op weg naar Steenvoorde

Op weg naar Steenvoorde

De stilte van Heuvelland gewoon
Het gebrom in de lucht zwol aan. Wat was dat toch? Ik ken Steenvoorde amper, we reden er al wel dikwijls voorbij met de auto. Plots wist ik het: de autoweg A25 dwarst Steenvoorde. Die autoweg maakt de verbinding tussen Duinkerke en Rijsel en zorgt er ongetwijfeld voor dat veel inwoners van Steenvoorde heel snel of vlot op het werk geraken. Maar wat een lawaaihinder wordt hierdoor veroorzaakt! Na het afdalen van de Catsberg, kom je terecht in een vrij vlak landschap, met weinig groen. Het lawaai strekt dan ook bijzonder ver. Desolate schoonheid was de term die bij me op kwam. Ik stapte Godewaersvelde binnen dat een Village patrimoine blijkt te 20150407_bord Godezijn, dit is een label gelijkaardig aan het Charmante dorp label in de Westhoek: http://www.frans-vlaanderen.be/village-patrimoine.
Het heeft inderdaad wel charme, het dorp. Een mooi marktplein, en bovenal: sporen van de tijd waarin het dorp behoorde tot Vlaanderen.

 

Potjesvlees bestellen in het Vlaams
Midden in het dorp kwam ik voorbij het eerste element dat me er op wees dat ik aan het stappen was door Frans-Vlaanderen:

Hoe zou men dit uitspreken als men franstalig is?

Hoe zou men dit uitspreken als men Franstalig is?

'potje vlisj' uitgesproken?

‘potje vlisj’?

een echte Vlaamsche beenhouwerie, met de klinkende naam In de Vetten Os. Gesloten weliswaar en niet omwille van de sluitingsdag. Iets verder kon ik helemaal niet meer om de Vlaamse roots van de streek heen. Een uitdagend bord in de vorm van een wapenschild vraagt om een gesprek: Hier spreekt men Vlaams. Zou ik aanbellen en de proef op de som nemen? Zo’n durver ben ik ook weer niet, dus het blijft bij deze foto:

Godewaersvelde, een minimale kennis van het Vlaams is al nodig om je eigen dorpsnaam te kunnen uitspreken.

Godewaersvelde, een minimale kennis van het Vlaams is al nodig om je eigen dorpsnaam te kunnen uitspreken.

Buiten de dorpskom van Godewaersvelde, overviel me een verlaten gevoel. Net goed, dacht ik: je wil perse de weg stappen die je grootvader als vluchteling voor de Groote Oorlog aflegde, zo voel je toch een heel (maar dan ook héél) klein beetje hoe het moet zijn geweest. Er was wat ochtendmist – of was het smog van de A25 – aan het sluimeren over de akkers en ik zag niet eens de kerk van Steenvoorde. De knooppuntenkaart had ik al lang weggeborgen, het netwerk op de kaart die ik heb, houdt op in Godewaersvelde.

Even het noorden kwijt

Even het noorden kwijt

Voor het vervolg van de weg had ik wel een print screen mee van het wegennet rond Steenvoorde en omgeving, zo onvoorbereid ga ik nu ook alweer niet op weg. Maar als je aan een kruispunt geen straatnaambordjes vindt, is het even gokken. Ik koos gelukkig de juiste richting (en reed eerlijk gezegd verkeerd bij het terugkeren met de fiets). Het probleem was dat ik over die A25 moest geraken. 20150407_TegelstraeteNiet elke landelijke weg laat dit toe. Ik kwam voorbij het Bois des religieuses – geen idee waarom dit bosje zo noemt – en zag wat verder opnieuw sporen van de Vlaamse periode. De TegelStraete.


Bij Jeanne-Marie
De boerderij waar Camille samen met zijn ouders een aantal weken verbleef in 1915, doemde op in de verte. Jeanne-Marie, huidige bewoonster van de boerderij, wachtte me op. Een paar uur voordien had ik in haar voorplekke mijn fiets geparkeerd. Jeanne-Marie – bijna negentig jaar – heeft de winter goed doorstaan. Ze heeft wat koud gehad vertelde ze, maar ze is niet ziek geweest, geen enkele keer. Enkel wat artritis. Van op de ‘stikn’ te werken, verklaarde ze me. Ze heeft pijn in haar rug, vertelt ze, maar ze buigt ondertussen als een knipmes om de kit kolen op te nemen waarmee ze de kachel aanvult.
Ze spreekt Frans uiteraard, maar doorspekt met Vlaams dialect. Ze spreekt ook van ‘le boer’ in plaats van het effectieve Franse woord voor boer te gebruiken. Nog een rasechte Frans-Vlaamse. Ik legde haar uit welke weg ik had gevolgd van de Catsberg naar Steenvoorde aan de hand van de foto’s op mijn smartphone. Bepaalde plaatsen herkent ze, maar de meeste niet, zelfs niet dichtbij haar woonst. Ik ben niet geboren en niet opgegroeid in Steenvoorde, vertelt ze, ik ben getrouwd en heb heel mijn leven hard gewerkt op de boerderij. Ver is ze nooit geweest, ze had zelfs geen fiets en een auto heeft haar echtgenoot nooit gewild. Ze lijkt dit allemaal niet erg te vinden, en is – voor zover ik haar ken – heel gelukkig in haar vrijheid op de boerderij. Ze is niet van plan ooit naar een bejaardentehuis te gaan. Bij het naar buiten gaan valt de pijl in het hoefijzer bij de deur me op, alsof de maker het symbool heeft willen benadrukken: hier moet je geluk brengen. Bijna negentig jaar en een hele winter niet ziek zijn, als dat geen geluk betekent?

20150407_hoefijzer

 

 

Article
1 comment

De laatste weken van een Belgische brancardier

Merkem
Als je de website van het dorp opent http://www.merkem.be/, word je meteen geconfronteerd met een zwart wit foto uit 1917. Het dorp was in dat oorlogsjaar al herschapen in een landschap, waar je zelfs tijdens een ongevaarlijke nachtmerrie niet wil in rondzwerven.

Brancardier, 13e Linie, 11e Cie

Marcel Tiersen, Brancardier, 13e Linie, 11e Cie

Mijn grootoom Marcel, Belgische brancardier tijdens WOI, was gedurende meerdere maanden in die omgeving ‘aan het werk’. Zijn sterfdatum is onlosmakelijk verbonden met het dorp, want hij stierf op 17 april 1918, de datum die gekend staat als de Slag om Merkem.
Hoog tijd dus in deze herdenkingsperiode, om Merkem beter te leren kennen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Onderweg langs Vlaamse velden, in de voetsporen van een Belgische brancardier

Met een klein, maar zeer geïnteresseerd groepje, gingen we vorig weekend op stap met Miguel Bouttry van Rent a guide, die voor ons een gepersonaliseerde tocht uitwerkte, op basis van hetgene we weten over Marcel.
Marcel werd 18 jaar in 1916. Dit zal niet uitbundig zijn gevierd, want 18 jaar worden in oorlogstijd betekende opgeroepen worden tot het leger. Marcel woonde op dat ogenblik samen met zijn ouders, broer Camille en twee van zijn zusjes in Westouter, in een zelfgemaakte vluchtelingenbarak. Hij was net voor de oorlog afgestudeerd als onderwijzer, of hij was student onderwijzer, dat weten we niet precies. In ieder geval werd hij ingelijfd als brancardier bij de 13de Linie, 11e Cie van het Belgische leger. Over deze compagnie van de 13de Linie is niet zoveel terug te vinden, toch niet over die laatste maanden dienst van Marcel, ofwel heb ik nog niet grondig genoeg gezocht. Ze waren in ieder geval onder andere in Ramskapelle gelegerd, maar onze tocht stond in het teken van 1918, Marcel in sector Merkem – Langemark.

St. Bavo kerk Merkem

St. Bavo kerk Merkem

Niemandswater
Het werd al snel duidelijk tijdens de uitleg door Miguel, dat Merkem het zwaar te verduren kreeg tijdens de Groote Oorlog. Het dorp ligt dicht bij de IJzer en de Martjevaart vormt één van de grenzen van de gemeente. Het verhaal van de onderwaterzetting door de Belgen was dus nooit ver af. Niemandswater wordt wel eens als term gebruikt, weet Miguel ons te vertellen, voor het gebied tussen Merkem en Noordschote dat tijdens de Eerste Wereldoorlog onder water werd gezet.
In oktober 1914 werd al hevig om het dorp gevochten en in december van datzelfde jaar werden de laatste inwoners weggevoerd naar Torhout. Wie kon stappen, was al lang weg. De overgebleven bewoners waren de niet mobiele bejaarden en tien kloosterzusters. Het front stabiliseerde in 1915 en Merkem werd een zogenaamde rustsector, een sector zonder zware aanvallen.
Tot in 1917. Vanaf dan werd het een gevechtssector tot het einde van de oorlog.

Juli 1917
De Fransen namen sector Merkem opnieuw over van de Belgen. De Slag om Passendale was immers begonnen waarbij op dat moment uiteraard niemand wist dat de derde Slag bij Ieper in Passendale zou stranden. De bezette Vlaamse kust bereiken was het echte doel van deze grootschalige aanval, die door de Britten en de Fransen werd gelanceerd. Er waren plannen om het Belgische leger later te laten deelnemen, eens de geallieerden voorbij de lijn Diksmuide-Klerken-Bos van Houthulst zouden geraken. Deze doorbraak kwam er echter niet en zo werd het Belgische leger gespaard bij deze slag die onvoorstelbaar veel levens kostte.
Merkem kreeg in die periode een regen van naar men schat 2.000.000 granaten over zich heen, onnodig uit te leggen dat deze situatie voor elke militair, langs welke zijde ook, onmenselijk zwaar zal zijn geweest.
In de winter van 1917 – 1918, de laatste winter van Marcel, vielen de Duitsers de Belgische voorposten bij Merkem geregeld aan. Er kwam opnieuw beweging aan het front, dit maal van Duitse kant, de Duitsers die zich ten volle concentreerden op het Westelijke front na de Oktoberrevolutie in Rusland en de daaropvolgende vrede tussen beide landen. Nog zowat een paar miljoen granaten omwoelden Merkem en de dorpen erom heen.

Ferme Jesuïtengoed in WOI - uiteraard is dit niet hetzelfde gebouw

Locatie Ferme Jesuïtengoed tijdens WOI – uiteraard is dit niet hetzelfde gebouw

Het was nog niet gedaan. 17 april 1918.
Er was een Duits (niet geslaagd) offensief geweest eind maart, begin april bij Amiens (FR), gevolgd door een aanval bij Ieper. Op 17 april vond een grote aanval plaats bij Merkem, gericht tegen de Belgen. In diezelfde periode was ten zuiden van Ieper de Slag om de Kemmelberg (noot: die plaats vond op 25 april 1918) in voorbereiding, dicht bij de plaats dus waar de rest van het gezin van Marcel op dat moment nog altijd verbleef, de vluchtelingenbarak in Westouter.  De Duitsers wilden op die manier Ieper langs noordelijke en zuidelijke kant tegelijk aanvallen om zo uiteindelijk bij de Franse kust te geraken.

De Slag om Merkem

Locatie Post Aschhoop

Locatie Post Aschhoop

Miguel nam ons mee langs de locatie van Ferme Jesuïtengoed en Post Aschhoop. De Belgen verscholen zich onder andere op deze plaatsen, sinds november 1917. Tijdens de Slag om Merkem, 17 april 1918, werd om en bij die locaties hevig gevochten. De Duitsers namen deze plaatsen in maar later op de dag heroverden de Belgen diezelfde posten opnieuw. Miguel wijst ons op een vlag, midden in de velden. De vlag duidt de plek aan van de restanten van een Duitse bunker. Het is de Epernon bunker (noot: de bunker ligt op privé grond). De bunker lag dicht bij hoeve Epernon. Deze boerderij was geen eigendom van een familie Epernon, zoals je zou kunnen denken, neen: Epernon is een gemeente niet zo ver van Versailles en de boerderij kreeg deze naam door de Fransen toegewezen. Het was een algemeen verbreide gewoonte van de Fransen en de Britten om lokale plaatsen een naam toe te kennen die verwees naar een plaats uit hun eigen regio of geschiedenis.

Een restant van een Duitse bunker midden in de velden, toont aan waar de Duitse lijn zich bevond

Een restant van de Duitse ‘Epernon’ bunker in de velden te Merkem, toont aan waar de Duitse lijn bij post Aschhoop zich bevond

Het is vreemd te horen vertellen dat de Slag om Merkem een overwinning was van het Belgische leger, als je eigen grootoom daarbij om het leven kwam. Voor het Belgische leger was deze overwinning echter een grote morele opsteker, na zovele jaren een verdedigende positie te hebben ingenomen.
Marcel bevond zich die 17de april echter niet in Merkem zelf, maar in Langemark. De Slag om Merkem beperkte zich niet tot het grondgebied van die ene gemeente, maar strekte zich verder uit. We reden dan ook richting Langemark.

Duitse bunker Beekstraat Langemark

Duitse bunker Beekstraat Langemark

In de Beekstraat, even ten noorden van de Duitse begraafplaats te Langemark, bevindt zich een Duitse bunker uit de 2de linie. Een ander type bunker dan de ‘prefab’ bunkers die je in de Duitse begraafplaats wat verderop aantreft, die deel uitmaakten van de eerste Duitse linie.
Als je van bij die bunker in de Beekstraat in de richting van de dorpskern van Langemark kijkt, zie je een lichte helling. Zoals op zoveel plaatsen langs de frontlijn in de Westhoek, merk je maar al te goed hoe een miniem hoogteverschil aan één van beide partijen voordeel kon bieden. De beek in de Beekstraat zal overigens ook zijn rol hebben gespeeld. We reden verder tot bij het station van Langemark.

Eindstatie Langemark

Station Langemark - voor WOI kwam hier spoor Ieper - Torhout langs

Station Langemark – voor WOI kwam hier het treinverkeer Ieper – Torhout langs

Langemark is al heel vroeg in 1914 door de Duitsers bezet geworden. Het verhaal van de Studentenschlacht past niet in het verhaal dat ik vandaag breng. De gevechten waaraan tal van jonge Duitse onervaren studenten deelnamen, vonden trouwens niet in Langemark zelf plaats, maar wat verder weg (Miguel toont ons wat later de echte locatie van die veldslag, ergens tussen Bikschote en Noordschote).
Ons verhaal gaat over april 1918, toen een aantal eenheden van het Belgische leger dicht bij Langemark waren gelegerd. Marcel, mijn grootoom brancardier, was er aan het werk. Dit ontdekte ik een aantal maanden terug via de onuitgegeven biografie van chirurg Louis Ronse. Hij schreef het volgende:
“Vooral toen wij in Langemark zaten had ieder van ons de handen vol. Men vocht om de Kemmelberg. De Duitsers hadden een verwoed offensief ingezet en wij zaten benepen in een hoek bij het station van Langemark. Wij waren er gekomen op zaterdag 13 april en bezetten de molen, in oorlogstaal genaamd “Springfarm”.
Op 17 april 1918 had een verwoede aanval plaats op onze posten. Wij beleefden schrikkelijke momenten en mijn makker brancardier Marcel Tiersen werd nevens mij doodgeschoten, een bal door het hoofd. Wij voelden ons woest en ellendig doch bleven steeds bereid onze gekwetste makkers uit hun netelige toestand te redden. Hoeveel gekwetsten en doden wij tot bij de hulppost droegen of sleepten weten wij niet. De hulppost lag achter de Steenbeek en ik zie nog voor mijn ogen onze brave aalmoezenier, monsieur l’abbé Française, gebogen over de stervenden en ik hoor hem nog zeggen:”Non ce n’est pas permis!”. De dokters werkten slag om slinger om te helpen zoveel er te helpen viel.”
De biografie is te lezen op http://www.vuurwacht.be/exclusief/.

Steenbeek en Belgomilk

Marcel, de Belgische brancardier, droeg van uit deze velden wellicht honderden slachtoffers naar de hulppost, tot hij zelf zwaar gewond werd en heel snel overleed.

Peter_Steenbeekmolen

Heel dicht bij de plaats waar de brancardier gewond werd

We zijn dus bij het eindstation van Marcel aanbeland, eindstatie Langemark. Miguel heeft voor ons opgezocht waar de hulppost mogelijk kan zijn geweest. In deze velden, dicht bij de Steenbeek, niet ver van het station van Langemark, zal Marcel tijdens zijn laatste levensdagen zijn werk als brancardier hebben uitgevoerd. De exacte locatie van de Steenbeekmolen waar de hulppost lag – Springfarm genoemd door de Britten – is niet meer te duiden in het landschap. Misschien vind ik de precies locatie later nog terug, wie weet, dat is dan weer stof voor een nieuw blogbericht.
Dit is een heel confronterende plaats tijdens onze tocht.
Maar onze rondrit was nog niet ten einde. Gewonden – ook een gewonde brancardier – werden van het slagveld afgevoerd en via een evacuatieroute weg van het front gebracht. De verwonding van Marcel was bijzonder ernstig, een kogel in het hoofd. Op het overlijdensverslag van het leger, Certificat de décès, staat:
‘Est décédé pendant son transfert du poste de sécours à l’hôpital militaire de Beveren’.

Evacuatieroute
We rijden weg uit Langemark, richting Zuidschote, waar een Belgische eerstehulppost was gevestigd. Verder nog langs Abelenhof in Reninge, waar een chirurgische post was geïnstalleerd, zie Inventaris onroerend erfgoed – Abelenhof.
Uiteindelijk stoppen we – de rit heeft toch wel een vijfentwintig minuten geduurd en dit aan een rustig tempo langs de landelijke wegen – bij het vroegere rustoord De Klep. Dit rustoord werd tijdens de Eerste Wereldoorlog ingericht als Belgian Field Hospital, meer lezen: http://www.oorlogserfgoedalveringem.be/nl/hoogstade/militair-hospitaal-clep.html.
Miguel wijst ons op de inderdaad lange afstand die gewonden moesten afleggen tot wat toch enigszins als een ziekenhuis kon worden aanzien. En dat om te beginnen door middel van een draagberrie, daarna met wagens of karren, zonder enig comfort, of per spoor. Marcel heeft het hospitaal van Beveren niet levend gehaald. Eind 1916 werd in Beveren aan de IJzer een militair hospitaal gebouwd met een 25-tal barakken (toch behoorlijk groot: ongeveer 30 op 5m). Daar is niets meer van te zien.

Belgische begraafplaats West-Vleteren

Ingrid, Peter en Jurgen Tiersen bij het graf van grootoom brancardier Marcel Tiersen

Ingrid, Peter en Jurgen Tiersen bij het graf van grootoom brancardier Marcel Tiersen

Onze namiddag In de voetsporen van Marcel de brancardier zit er op. We eindigen heel logisch bij het graf van Marcel, helemaal achterin de begraafplaats van West-Vleteren. We zijn met zijn allen stil geworden door het verhaal. Het was en is echter bijzonder boeiend, de eigen familiegeschiedenis te kunnen situeren in de algemene Groote Oorlog geschiedenis.

Peter_Elke

En de volgende generatie wordt stilaan ook ondergedompeld in de familiegeschiedenis.

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

Article
1 comment

Een ruggegraat uit klei

In 1902 werd op dezelfde dag als vandaag – 26 februari – Camille geboren. Hij woonde in de Westhoek en was het vierde kind toen in het gezin, later volgde nog een zusje. Toen ik in de sixties als eerste kleinkind op de wereld kwam, had mijn opa Camille al twee Wereldoorlogen en een Koude Oorlog gekend. Qua levenservaring kan dat tellen.
Toch was hij niet gekraakt door het leven.
Hij was niet alleen mijn grootvader, maar ook mijn peter. Onlangs las ik over het project van ComingWorldRememberMe en een idee borrelde bij me op.
Dit project is als volgt: tijdens de periode 2014-2018 kunnen mensen van alle nationaliteiten beeldjes makendeel van CWRM in Kazematten te Ieper uit klei. Eén beeldje voor iedere gesneuvelde op Belgische bodem. Alle beeldjes zullen in 2018 samen deel uitmaken van de grote land art installatie (kunstwerk in de natuur) CWRM, die in de Palingbeek zal worden geplaatst. Wie zo’n beeldje maakt, wordt peter of meter van één van de ongeveer 600.000 personen van de Namenlijst, de lijst met slachtoffers van de oorlog in België.
Wie deze blog volgt, weet dat Marcel, de broer van Camille, in de Namenlijst is opgenomen want hij was brancardier-soldaat in WOI en sneuvelde jammer genoeg.
Alle info over het project vind je hier: ComingWorldRememberMe.

De geboortedag van Camille naderde en ik wilde iets doen om hem te herdenken.
Gisteren ben ik naar CWRM in Ieper geweest – gevestigd in de Kazematten – waar ik drie beeldjes heb gemaakt. Ik kon dus meter worden van drie namen uit de Namenlijst.
Ik heb de beeldjes echter niet uit eigen naam gemaakt. Camille, zijn vader Severin en zijn moeder Léonie, zijn nu officieel peter of meter van iemand uit de Namenlijst. In 2018 zal een onschuldige hand (waarschijnlijk eerder met hulp van computer software :-)) de peters en meters linken aan een willekeurige naam uit de namenlijst, ongeacht de nationaliteit. Héél benieuwd wie dat wordt. En nog méér benieuwd wie peter of meter zal worden van Marcel, mijn grootoom brancardier.

Voorbereidende uitleg door medewerker CWRMHet maken van de beeldjes is leuk en niet moeilijk. Eerst krijg je uitleg van een medewerker die effectief een beeldje maakt. Elk beeld heeft dezelfde vorm en stelt een persoon voor, die voorover gebogen op de knieën zit, in een beschermende houding zoals een foetus. Belangrijk is de ruggegraat op het beeldje, die symbool staat voor de sterkte van de mens.

De grondstof is een mengeling van Belgische en Duitse kleiDe grondstof is een mengeling van Belgische en Duitse klei.
Allereerst geef je wat vorm aan de ruwe blok klei, vervolgens pers je de klei in een gietijzeren vorm waarna je het model van het beeld al herkent. Je stempelt het beeld met het logo van ComingWorldRememberMe en je holt het uit. Dit laatste vraagt toch enige spierkracht…
20150225_CWXRM beeldje ruwe vorm zonder ruggegraatDan is het tijd voor de persoonlijke toets aan het beeld: het maken van de ruggegraat. Die staat ook symbool voor de veerkracht van de mens. Bij mijn beeldjes voor de veerkracht van opa Camille.

20150225_CWXRM beeldje ruggegraat makenDiezelfde namiddag was ook een groepje tieners beeldjes aan het maken. Het was het verjaardagsfeestje van één van hen, een workshop maakte deel uit van de namiddag met een groep vriendjes of klasgenoten. Twaalf jaar was de jarige, en ik vertelde hen dat mijn opa Camille twaalf jaar was toen de oorlog begon.  Ze maakten de beeldjes in alle sereniteit maar met veel enthousiasme. Wat later hoorde ik dat ze spontaan fictieve namen gaven aan hun beeldjes. Ze hebben de boodschap goed begrepen.

Resultaat van een uurtje met klei werken (een primeur voor mij): drie beeldjes, waarvan Camille en zijn ouders peter en meter zijn: Deze beeldjes worden in 2018 aan een persoon uit de Namenlijst gelinkt.Beste blog-lezer: je kan nog tot voorjaar 2018 peter of meter worden van iemand uit de Namenlijst. Misschien wordt iemand van jullie wel peter of meter van mijn grootoom Marcel, wie weet. Doen!

 

 

 

 

Article
0 comment

Ad multos annos

Ik heb geen Latijn gestudeerd, maar deze woorden begrijp ik wel. Vooral in de context van de tekst waarin het geschreven staat. ‘Nog vele jaren’, dit wenste de burgemeester van Wijtschate toe aan ‘garde’ Camille bij zijn pensionering.
Hoe ik dat weet? Niet omdat het een logisch, traditionele wens is, wel omdat ik van de familie Dheere uit Wijtschate een kopie van de toespraak heb gekregen die de toenmalige burgemeester Julien Dheere uitsprak in 1964, toen Camille definitief zijn uniform van veldwachter aan de kapstop hing. Letterlijk: het uniform bevond zich nog decennia lang in plastiek folie ingepakt in de hoge kleerkast van de ‘beste slaapkamer’, steeds op dezelfde plaats, helemaal links. Kijken mocht, aanraken niet.
Het uniform als laatste getuige van een lange loopbaan.
Dank aan Florent Dheere voor het opdiepen van de toespraak die door zijn oom-burgemeester werd geschreven! De toespraak werd gemaakt, lang voor de PC werd uitgevonden en dit velletje is de ‘doorslag’ – de kopie dus – getypt op een typmachine met zwart/rood lint. Twee vellen papier met tussen beide een carbon papier werden op de rol van de typmachine gedraaid. Zwart voor het origineel, rood voor de kopie:

Toespraak door burgemeester Dheere bij pensionering Camille Tiersen - 1964

Toespraak door burgemeester Julien Dheere bij pensionering Camille Tiersen – 1964

 

Article
0 comment

Winterslaap

Men zegt dat je in de winter evenveel moet bewegen als in andere seizoenen. Ik slaag daar voorlopig niet in. Te nat, te koud, te winderig, elk excuus is goed om thuis te blijven, om te cocoonen.
Wel de ideale periode om in oude documenten te snuffelen met als resultaat een aanvulling op de blog: Het gezin van Camille. Lectuur over de garde van Wijtschate, Severin, en zijn tien jaar jongere vrouw Léonie. Misschien een stukje lectuur voor een winteravond wanneer je geen zin hebt om buiten te gaan, wegens te nat, te koud of te winderig.

 

Article
0 comment

De Ganzepoot

Vandaag Bezoekerscentrum Westfront in Nieuwpoort bezocht, bij het  sluizencomplex ‘de Ganzepoot’, dat een belangrijke rol speelde in WOI. Onze kerstboom en co zijn ingepakt en naar een hogere verdieping verbannen. Ik ben dus stilaan aan het afkicken van de Kerst-en Nieuwjaarsperiode en klaar voor nieuw opzoekingswerk.
Mevrouw Jeanne Leniere stuurde me een tijd terug foto’s van Eli en Noëmie (mooie naam, vind ik nog altijd) die herberg Den Ondank open hielden in Westouter, toen Camille er in 1914 binnen stapte. Benieuwd welke informatie ik in 2015 zal kunnen verzamelen.

Eli Bouwet en Noëmi Lucie Kouckuyt, uitbaters café Den Ondank Westouter, in 1914

Eli Bouwet en Noëmi Lucie Kouckuyt, uitbaters café Den Ondank Westouter, in 1914

Article
2 comments

De Nieuwjaarsbrief

De Nieuwjaarsbrief, 1969

Nieuwjaarsbrief, model 1969

Het is een Vlaamse traditie, de Nieuwjaarsbrief. Laat in de herfst was er allereerst het kiezen. De diverse modellen met hun respectievelijke prijzen werden voorgelegd op school en thuis besproken. En dan, in de laatste weken voor Nieuwjaar kwam hét plechtig moment: het schrijven zelf op school in klasverband. Een aantal uren van zichzelf bewijzen voor wie al vlot kon schrijven, een moment van zwoegen en zweten voor de minder vlotte schrijvers. Aan het aantal Nieuwjaarsbrieven bij je medeleerlingen kon je weten van wie de grootouders nog leefden, alsook de meter en de peter. Op zijn minst werd er één Nieuwjaarsbrief neergepend – wie er slechts één had dat vonden we triest – voor de ouders of moeder of vader. De leerkracht sprak de klas streng toe want het schrijven diende onmiddellijk foutloos te gebeuren. Herbeginnen was geen optie want je had het gewenste aantal Nieuwjaasbrieven op voorhand doorgegeven, soms wel met een reserve exemplaar, maar niet elke brief kon je herbeginnen. Stilte in de klas, er werd een nieuwe vulling in de pen gestopt, en wie de brief zonder fouten of vlekken afwerkte, slaakte een zucht.
Op Nieuwjaarsdag gingen we op bezoek bij Peter en Meter, alsook bij de grootouders. De brief werd bovengehaald. Het was voor velen stresserend, een soort optreden bij de eigen familie, een soort test of je wel in staat was een tekst behoorlijk voor te lezen. Hoe dan ook, de brief werd beloond met een geschenkje: meestal geld – je peter of meter stak je zijn of haar gesloten vuist toe en stopte een propje geld in je kleine kinderhand – of je kreeg een pakje. Liefste peter, liefste meter, hoe meer dat je geeft, hoe beter was het rijmpje dat de ronde deed maar dat niemand bij peter of meter zelf durfde uitspreken.
Ik wens de lezers van Mijngrooteoorlog veel geluk en rijke zegen en ik probeer om flink te zijn en in 2015 nog heel wat uit te zoeken over het vluchtverhaal van opa alsook peter Camille.

Nieuwjaarsbrief 1969, eerste leerjaar, Wijtschate

Nieuwjaarsbrief 1969, eerste leerjaar, Wijtschate

 

Article
0 comment

Het verhaal van de schoenen en de paardengeleider

Steenvoorde – start van het boerenleven

Begin december 1914 trekt het gezin te voet weg uit Westouter. Camille beschrijft de weg die ze volgden: via de Boeschepestraat over de Boeschepeberg naar de Catsberg, vervolgens naar Godewaersvelde om aan te landen aan de kerk van Steenvoorde. Eglise Saint-Pierre SteenvoordeDe vluchtelingen werden verzocht te overnachten in de kerk, maar Severin – de vader van Camille – ging op zoek naar een betere slaapplaats en ze brachten de nacht door in café De Zon. Waar dit café met zo’n Vlaamse naam zich bevond, heb ik (nog) niet kunnen lokaliseren. ’s Anderendaags waren de andere vluchtelingen al vertrokken uit de kerk. Het was zondag en Léonie – moeder van Camille – ging naar de hoogmis, waar ze een boerin ontmoette die ze nog kende van vroeger. De boerin die toen in Steenvoorde woonde, bood hen een woonplaats aan omdat haar man bij het leger was en ze hulp kon gebruiken. Camille schreef weinig namen op van de mensen waarbij ze verbleven maar om een onbekende reden herinnerde hij zich wel de naam van deze boer. De straatnaam wist hij ook nog. Zou die boerderij WOI hebben doorstaan? Ik kreeg spoedig antwoord op mijn vragen aan en van het stadhuis van Steenvoorde: jawel, de boerderij bestaat nog, en is zelfs nog steeds in handen van dezelfde familie! Camille vertelde het zo:

Uit het vluchtverhaal van Camille Tiersen

Uit het vluchtverhaal van Camille Tiersen

Boerderij Steenvoorde

Boerderij Steenvoorde

December 1914 – bezoek boerderij Steenvoorde
Het deed heel vreemd om een erf op te rijden, wetend dat mijn grootvader er als twaalfjarige heeft verbleven. Ik zag dadelijk dat de boerderij de tand des tijds heeft doorstaan. Of anders geformuleerd: dat er weinig of geen verbouwingen aan de vierkantshoeve zijn uitgevoerd, of toch niet bijster veel sinds de groote oorlog. De bewoonster opent de deur na mijn geklop en luistert verbaasd naar mijn verhaal. Dat een Belgische op zoek gaat naar het WOI verleden van haar grootvader, dat kan ze niet vatten. Het is allemaal zo lang geleden. Jeanne-Marie, bijna negentig jaar, heeft de Tweede Wereldoorlog mee gemaakt, en kan daar veel meer over vertellen. Ze nodigt me uit in de woonkamer, waar ik op mijn beurt verbaasd om me heen kijk: hier staat de tijd echt stil, en ik zie in gedachten Camille in de kamer rondwandelen. Kachel boerderij SteenvoordeMisschien een beetje veel fantasie want wie weet mochten de vluchtelingen zelfs niet in huis komen.
Jeanne-Marie is een spraakwaterval. Bij mijn eerste bezoek blijf ik twee uur aan haar tafel geplakt en vertelt ze me zo goed als haar hele leven. Wat een vrouw! Bijna negentig jaar en zo graag vertellen. Hier en daar begrijp ik een woord of een zinsnede niet – tenslotte gaat dit hele bezoek in het Frans door – maar ik ben wel mee in het verhaal. Ze is opgegroeid in Halluin (FR) bij Menen en ging als jong meisje met de tram naar Kortrijk, om te dansen in de Palace. Ze herinnert zich zeker nog dat haar schoonouders vertelden over vluchtelingen op de boerderij. Maar dat was voor haar tijd: zij kwam pas na de Tweede Wereldoorlog op de boerderij in Steenvoorde wonen, toen ze huwde met de zoon. Boerin Fernande, waarbij Camille en het gezin tijdens de oorlog logeerden, bleef haar hele leven mee-wonen en werken op het hof. De boer, die soldaat was in de groote oorlog en later schoonvader van Jeanne-Marie, kwam na de oorlog gezond en wel terug naar Steenvoorde, boerde verder en overleed een aantal jaren eerder dan zijn echtgenote.
Ik neem afscheid en beloof Jeanne-Marie haar nog eens te bezoeken, wat ik effectief deed.
Jeanne-Marie is blij me te zien. Ze is opnieuw oprecht verwonderd dat ik het nog altijd volhou, mijn zoektocht naar het verleden. Ik voel me al wat meer thuis op de boerderij, en durf haar al eens te onderbreken met als doel misschien toch een herinnering bij haar los te weken die een connectie maakt met de vluchtelingen die zij nooit heeft ontmoet. En het lukt! Op mijn vraag waar ze denkt dat de vluchtelingen zouden hebben overnacht op het hof, twijfelt ze niet lang. Ze vertelt over de grote zolder, met slechts één afgescheiden ruimte: de kamer van de paardengeleider.
Dat ze het over de paardengeleider heeft, kan toeval zijn, maar toeval of niet: ik heb mijn link met het verblijf van Camille want hij schreef een uitgebreid verhaal over de paardengeleider op de boerderij! Je kan het hier lezen:
Camille boerderij Steenvoorde 2Camille boerderij Steenvoorde 3Door het ‘onverschil’ van mijn overgrootvader met de paardengeleider, kan ik opnieuw op zoek, en dit naar hun volgende verblijfplaats…
Jeanne-Marie wil nog niet op de foto, later misschien. Ze laat zich niet graag fotograferen. Haar huiskat mag wel op de foto, maar laat zich net als haar bazinnetje moeilijk strikken. Uiteindelijk zit het diertje twee seconden stil en heb ik mijn foto van de mooie beige-zwart gestreepte kat.

Franstalige kat

Franstalige kat

 

 

Article
0 comment

Dans les champs de Flandres-

Vierde etappe vlucht Camille ~ over de grens: van Westouter naar Steenvoorde

Uit het vluchtverslag van Camille Tiersen

Uit het vluchtverslag van Camille Tiersen

Het is december 2014 en ik heb een dilemma: Camille schrijft in zijn vluchtverslag dat hij in 1915 het Heilig Vormsel kreeg in Westouter, maar hij vermeldt niet in welke maand. Vervolgens schrijft hij dat de vluchtelingen in Westouter bevel kregen om verder te trekken. Is dit qua tijdslijn correct?
Er is namelijk ook nog dat stuk papier dat ik heb geërfd, op het eerste zicht een gewoon kladpapier, waarvan je verwonderd kan zijn dat het generatie na generatie bij de familiedocumenten bewaard is gebleven. Op dat stuk papier heeft Camille in potlood de chronologische volgorde van hun vluchtroute genoteerd, zonder veel detail. Volgens dat document zou het gezin van Camille eind 1914 verder getrokken zijn over de grens tot in Steenvoorde, om later terug te keren naar Westouter. Omdat Camille deze notities veel vroeger in zijn leven neerkrabbelde dan zijn vluchtverhaal, hecht ik er veel belang en juistheid aan. Hij vernoemt zelfs de familienaam van een boer in Steenvoorde waar ze verbleven, met de straatnaam er bij! Het ultieme bewijs dat hij dit neerpende toen hij nog meer details uit zijn geheugen kon putten. December 2014 is dus het moment om de volgende etappe te stappen. Het kan de foute maand zijn waarin ik de etappe stap. Maar ze stapten die route elk geval. Van Westouter naar Steenvoorde, een 16 tal km!

De buren dichter dan gedacht
Ik start dus in Westouter en neem de Boeschepestraat. In november deed ik al een poging de route met de auto te rijden. Ik reed toen hopeloos verkeerd door de dikke mist want me oriënteren op de bergen was geen optie die dag. Te voet ben ik beter gewapend: ik heb de wandelknooppuntenkaart mee, met de opeenvolgende te volgen nummers netjes op een papiertje genoteerd én vooral: er is geen mist.
December en nog vruchtbare akkersNet buiten het dorp zie ik aan de linkerkant nog gewassen op de akkers, die ik tot mijn spijt niet herken, ik ben dan toch minder de plattelandsbewoner dan ik dacht te zijn.
De Zwarteberg schemert in de verte aan de horizon.  Ik heb me al dikwijls afgevraagd welke weg vluchtelingen volgden: waren ze ingelicht over de te volgen route? Stapten ze zoveel mogelijk rechtdoor? Ik neem aan dat de bergen in deze fase een rol hebben gespeeld. Ze zijn prominent aanwezig in het mooie landschap rondom mij. Ik ga dus zoveel mogelijk rechtdoor, in de richting  van de hoogst zichtbare berg, de Catsberg, en ploeter via onverharde, modderige veldwegels verder weg richting Frankrijk. Het verhaal van Camille zal me een paar Als wandelaar de ruiterroute volgen is niet altijd een goed ideewandelschoenen kosten, zoals je hiernaast kan zien. Ik ben toevallig naast de knooppunten ook de ruiterroute aan het volgen en dat blijkt voor een wandelaar geen al te goed idee. Wat verder hoor ik plots het klotsend geluid van het flesje water dat ik mee heb in mijn rugzak. Denk ik …
Tot het klotsend geluid aanzwelt en ik me in een reflex omdraai om net op tijd te zien dat ik beter een stapje opzij zet voor de ruiters die in galop mijn richting uit komen.
Ruiters langs het Ruiters padDouaniers kom je in dit grensgebied niet meer tegen. Dat elk land graag zijn eigen karakter behoudt, merk je echter dadelijk zodra je de grens over bent: het bordje met de wandelknooppunten verandert plots in een andere vorm en heeft een andere kleur rood en zo stel ik vast dat ik de onzichtbare landsgrens ben gepasseerd.
Ik stap iets verder voorbij hoppestaken in wintertooi, zonder hopperanken dus. Op oude foto’s die dateren uit de jaren voor de oorlog, bemerk je nog heel wat hoppevelden rondom Westouter. Wie graag eens snel neust in oude postkaarten, kan hier klikken: http://www.westhoekverbeeldt.be-Westouter
In the middle of nowhere, zie ik een eerste mogelijke stopplaats maar ik ben in goede vorm Wegwijzer auberge Hommelhof– bovendien is de zaak nog niet open – en wandel gezwind door. Nadat ik een camping à la ferme ben voorbij gewandeld – heel net en verzorgd overigens – zie ik het topje van een kerktoren. Op de kaart lees ik dat dit Berthen is. Ik klim en ik daal af langs de rustige landelijke wegen en leer een nieuwe berg kennen: Mont Kokereel. De tocht is behoorlijk lastig omwille van het heuvelachtige landschap en het is ook niet bijster warm.

Ongevaarlijke jager

Ongevaarlijke jager

Ik hoor de hele ochtend al jagers in de verte.Het past wel bij mijn missie die dag: hoogstwaarschijnlijk hoorden Camille en zijn familie ook wel geschut achter zich. Camille spreekt in zijn vluchtverslag van de Boeschepeberg. Ik heb mijn route zodanig uitgestippeld dat ik er voorbij kom. Ook alweer een behoorlijke klim.
De antenne die de Catsberg al jarenlang typeert, komt inmiddels dichter en dichterbij in het landschap. Ik beklim de Col de Berthen, 109 meter staat er op een bord langs de weg. Hoog of ver? Iets verder moet een mountainbiker in ieder geval van zijn fiets springen om het laatste stuk van de col te voet af te leggen.

Reizigers uit alle tijden worden verwelkomd aan een kapel op de Catsberg

Reizigers uit alle tijden worden verwelkomd aan een kapel die zich bevindt in de helling richting Catsberg

De abdij bovenaan de Catsberg ligt er zoals steeds rustig bij. Alhoewel, het middaguur is net verstreken en uit de ijzeren poort die de toegang afsluit, stromen een groot aantal misgangers naar buiten, die de zondagse kerkdienst in de abdij hebben bijgewoond.
Rechts van die poort is er een kleine kerk, vrij toegankelijk. Uiteraard neem ik er een kijkje. Op een tafel, rechts van de ingang, lees ik een Franstalig gedicht. Na de eerste regels heb ik het door: het is In Flanders Fields van John Mc Crae, een versie van Jean Pariseau. Ik heb inmiddels opgezocht wie Jean Pariseau is: een Canadese  militair-vliegenier, actief na de Eerste Wereldoorlog. Hij werd later militair historicus en vertaalde het beroemde gedicht van de Canadees John McCrae. Aan de abdijmuur buiten, rechts van de kerk, worden Canadese troepen herinnerd die waarschijnlijk de Catsberg bevrijdden. Logisch dus dat de Frans Canadese versie van het gedicht in het kerkje een bijzondere plaats heeft gekregen.
Hier eindigt deze etappe. Ik geraakte (nog) niet in Steenvoorde. De volgende keer dat ik de etappe probeer moet ik vroeger opstaan, minder kleren mee zeulen, een stevige picknick mee nemen en vooral volhouden natuurlijk. Ik beschouw deze dag als een training voor de vierde etappe. Denk echter niet dat ik aan het slabakken ben, 16 km stappen is echt wel ver voor me. En ik kijk al uit naar zondag 14 december. Die dag heb ik afspraak met de schoondochter van de landbouwer in Steenvoorde waar Camille in 1914 of 1915 verbleef. De dame is 95 jaar.

In Flanders Fields, vertaald door Jean Pariseau, Franstalig Canadese militair en historicus

In Flanders Fields, vertaald door Jean Pariseau, Franstalig Canadese militair en historicus