Vlucht van Camille ~ vertrek uit het dorp

Wijtschate – Dikkebus
In het verslag van mijn opa Camille over hun vlucht voor de oorlog, staat geschreven dat ze in september of oktober 1914 het dorp verlieten. Heel vreemd: op een ander vel papier tussen de familiedocumenten, vind ik een aantal haastig gekrabbelde datums en feiten terug, alsof hij op een ander moment in zijn leven eraan dacht deze dringend te moeten noteren om ze voor het nageslacht te bewaren. Eén van die datums is ‘de dag voor Allerheiligen verlieten we Wijtschate’. Kan dit of niet?
Het oorlogsgeweld was op 31 oktober wel heel dicht de dorpskom genaderd. Het is bijna onmogelijk dat ze zo lang bleven. De reden van hun late vlucht zou eventueel vader Séverin kunnen zijn, die veldwachter was en het dorp niet kon of wilde verlaten. Waarom vader Séverin en broer Marcel op het moment van de vlucht niet thuis waren, is trouwens niet duidelijk.
In ieder geval: oktober is een passend moment voor mij als kleindochter om de vlucht van mijn grootvader te herdenken.

Tuinstraat 2014

Tuinstraat Wijtschate anno 2014

4 oktober 2014
Zaterdagmorgen, mooi weer, windstil. Ik ga op stap in de voetsporen van mijn grootvader. Het is een vreemd gevoel. Thuis doe ik er wat lacherig over tegen mijn echtgenoot Eddy: ‘Je komt me toch halen hé straks’. En ik vertrek.
Ik start bij het huis waar Camille met zijn ouders woonde: in de Tuinstraat te Wijtschate. Vervolgens naar het marktplein van het dorp. Daar begint het al: tal van oude foto’s over het dorp zoeven door mijn hoofd. Camille stapte langs de school en zag rechts de brouwerij, nu bevindt zich op die plaats het markplein van het dorp. Hij dwarste ongetwijfeld de tramsporen van de tram van en naar Kemmel. Door het oorlogsgeweld uit de richting van Waasten lag het tramverkeer al ruime tijd stil. Ze passeerden de kerk. Ik kijk omhoog naar de spitse toren. Camille zag een andere kerk, de toren was veel lager en had een andere vorm. Hadden ze er toen enig idee van dat ze hun dorp nooit meer zouden terug zien? Ik bedoel – los van de gedachte of ze het zouden overleven – dat het dorp bij hun terugkeer tot puin zou zijn gereduceerd.
Er is veel lawaai op straat. Door het mooie weer zijn veel inwoners blijkbaar van plan nog een of andere karwei buitenshuis op te knappen. Indrukwekkende landbouwmachines met meer dan manshoge wielen rijden voorbij om de oogst binnen te halen, vooraleer het Belgische weer omslaat.
Buiten de dorpskom, draai ik me om en kijk nog eens naar het silhouet van de huizen en de kerk die ik bijna niet zie door de felle ochtendzon. Verder. Ik passeer het voetbalplein dat wordt gebruikt om te trainen, vervolgens de sporthal en opnieuw een voetbalplein. Onder de graszoden van het eerste voetbalterrein bevinden zich nog de funderingen en ongetwijfeld veel andere resten van het Instituut Godtschalck of Sint-Josephsinstituut, een weeshuis voor jongens alsook land-en tuinbouwschool. Camille keek ongetwijfeld die richting uit, naar de hoge, toen splinternieuwe gebouwen.
Ik stap verder en wandel voorbij een klein bos waar de zon speelt met de beginnende herfstkleuren. Na de bocht stond een klein kasteel in rode baksteen.

Holle weg, te zien in weide in Vierstraat

Holle weg anno 1914, ‘plooi’ in 2014 nog te zien in weide in Vierstraat

Nu zie je in de weide aan de linkerkant enkel nog wat oneffenheden in het gras alsof de boer wat charme aan het mooie uitzicht wou toevoegen. De holle weg die voor het kasteel passeerde, herken je nog heel goed als een diepe plooi in het landschap. Camille stapte niet zoals ik op asfalt.
Nog verder. Ik zie de contouren van de Kemmelberg al opdagen. Ik wandel op korte tijd voorbij drie Britse begraafplaatsen.
Bij de derde ervan, parkeren de eerste Britse bezoekers al. Het is 9u30, op een zaterdagmorgen in oktober. Honderd jaar later.

Dikkebus vijver. Ik stap er naar toe via de achterzijde, langs de wandelweg met de hoge bomenrij. Ik zoek de omgeving af op zoek naar de boerderij waar Camille met zijn moeder en twee zussen overnachtten. In zijn vluchtverslag staat dat ze ‘in een hofstede in de buurt van Dikkebusvijver’ sliepen. Ik zie drie boerderijen. Welke het was, is zo goed als onmogelijk terug te vinden. Dikkebus was ook in puin na de oorlog, dus misschien zijn bepaalde boerderijen niet heropgebouwd of indien wel op een andere plaats.
Camille zal ongeveer hetzelfde beeld van de vijver aanschouwd hebben als wat ik zie. De vijver voorzag en voorziet de stad Ieper al sinds de jaren 1300 van drinkwater.

Vaubantoren Dikkebus anno 2014

Vaubantoren anno 2014 – meer weten: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/dibe/relict/30669

 

Ik laat ter plaatse het idee vallen om eventueel het erf van een willekeurige boerderij op te stappen om navraag te doen. Dit heeft geen zin.
Ik stop deze eerste etappe van de vlucht van Camille dan ook bij de Vaubantoren aan de hoofdingang van de Dikkebus vijver. Deze toren werd in de 17de eeuw opgetrokken om de watertoevoer naar Ieper te verdedigen en bevatte ook een sassluis.

Afgelegde afstand eerste dag in de voetsporen van de vlucht van mijn grootvader: ongeveer 6 km. Duur 1 uur en 15 minuten.

Wellicht stopte het gezin hier omdat het oorlogsgeweld net buiten gehoorsafstand was. Of ze waren heel laat op de dag vertrokken.
Ik neem mijn smartphone, bel naar huis en wordt opgehaald.

Camille en zijn gezin waren vertrokken voor een lange tocht die hen pas in 1920 terug bij het beginpunt zou brengen.

Dikkebusvijver anno 2014 Deze granaat (uit WOI of WOII ?) was er heel zeker nog niet. Sporen van de oorlog zijn overal in de Westhoek te zien.

Dikkebusvijver anno 2014
Deze obus (uit WOI of WOII ?) was er uiteraard nog niet toen Camille voorbij kwam. Sporen van de oorlog zijn overal in de Westhoek te zien.

Dit schreef Camille over hun vertrek uit het dorp:

Door Camille geschreven

Uit het vluchtverslag van Camille Tiersen

 

1 Comment so far

  1. Zusje, ik volg al je nieuws en zoektocht over onze familie, doe zo verder, ik ben trots op jou

    Reply

Geef een reactie

Required fields are marked *.