Marcel, broer van Camille

Marcel Omer Tiersen, brancardier, 13de Linie, 11e Cie °08/05/1898 – †17/04/1918

 

Marcel, broer van Camille, was 16 jaar toen de oorlog begon. Hij ging mee met het gezin, toen ze vluchtten uit Wijtschate eind oktober 1914.
Hij sloot aan als vrijwilliger bij het Belgische leger op 20 oktober 1916, dit als brancardier. Hij was toen 18 jaar. Onderwijzers, priesters, alsook studenten onderwijzer of priester, kregen de mogelijkheid brancardier te worden. In mijn ogen een soort gewetensbezwaarde ‘avant la lettre‘. Marcel was normalist, dus student onderwijzer.
Veel heeft Camille niet over zijn broer verteld. Het lag heel gevoelig. Enkel dat hij soldaat brancardier was geweest én gesneuveld. Als je weet dat Camille zijn enige zoon en enig kind ook Marcel heeft genoemd, weet je voldoende. Camille heeft me nooit verteld waar zijn broer is geweest (werd men daarvan indertijd op de hoogte gebracht?). Ik heb er ook niet naar gevraagd, ik was tenslotte een tiener toen mijn grootvader Camille me over de oorlog sprak en dat in de jaren ’70. De sporen van de eerste wereldoorlog waren en zijn zo duidelijk aanwezig in mijn leefomgeving, dat ik het toen allemaal maar ‘normaal’ vond en er me niet te veel vragen bij stelde.
Vandaag is dat anders: het intrigeert me, waar Marcel als brancardier is geweest, waar Marcel is gesneuveld.
Ik woon in de Westhoek, misschien ben ik al wel honderd keer voorbij de plaats gereden waar mijn groot-oom als brancardier heeft ‘gewerkt’.
Het enige dat we (de familie) tot begin 2014 van Marcel hebben is een foto, het militaire boekje Carnet de pécule en het overlijdensverslag. Ook een brief, ondertekend door Constant Tamboryn, gericht aan de ouders van Marcel, waarin hij het overlijden meldt. Tot voor kort, had ik er geen idee van wie Constant Tamboryn dan wel zou zijn (hij is de vader van Paul Tamboryn, zie hieronder).
Marcel Omer, brancardier, wordt doodgeschoten op 17 april 1918, terwijl hij over het slagveld holt naar een gewonde om te helpen. Hij krijgt een kogel in het hoofd.
Op het overlijdensverslag, Certificat de décès, staat:
‘Est décédé pendant son transfert du poste de sécours à l’hôpital militaire de Beveren’.
17 april 1918 is naderhand gekend als de eerste dag van ‘De slag bij Merkem’.

In april 2014 heb ik het militaire dossier van Marcel ontvangen (opvraagbaar bij de militaire diensten):
Militair verslag 2014 - Tiersen Marcel OmerWaar Marcel als brancardier is geweest, kan ik in het militaire dossier niet terugvinden. Het ziet er op dat moment naar uit dat het daar stopt. Dat ik verder niets zal terugvinden.

Mei 2014. Ik heb een aangenaam gesprek met stadsgids Ivan Woussen uit Ieper over de herdenkingen rond den grooten oorlog. Plots vertelt hij dat er een stukje over een zekere brancardier Marcel Tiersen geschreven staat in zijn boek Verzamelde werken van Paul Tamboryn (1989). Hij denkt aan dat stukje tekst omdat hij de connectie maakt met mijn familienaam maar hij wist uiteraard niet dat dit mijn groot-oom was. Ivan heeft nog een exemplaar liggen van zijn boek en bezorgt het me later. Een spoor! Ik had niet gedacht dat het mogelijk zou zijn – bijna 100 jaar na de feiten – nog indicaties te vinden.
De publicatie over Marcel, in het boek Verzamelde werken van Paul Tamboryn, staat in het hoofdstuk Uit het dagboek van een oorlogsbrancardier, pagina 152:

Auteur: Ivan Woussen 1989

Bron: Verzamelde werken van Paul Tamboryn – Auteur: Ivan Woussen
1989

Met dank aan Ivan voor het boek, ik koester het. Paul Tamboryn was dus ook normalist, leerling onderwijzer, eveneens brancardier, samen met Marcel. Paul overleefde de oorlog en werd onderwijzer.

Augustus 2014. Jan Hardeman uit Kemmel, vrijwilliger bij Elfnovembergroep – http://www.11nov.org/nl/ –  vertelt me dat er een link is tussen Dokter Louis Ronse en brancardier Marcel Tiersen.
Een zoektocht via internet levert het volgende op: in Twee Oorlogen, Eén leven, de Onuitgegeven biografie van Chirurg Louis Ronse, staat Marcel Tiersen vermeld.
De biografie is te lezen op http://www.vuurwacht.be/exclusief/.
Over Marcel, deze tekst: ‘Op 17 april 1918 had een verwoede aanval plaats op onze posten. Wij beleefden schrikkelijke momenten en mijn makker brancardier Marcel Tiersen werd nevens mij doodgeschoten, een bal door het hoofd. Wij voelden ons woest en ellendig doch bleven steeds bereid onze gekwetste makkers uit hun netelige toestand te redden. Hoeveel gekwetsten en doden wij tot bij de hulppost droegen of sleepten weten wij niet. De hulppost lag achter de Steenbeek en ik zie nog voor mijn ogen onze brave aalmoezenier, monsieur l’abbé Française, gebogen over de stervenden en ik hoor hem nog zeggen:”Non ce n’est pas permis!”. De dokters werkten slag om slinger om te helpen zoveel er te helpen viel.” ‘
bron: De vuurwacht, Twee oorlogen één leven, onuitgegeven biografie van Dokter Louis Ronse, door Hubert Ronse de Craene, 2014.

Marcel werkte dus samen met dokter Louis Ronse en brancardier Paul Tamboryn.

Op dezelfde pagina uit De Vuurwacht, lees ik verder:
“Vooral toen wij in Langemark zaten had ieder van ons de handen vol. Men vocht om de Kemmelberg. De Duitsers hadden een verwoed offensief ingezet en wij zaten benepen in een hoek bij het station van Langemark. Wij waren er gekomen op zaterdag 13 april en bezetten de molen, in oorlogstaal genaamd “Springfarm”.

Als ik dus Springfarm terug vind, ken ik wellicht de plaats waar Marcel overleden is. Een zoektocht via internet toont me Engelse trenchmaps met de namen van boerderijen en gehuchten zoals ze door de Britten tijdens WOI werden genoemd. Maar ik vind twee Springfarms terug. Ik zal een specialist moeten raadplegen om dit uit te pluizen. Het zal de Springfarm ‘molen’ zijn waar de Belgen (lees de 11e Cie) in 1918 waren gelegerd.
Alle tips zijn welkom.

September 2014
Marcel Omer Tiersen is opgenomen in de Namenlijst van het In Flanders Fields Museum (in samenwerking met GoneWest). Deze lijst – met momenteel al meer dan 513 000 slachtoffers uit WOI – bevat namen van zowel militairen als burgers, ongeacht hun nationaliteit. Een mooi initiatief en ik vond dat Marcel daarin een plaatsje verdiende. Aanvraag gedaan aan het museum en het is gelukt:
http://www.gonewest.be/nl/namenlijst/fiche/B83C6988-1398-11D3-AAFC-F7ACF9270648
Zijn naam als slachtoffer van de oorlog, is voor altijd geregistreerd en zijn naam zal op 17 april 2018 (hij is gesneuveld 17 april 1918) in het IFFM worden geprojecteerd.

Oktober 2014
Via deze blog ontving ik een mail van Els Wybo van Sint-Rembert instituut in Torhout. In het hoofdgebouw van deze school, hangt een gedenkplaat voor de gesneuvelde studenten uit de Eerste Wereldoorlog. Marcel Tiersen is één van hen (naam weliswaar met Th gespeld, maar het is wel degelijk Marcel Tiersen uit Wijtschate). Van een verrassing gesproken: ik had er geen idee van hoe ik de zoektocht naar de school van mijn grootoom zou aanvangen en plots vond de school mij! Els vraagt me om aanwezig te zijn op 21 oktober 2014 tijdens de herdenkingsdag in Sint-Rembert in het kader van WOI. Wat ik uiteraard graag accepteer.

Op dinsdag 21 oktober, de eerste echt natte en winderige herfstdag na een periode van zalig nazomer weer, ga ik naar Torhout. Ik kan mijn wagen parkeren net voor het hoofdgebouw en begrijp dadelijk waarom dit ‘de gele doos’ van de school wordt genoemd:

Sint-Rembert Torhout - hoofdgebouw

Sint-Rembert Torhout – hoofdgebouw

Ik neem aan dat ik via de hoofdingang naar binnen mag en vooraleer ik aanbel, bemerk ik naast de deur een koperen plaatje:

Bord aan deur verwijst naar vroegere St-Jozefsinstituut

Bord aan deur verwijst naar vroegere St-Jozefsinstituut

Het St.-Jozefsinstituut, waar mijn grootoom Marcel voor onderwijzer studeerde, bestond dus al meer dan 60 jaar, toen hij zijn studies aanvatte. Op vandaag bestaat de naam ‘St.-Jozefsinstituut’ niet meer want dit instituut werd lang geleden al opgeslorpt in de scholengemeenschap Sint-Rembert. Van Wijtschate naar Torhout – in die tijd met de trein – het zal een hele onderneming zijn geweest. Marcel kwam ongetwijfeld niet zoals de hedendaagse studenten elke week naar huis met een zak wasgoed.
Ik word vriendelijk ontvangen en meteen mee genomen naar de gedenkplaat in de gang waar de naam van mijn grootoom samen met 23 andere studenten op is vermeld:

Gang hoofdgebouw Sint-Rembertinstituut - links herinneringsplaat gesneuvelde studenten WOI

Gang hoofdgebouw  Sint-Rembertinstituut – links herinneringsplaat gesneuvelde studenten WOI

 

Gedenkplaat Sint-Rembert Torhout met naam Marcel T(h)iersen

Gedenkplaat Sint-Rembert Torhout met naam Marcel T(h)iersen

Detail gedenkplaat met naam Marcel T(h)iersen

Detail gedenkplaat met naam Marcel T(h)iersen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Daar sta je dan, te staren naar je familienaam op een gedenkplaat voor je grootoom die je nooit hebt gekend. Vierentwintig jonge mannen, die wellicht allemaal als brancardier hebben gewerkt. Triest.

De lerares die me de weg toont in de school, neemt me mee naar het ontvangstlokaal wat verder in de gang. Ik wandel voorbij nog een gedenkplaat en kijk verbaasd naar het opschrift: gedenkplaat voor de gesneuvelde oud-studenten uit de Tweede Wereldoorlog!

De ontvangstkamer is zoveel mogelijk naar het oorspronkelijke uitzicht gerestaureerd, weet de lerares me te vertellen. De vierkante ruimte met hoge plafonds schat ik honderd vierkante meter groot. Rondom zie ik manshoge houten lambrisering met daarboven Vintage behangpapier. Netjes verdeeld op gelijke afstand van elkaar, kijken statige mannen me met strenge blik aan uit het houten kader waarin hun foto is opgehangen:

Sint-Rembert ontvangstkamer

Sint-Rembert ontvangstkamer

Ik voel het: ik heb afspraak met de geschiedenis, niet dé geschiedenis, maar mijn eigen familiegeschiedenis. Eén van die mannen moet contact hebben gehad met Marcel. Als je al decennia lang met je foto in de officiële ontvangstruimte van een school hangt, ben je directeur geweest of hoe men het schoolhoofd ook aansprak honderd jaar geleden. Probleem: de kaders hangen echt heel hoog. Ik kan de naamplaatjes onder de foto’s niet lezen. Inmiddels is de kamer gevuld met tal van andere gasten dus laat ik het idee vallen om op een stoel te stappen om te namen van dichtbij te bekijken. Ik sta nog altijd met mijn smartphone in de hand, omdat ik net een aantal foto’s nam Een smartphone is echt een handig toestel. Met mijn arm gestrekt kan ik net bij het naamplaatje en ik neem een foto om die vervolgens van dichtbij te bekijken. Ik let niet op de omstaanders die zich wellicht afvragen wat ik aan het doen ben. Na drie foto’s heb ik gevonden wat ik zocht:

Z.E.H. Verhelst, directeur 1904-1918

Z.E.H. Verhelst, directeur 1904-1918

Z.E.H. Cam. Verhelst, het vermoedelijke schoolhoofd van mijn grootoom Marcel, want hij stond aan het hoofd van de school van 1904 tot 1918:

Naamplaatje:

Naamplaatje: Z.E.H. Cam. Verhelst 1904-18

Door de hoge ramen heb ik inmiddels al lang gemerkt dat ik verder in het moderne scholencomplex niet veel sporen zal vinden van hoe het vroeger was. Ik stel me dus tevreden met mijn vondst van het schoolhoofd.
Ik ben uiteraard niet naar Torhout gevraagd om deze foto’s te bestuderen maar om het korte levensverhaal van mijn grootoom te brengen. Achthonderd jongeren van de middenschool (12-14 jaar) hebben die dag hun schooluren doorgebracht in het kader van herdenkingen rond WOI. In tal van workshops en theaterwandelingen, werden ze die dag ondergedompeld in de tijd van toen. Niet te geloven, maar die achthonderd leerlingen samen met al hun leraren – wie niet ‘van dienst’ was die dag is toch aanwezig – passen precies in één van de sportzalen die de school rijk is. Ook de gouverneur van West-Vlaanderen is aanwezig.
Er volgt een sereen herdenkingsmoment met muziek, tekst, poëzie.
Een aantal jongeren hebben houten kruisjes gemaakt met de namen van de 24 jonge mannen, die ooit net zoals zij gewoon leerling waren aan de school. Vierentwintig jonge mannen, anonieme levens die al zo lange tijd gewoon een naam zijn op de gedenkplaat in de school, krijgen plots een gezicht of een stem. Van sommige jonge mannen weet men iets te vertellen, waar ze woonden bijvoorbeeld, of ze broers of zussen hadden. Als laatste ben ik aan de beurt. Ik stap op het podium en denk in een flits terug aan de tijd toen ik als tiener niet bijster geïnteresseerd was in de verhalen van mijn grootvader. En er zitten achthonderd tieners in de zaal! Het enige wat ik kan doen, is net zoals mijn grootvader Camille mijn (zijn) verhaal zo goed mogelijk brengen. Ik vat er moed in. De situatie is anders dan in mijn tienertijd: deze jongens en meisjes worden grondig en op hun niveau geïnformeerd over wat er in de wereld gebeurde en gebeurt. Wat ik doe heeft zin. Ik vertel wat ik weet over het leven van Marcel en het wordt stiller en stiller in de zaal…
Als allerlaatste tijdens het herdenkingsmoment, worden de vierentwintig houten kruisjes op een zandzakje in de zaal geplaatst. Ook Marcel krijgt een kruis, zelfs twee want ik heb het tweede mee naar huis gekregen. Het kruis zal een passende plaats krijgen, Marcel is niet vergeten.

Kruisje gemaakt door leerlingen Sint-Rembert 21 oktober 2014

Kruisje gemaakt door leerlingen Sint-Rembert
21 oktober 2014

 

 

 

 

 

 

 

 

In English – summarized text as I’m not that good in writing in English (forgive me my writing errors).

Marcel, brother of Camille, was 16 years old when the war began. He went along with the family, when they fled from Wijtschate late October 1914.
He joined the Belgian army as a volunteer on 20 October 1916, this as a stretcher- bearer, he then was 18 years old. Teachers, priests and students teacher or priest, were given the opportunity to become stretcher-bearer in the army. Marcel was a student teacher.
Camille did not tell us a lot about his brother. It was very sensitive. Only that he had been killed and that he was a stretcher-bearer. If you know that Camille has his only son and only child called Marcel also, you know enough. Camille has never told us where his brother has been (did the know at the time?). I didn’t ask for it either, I was a teenager when my grandfather Camille told me about the war and that was in the 1970s. The traces of the first world war were and are so present in my environment that I found it all but ‘normal ‘ and I didn’t ask many questions.
Today it is different: it intrigues me, where Marcel has been as stretcher-bearer, where Marcel is killed in action.
I live in the Westhoek (BE), maybe I’ve passed already a hundred times the places where he has ‘ worked ‘ as a stretcher-bearer.
The only thing that we (the family) of Marcel have is a picture, the booklet Carnet de pécule and the death report. Also a letter, signed by Constant Tamboryn, addressed to the parents of Marcel, in which he reports the passing away of Marcel. Until recently, I had no idea who would be Constant Tamboryn (he’s the father of Paul Tamboryn, see further in this text).
Marcel Omer was shot on the 17 of April 1918, while he was on the battlefield to help a wounded. He gets a bullet in the head.
On the death report, Certificat de décès, states :‘Est décédé pendant son transfert du poste de sécours à l’hôpital militaire de Beveren’. (passed away on the transfert from the first aid post to the military hospital at Beveren).
What did I find in 2014 uptill now:
– I received the military file of Marcel (see in text above)
May 2014 In a conversation with Ieper city guide Ivan Woussen, he suddenly says that the name ‘Tiersen’ is mentioned in the book he wrote many years ago: Verzamelde werken van Paul Tamboryn (1989). Indeed, there is a text about my great-uncle Marcel! (see above in the text, it is in Dutch) Paul Tamboryn also was a student teacher and also stretcher-bearer. He operated together with Marcel. What a trace! I never thought it would be possible to find a trace after so many years!
August 2014 Jan Hardeman from Kemmel, volunteer at Elfnovembergroep – http://www.11nov.org/nl/ –  tells me that there is a link between Doctor Louis Ronse and stretcher-bearer Marcel Tiersen.
Research by the internet gives me this trace: in Twee Oorlogen, Eén leven, de Onuitgegeven biografie van Chirurg Louis Ronse, Marcel Tiersen is mentioned. The biography of this doctor is published here: http://www.vuurwacht.be/exclusief/. In this text, Marcel is mentioned again. So he worked together with Doctor Louis Ronse.
In the same text, I find the word ‘Springfarm’. This seems to be the place where Marcel was killed. It’s a place near Langemark. A search on the internet shows me English trenchmaps with the names of farms and hamlets as they were called by the British army during WWI. But I find two Springfarms. I will have to consult a specialist to figure this out. It will be the Spring farm (a mill) where the Belgians (read the 11th Cie) were stationed in 1918.
Any indications are welcome.


 

 

 

Geef een reactie

Required fields are marked *.