Op de vlucht 1914

In oktober 1914 vertrok Camille met zijn moeder en twee zussen in grote haast te voet uit het dorp. Ze overnachtten in een boerderij bij Dikkebusvijver. De volgende dag trokken ze verder, richting Franse grens. Ze werden echter verhinderd het buurland te bereiken. In het vluchtverslag van Camille, vind ik het volgende:

Camille_verslag vlucht etappe 2

Uit het vluchtverslag van Camille Tiersen

Herberg Den Ondank ~het gezin herenigd
‘Wat een vreemde naam voor een herberg’, dacht ik toen ik die woorden voor het eerst las. Daar wil ik zeker naar toe. Als de herberg of het gebouw nog bestaat, tenminste. Hoe begin je zo’n zoektocht? Gelukkig ben ik wat mee met mijn tijd. Ahum. Bon ja: als je als 50 plusser een blog ‘runt’ met een Facebook daaraan gekoppeld, vind je toch wel je weg in de digitale wereld. Dus start je met ‘den ondank’ als zoekterm in te geven via internet. Tot mijn verbazing vind ik meer dan tien cafés of feestzalen met die naam terug! Toch geen vreemde naam dus voor een horecazaak… Ik verfijn de opdracht en vind Den Ondank,  ten noorden van het centrum van Westouter, echter zonder straatnaam. Ik vind ook de stopplaats ‘Den Ondank’ van De Lijn, met een plannetje er bij. Busreizigers staan er wellicht niet bij stil (leuke woordspeling hé…) dat hun opstapplaats veelal verwijst naar een vroeger gehucht of café uit hun dorp of stad.
Maar wie zou er wonen in de vroegere herberg? En kan ik zomaar aanbellen? Wat zal de huidige bewoner er van vinden dat iemand binnen wil dringen in zijn of haar persoonlijke leefomgeving omdat de herberg werd vermeld in een vluchtverhaal uit WOI? Ik rijd naar het gehucht Den Ondank maar kan niet uitmaken welk huis vroeger een café zou zijn geweest. Ik speur de huisgevels af of ik ergens in het metselwerk nog kan zien dat er ooit een naam van een herberg op geschilderd was. Even overweeg ik overal aan te bellen, tenslotte staan er niet zoveel huizen op die plaats, maar dat is niet mijn stijl.
Dan maar verder thuis proberen via internet en ik vind plots een link: fotograaf Christophe Dehaene uit Kemmel gaf een paar jaar terug een fototentoonstelling over verdwenen cafés in de Westhoek. Ik contacteer hem via mail met de prangende vraag of hij ooit van Den Ondank had gehoord en jawel: ik heb het juiste gebouw te pakken! Met dank aan Christophe. Ik contacteer de bewoners en op zondag 19 oktober 2014 ga ik op stap.

Tweede etappe vlucht Camille ~Dikkebus naar Westouter

Oktober en er bloeien nog klaprozen

Oktober en er bloeien nog klaprozen

Zondag ochtend 19 oktober 2014 brengt mijn echtgenoot me met de wagen naar Dikkebusvijver. Daar eindigde de eerste etappe van de vlucht van mijn opa. Zie Eerste etappe vlucht Camille. Ik zal de 2de etappe stappen die dag. Het is 8u30 als ik vertrek. Eindpunt Westouter. Uitgerekend: bijna 10 km. Ik word omstreeks 11 uur verwacht in wat vroeger herberg Den Ondank was. Het is zalig nazomer weer. Ik moet zelfs geen jas aan. Er is wel veel wind en het grootste deel van het traject is heuvel-op. Best wel lastig, ja.
Ik weet dat Dikkebus het dorp is waar onderpastoor Achiel Van Walleghem een gedetailleerd dagboek bij hield van wat hij om zich heen zag gebeuren tijdens de oorlog. Misschien zag hij Camille wel voorbij stappen, een jongetje van 12 jaar toen.
Dikkebus huis 1922

Ik merk het jaartal 1922 op aan een gevel, onnodig op te zoeken of ook in dit dorp vele huizen vernield werden tijdens de oorlog. Onderweg stap ik bij de lokale bakker binnen en koop chocolaatjes voor de mevrouw die me straks in haar huis zal ontvangen. Ik heb haar nog niet ontmoet want de afspraak vond via mailverkeer plaats en vind chocolaatjes een ‘neutraal’ geschenk.
Net buiten het dorp, zie ik de Kemmelberg in het ochtendlijke oktoberlicht. De weg leidt rechtdoor naar Loker. Eens in Loker is het naar schatting nog een kilometer of drie tot de Franse grens. Dat was ongetwijfeld het einddoel van Léonie, de moeder van Camille. Het land uit en haar kinderen in veiligheid.
Dikkebus zicht Kemmelberg
Buiten de dorpskom gaat de weg nog steiler omhoog. Ik volg het fietspad.
In De Klijte moesten de vluchtelingen naar rechts op bevel van een Belgische gendarm, de tocht naar Frankrijk ging dus niet door. Via Reningelst stapten ze richting Westouter, om vervolgens langs het gehucht Den Ondank te passeren. Vader Severin en Marcel, broer van Camille, waren aan het eten in een herberg, aan een tafeltje bij het raam en zagen zo Léonie en de twee kinderen voorbij stappen. Die herberg was herberg Den Ondank. Daar werd het gezin herenigd.
Om vijf voor elf bel ik aan. Ik word heel hartelijk ontvangen door mevrouw Jeanne Leniere. Ik vlij me neer in de zetel bij de kachel, krijg een kom heerlijke pompoensoep en Jeanne vertelt.

Jeanne Leniere

Jeanne Leniere

In 1914 werd in deze woning herberg Den Ondank uitgebaat door haar grootouders Elias Bouwet en Noëmie Kouckuyt. Elias was metser en baatte samen met Noëmie de herberg uit. Maar het was vooral Noëmie die de zaak runde. In 1914 had het koppel nog geen kinderen. Hun eerste dochter Maria werd geboren in april 1915, in volle oorlogstijd dus. De herberg bleef open tot april 1918, toen ook de Westoutenaars moesten vluchten, bij de Slag om de Kemmelberg.  Elias en Noëmie vertrokken met Maria en met hun tweede dochtertje Jeanne, dat toen pas een paar weken oud was. Het was niet zo gemakkelijk een verblijfplaats te vinden. De oorlog was al zo lang bezig dat ze tot in de Pyreneeën moesten doortrekken, tot het dorpje Tautavel bij Perpignan, vooraleer ze een plaats vonden om te verblijven. In december 1918 overleed de kleine Jeanne, amper tien maanden oud. Maria Bouwet noemde haar dochter later Jeanne, als nagedachtenis aan haar kleine zusje.

En deze mevrouw Jeanne, is de Jeanne die me ontvangt. Jeanne is een heel innemende, vriendelijke dame en we zijn al snel volop aan het vertellen. Ook zij ging ooit op ‘bedevaart’ – zoals ze het zelf noemt – om de plek te bezoeken waar haar grootouders verbleven tijdens de oorlog. Naar de Pyreneeën dus! Ik voel me een prille ‘bedevaardster’ want ik ben nog maar tot in Westouter geraakt en toch: we hebben duidelijk een aantal gemeenschappelijke interesses en we babbelen honderduit.
Jeanne toont me het huis en ik ga bij het raam staan waardoor mijn overgrootvader de rest van het gezin zag aankomen. Dit is een strategische plaats: je hebt zicht op de drie wegen die dit gehucht vormen. Onmogelijk een passant te missen.

Ik merk plots een anders gekleurd tegeltje op in de vloer.

Vloerbollen tegeltje

Vloerbollen tegeltje

Jeanne ziet me er naar kijken en legt uit dat dit de authentieke vloer is van de herberg en dat het tegeltje er met opzet werd geplaatst voor het volksspel vloerbollen. Ik ken wel ‘bollen’, maar vloerbollen? Het spel ging als volgt: binnen in de herberg, rolde men met houten bollen, het einddoel was het kleine putje in het midden van dat tegeltje. Wie dit het dichtst had benaderd, won het spel. Ik vind het fantastisch dat dit tegeltje er nog is. Jeanne vertelt dat Noëmie, haar grootmoeder die de herberg openhield, experte was in het vloerbollen en de vele mannelijke bezoekers van de herberg hierbij overtrof.


What’s in a name
Ik ben nog altijd nieuwsgierig naar de herkomst van de naam van de herberg. Jeanne  verklaart dat de herberg al deze naam had toen Elias en Noëmie na hun huwelijk in 1913 daar gingen wonen. De oorspronkelijke naam was deze: Ondank tegen wil en dank.
Er zou een conflict zijn geweest, wellicht eind 19de eeuw, tussen twee broers, vermoedelijk landbouwers, omwille van een stuk grond. Misschien was er ruzie over de eigendomsgrenzen. De toenmalige herbergier zal er ongetwijfeld plezier aan hebben beleefd om uiteindelijk Ondank tegen wil en dank op de voorgevel van zijn herberg te schilderen.

Eli Bouwet en Noëmi Lucie Kouckuyt, uitbaters café Den Ondank Westouter, in 1914_ Foto: Jeanne Leniere

Peerstal, e zwientje en keuns
Het is nog altijd zonnig en Jeanne neemt me mee in de tuin. Jeanne legt uit hoe de herberg in de tijd van haar grootouders was ingedeeld. Vooraan rechts, waar nu de garage is, was een peerstal, een paardenstal dus. Niet dat de herbergier een paard had, zeker niet. De stal werd gebruikt voor het ‘parkeren’ van de paarden van de voermannen die de herberg bezochten. Aan de achterzijde van het huis kan je nog goed de indeling zien: de herbergbezoeker diende een gangetje te volgen om naar buiten te stappen tot wat toen ‘de koer’ was. Er was een toilet met buitendeur. Daarnaast was er een zwinekothet varkenshok dus. Wat verder het konijnenhok. Ik word me ervan bewust dat de mensen toen thuis dieren kweekten voor ‘eigen gebruik’. Wellicht de enige manier om op een betaalbare manier aan vlees te geraken.
Achterin poseren we voor wat lang geleden de bakkersoven was. Met onderaan een – lekker verwarmd! – hondenhok.

Jeanne Leniere en Ingrid Tiersen

Jeanne Leniere en Ingrid Tiersen

Inmiddels is het lunchtijd en mijn echtgenoot haalt mij op.  Jeanne en ik zouden anders ongetwijfeld de hele dag verder hebben gebabbeld.
‘In de voetsporen van mijn grootvader, honderd jaar later’: ik had nooit gedacht dat de mensen zo bereidwillig zouden zijn om aan mijn zoektocht mee te werken. Het meest leuke aan mijn zoektocht is, dat ik zoveel nieuwe, sympathieke mensen leer kennen.
Jeanne en ik zullen elkaar zeker nog verder ontmoeten. Ons gesprek is nog niet af.

Derde etappe vlucht Camille ~ een thuis vinden in Westouter
Westouter heeft voor vele vluchtelingen een belangrijke rol gespeeld tijdens de groote oorlog. Het charmante dorp met de kronkelende weg door de dorpskom ligt verscholen in een dal, waardoor het lange tijd gespaard bleef van inslagen van obussen. Vele burgers vonden het een relatief veilige plek om te verblijven. Als Belg was de volgende stap trouwens het buitenland, Frankrijk. Of misschien zelfs de Noordzee over, naar Engeland.
Na het bezoek aan herberg Den Ondank, was het tijd om het verslag van Camille verder uit te pluizen. Wat waren de plannen van Severin, nadat het gezin herenigd werd in herberg Den Ondank in Westouter?
Dit zijn de volgende regels van het vluchtverslag:

Tekst Camille naar De Kroone

Uit het vluchtverslag van Camille Tiersen

Voor wie het handschrift moeilijk kan lezen: het gezin zakte af naar het dorp en vond plaats bij familie langs moeders kant. De volwassenen sliepen op de zolder van herberg De Kroone.

Moeilijk gaat ook
Dit stuk uit het vluchtverslag blijkt een hoge moeilijkheidsgraad te hebben. Familie langs moeders kant. Tja. De moeder van Camille heeft als familienaam Six. Laat dit nu net een zeer frequent voorkomende naam zijn in de streek. Bovendien overnachtten ze misschien bij een vrouwelijk familielid van Leonie Six, dit in een tijd waarin de registratie van bewoners steeds op naam van de man gebeurde. Ik besloot dit niet op te zoeken wegens onbegonnen werk.
Concentratie volop dus op herberg De Kroone. Dat kon toch niet moeilijk zijn? Herberg Den Ondank vond ik relatief gemakkelijk terug. De Kroone echter was iets anders! Het alles wetende internet leverde niets op. O jawel, herbergen De Kroon en De Kroone in overvloed in de Westhoek. Maar niet mijn herberg De Kroone. Ook geen vermelding in Historische kranten(.be). Geen uitslag in de krant van een naoorlogse kaarting, geen openbare verkoop in herberg De Kroone in Westouter.
Gelukkig is er naast internet ook nog het menselijk contact. Je vertelt hier en daar je verhaal, je legt uit dat je een oude herberg zoekt, die wellicht tijdens de oorlog werd vernield en dus al een jaar of 95 niet meer bestaat. Mensen kijken je wat vreemd aan, en plots krijg je toch een tip die je naar de juiste persoon leidt.
Hugo Lefebvre uit Westouter, die een loopbaan als secretaris van OCMW Heuvelland achter de rug heeft, was zo vriendelijk me te helpen en vond de locatie van herberg De Kroone terug. Hij sprak met meerdere mensen en uiteindelijk was het Leo Behaegel, gewezen onderwijzer van Westouter, die wist waar de herberg voor de oorlog stond. Hugo vond ook de volgende herberg terug uit het verhaal, maar dat vertel ik wel later op het gepaste moment.
Met grote dank aan Hugo en Leo voor de gouden tip over De Kroone!

Herberg De Kroone
De Kroone was een herberg in het centrum van Westouter. Een behoorlijk groot gebouw. Dat kan ook niet anders, als je uit het verslag van Camille afleidt dat er 26 personen op zolder overnachtten. De herberg werd na de oorlog waarschijnlijk niet heropgebouwd, of in ieder geval niet als herberg heropend.
Tot eind november 1914 verbleef het gezin van Camille in Westouter, waar de volwassenen elke avond in De Kroone sliepen.
Ik ben nog net op tijd (iets stuwt me vooruit om precies 100 jaar later op dezelfde plaats te zijn) als ik op 20 november 2014 op de deurbel druk van het huis dat vandaag op de plaats staat van herberg De Kroone.

Hier stond in 1914 herberg De Kroone

Hier stond in 1914 herberg De Kroone

 

Daniël Knockaert

Daniël Knockaert

Daniël Knockaert, bewoner van het huis, is thuis als ik aanbel.
Ik stel mij en mijn verhaal voor en Daniël bevestigt me dat op die plaats inderdaad herberg De Kroone was gebouwd. Daniël heeft dit zelfs nog maar recent horen vertellen. De herdenkingsperiode rond 100 jaar groote oorlog zorgt er voor dat over die tijd en de daarbij horende verwoestingen wordt gepraat en vele mensen beseffen nu pas (mijzelf inclusief) dat vele straten en gebouwen in hun dorp er anders uit zagen begin 1914.
Ik vertel Daniël dat de vluchtelingen op zolder op bietenzaad sliepen. Net als ik, begrijpt hij niet goed wat bietenzaad op een zolder van een herberg deed, en evenmin of dit aangenaam was om op te slapen.
Daniël is gepensioneerd werknemer van gemeente Heuvelland. Hij stond mee in voor het schilderwerk van het gemeentelijk patrimonium. Hij kent de gemeente zeer goed door zijn werk! De poortjes van de gemeentelijke begraafplaatsen, het houtwerk van de openbare gemeentelijke gebouwen, vele ramen en deuren werden door hem van een nieuwe laag verf voorzien.
Met dank aan Daniël voor het aangename gesprek.
Ik heb de herberg zelf niet terug gevonden, maar ik weet nu dat Camille in het centrum van het dorp woonde. Hij zag dus de drukte in Westouter, het komen en gaan van Belgische en Britse soldaten.
Nam Severin hierdoor het besluit nog verder te trekken?
De volgende etappe in het vluchtverhaal van Camille zal me over de grens leiden!

Vierde etappe vlucht Camille ~ over de grens: van Westouter naar Steenvoorde

Uit het vluchtverslag van Camille Tiersen

Uit het vluchtverslag van Camille Tiersen

Het is december 2014 en ik heb een dilemma: Camille schrijft in zijn vluchtverslag dat hij in 1915 het Heilig Vormsel kreeg in Westouter, maar hij vermeldt niet in welke maand. Vervolgens schrijft hij dat de vluchtelingen in Westouter bevel kregen om verder te trekken. Is dit qua tijdslijn correct?
Er is namelijk ook nog dat stuk papier dat ik heb geërfd, op het eerste zicht een gewoon kladpapier, waarvan je verwonderd kan zijn dat het generatie na generatie bij de familiedocumenten bewaard is gebleven. Op dat stuk papier heeft Camille in potlood de chronologische volgorde van hun vluchtroute genoteerd, zonder veel detail. Volgens dat document zou het gezin van Camille eind 1914 verder getrokken zijn over de grens tot in Steenvoorde, om later terug te keren naar Westouter. Omdat Camille deze notities veel vroeger in zijn leven neerkrabbelde dan zijn vluchtverhaal, hecht ik er veel belang en juistheid aan. Hij vernoemt zelfs de familienaam van een boer in Steenvoorde waar ze verbleven, met de straatnaam er bij! Het ultieme bewijs dat hij dit neerpende toen hij nog meer details uit zijn geheugen kon putten. December 2014 is dus het moment om de volgende etappe te stappen. Het kan de foute maand zijn waarin ik de etappe stap. Maar ze stapten die route elk geval. Van Westouter naar Steenvoorde, een 16 tal km!

De buren dichter dan gedacht
Ik start dus in Westouter en neem de Boeschepestraat. In november deed ik al een poging de route met de auto te rijden. Ik reed toen hopeloos verkeerd door de dikke mist want me oriënteren op de bergen was geen optie die dag. Te voet ben ik beter gewapend: ik heb de wandelknooppuntenkaart mee, met de opeenvolgende te volgen nummers netjes op een papiertje genoteerd én vooral: er is geen mist.
December en nog vruchtbare akkersNet buiten het dorp zie ik aan de linkerkant nog gewassen op de akkers, die ik tot mijn spijt niet herken, ik ben dan toch minder de plattelandsbewoner dan ik dacht te zijn.
De Zwarteberg schemert in de verte aan de horizon.  Ik heb me al dikwijls afgevraagd welke weg vluchtelingen volgden: waren ze ingelicht over de te volgen route? Stapten ze zoveel mogelijk rechtdoor? Ik neem aan dat de bergen in deze fase een rol hebben gespeeld. Ze zijn prominent aanwezig in het mooie landschap rondom mij. Ik ga dus zoveel mogelijk rechtdoor, in de richting  van de hoogst zichtbare berg, de Catsberg, en ploeter via onverharde, modderige veldwegels verder weg richting Frankrijk. Het verhaal van Camille zal me een paar Als wandelaar de ruiterroute volgen is niet altijd een goed ideewandelschoenen kosten, zoals je hiernaast kan zien. Ik ben toevallig naast de knooppunten ook de ruiterroute aan het volgen en dat blijkt voor een wandelaar geen al te goed idee. Wat verder hoor ik plots het klotsend geluid van het flesje water dat ik mee heb in mijn rugzak. Denk ik …
Tot het klotsend geluid aanzwelt en ik me in een reflex omdraai om net op tijd te zien dat ik beter een stapje opzij zet voor de ruiters die in galop mijn richting uit komen.
Ruiters langs het Ruiters padDouaniers kom je in dit grensgebied niet meer tegen. Dat elk land graag zijn eigen karakter behoudt, merk je echter dadelijk zodra je de grens over bent: het bordje met de wandelknooppunten verandert plots in een andere vorm en heeft een andere kleur rood en zo stel ik vast dat ik de onzichtbare landsgrens ben gepasseerd.
Ik stap iets verder voorbij hoppestaken in wintertooi, zonder hopperanken dus. Op oude foto’s die dateren uit de jaren voor de oorlog, bemerk je nog heel wat hoppevelden rondom Westouter. Wie graag eens snel neust in oude postkaarten, kan hier klikken: http://www.westhoekverbeeldt.be-Westouter
In the middle of nowhere, zie ik een eerste mogelijke stopplaats maar ik ben in goede vorm Wegwijzer auberge Hommelhof– bovendien is de zaak nog niet open – en wandel gezwind door. Nadat ik een camping à la ferme ben voorbij gewandeld – heel net en verzorgd overigens – zie ik het topje van een kerktoren. Op de kaart lees ik dat dit Berthen is. Ik klim en ik daal af langs de rustige landelijke wegen en leer een nieuwe berg kennen: Mont Kokereel. De tocht is behoorlijk lastig omwille van het heuvelachtige landschap en het is ook niet bijster warm.

Ongevaarlijke jager

Ongevaarlijke jager

Ik hoor de hele ochtend al jagers in de verte.Het past wel bij mijn missie die dag: hoogstwaarschijnlijk hoorden Camille en zijn familie ook wel geschut achter zich. Camille spreekt in zijn vluchtverslag van de Boeschepeberg. Ik heb mijn route zodanig uitgestippeld dat ik er voorbij kom. Ook alweer een behoorlijke klim.
De antenne die de Catsberg al jarenlang typeert, komt inmiddels dichter en dichterbij in het landschap. Ik beklim de Col de Berthen, 109 meter staat er op een bord langs de weg. Hoog of ver? Iets verder moet een mountainbiker in ieder geval van zijn fiets springen om het laatste stuk van de col te voet af te leggen.

Reizigers uit alle tijden worden verwelkomd aan een kapel op de Catsberg

Reizigers uit alle tijden worden verwelkomd aan een kapel die zich bevindt in de helling richting Catsberg

De abdij bovenaan de Catsberg ligt er zoals steeds rustig bij. Alhoewel, het middaguur is net verstreken en uit de ijzeren poort die de toegang afsluit, stromen een groot aantal misgangers naar buiten, die de zondagse kerkdienst in de abdij hebben bijgewoond.
Rechts van die poort is er een kleine kerk, vrij toegankelijk. Uiteraard neem ik er een kijkje. Op een tafel, rechts van de ingang, lees ik een Franstalig gedicht. Na de eerste regels heb ik het door: het is In Flanders Fields van John Mc Crae, een versie van Jean Pariseau. Ik heb inmiddels opgezocht wie Jean Pariseau is: een Canadese  militair-vliegenier, actief na de Eerste Wereldoorlog. Hij werd later militair historicus en vertaalde het beroemde gedicht van de Canadees John McCrae. Aan de abdijmuur buiten, rechts van de kerk, worden Canadese troepen herinnerd die waarschijnlijk de Catsberg bevrijdden. Logisch dus dat de Frans Canadese versie van het gedicht in het kerkje een bijzondere plaats heeft gekregen.
Hier eindigt deze etappe. Ik geraakte (nog) niet in Steenvoorde. De volgende keer dat ik de etappe probeer moet ik vroeger opstaan, minder kleren mee zeulen, een stevige picknick mee nemen en vooral volhouden natuurlijk. Ik beschouw deze dag als een training voor de vierde etappe. Denk echter niet dat ik aan het slabakken ben, 16 km stappen is echt wel ver voor me. En ik kijk al uit naar zondag 14 december. Die dag heb ik afspraak met de schoondochter van de landbouwer in Steenvoorde waar Camille in 1914 of 1915 verbleef. De dame is 95 jaar.

In Flanders Fields, vertaald door Jean Pariseau, Franstalig Canadese militair en historicus

In Flanders Fields, vertaald door Jean Pariseau, Franstalig Canadese militair en historicus

 

 

 

 

 

 


3 Comments

Geef een reactie

Required fields are marked *.