Sporen van de groote oorlog

In mijn verste kinderherinneringen, eind de jaren ’60 (ja ik ben al zo oud), zie ik me lopen met mijn laarsjes aan op de akker dicht bij ons huis met een kleine emmer in de hand, waarin ik loodjes verzamelde. Opa Camille woonde samen met zijn vrouw Agnes vlak naast ons en achter onze huizen lagen akkers met in de verte uitzicht op de kerk van Mesen. Camille leerde me loodjes rapen (onderdelen van een bepaald type obus) maar ook kogels. Een kogel vinden scoorde beter dan een loden bolletje want het koper van de kogel leverde meer op dan een loden bolletje. Het lood en het koper van de kogels werden door Camille ingeleverd bij een opkoper van oude metalen. Deze vreemde hobby leverde zakgeld op maar zonder dat we ons er bewust van waren, hielpen we ook heel bescheiden mee aan het herstel van de ondergrond door dit metaal uit de aarde te halen. Camille moet me heel duidelijk hebben gemaakt dat ik enkel dié zaken zonder gevaar kon oprapen en nooit een obus zelf of een restant ervan mocht aanraken, want daar heb ik echt schrik van. Raak die tuigen dus nooit aan, ook na al die jaren zijn die nog gevaarlijk. Erger nog: onlangs (oktober 2014) is in Wijtschate een landbouwer onwel geworden nadat hij een projectiel met gas naar boven had gehaald tijdens het bewerken van zijn akker. Je zou zowaar honderd jaar na de feiten nog kunnen sterven aan giftig gas! Voortaan stap ik in een nog grotere boog om dergelijke projectielen!

Shrapnel augustus 2014 Scheerstraat Wijtschate

In de Westhoek worden nog steeds oorlogsprojectielen naar boven gehaald, voornamelijk en uiteraard door de landbouwers bij het bewerken van het land. Obus langs de kant van de weg, Scheerstraat, Wijtschate, 2014. Raak dit nooit aan!

De herdenkingen rond 100 jaar groote oorlog zijn volop aan de gang en een nieuw fenomeen duikt op: nu en dan zie ik in Wijtschate iemand met een emmer of plastieken zak in de hand, de laarzen aan en de ogen strak op de grond gericht, door een pas geploegde akker ploeteren, op zoek naar loodjes of kogels. De opbrengst is beter dan in mijn kindertijd: de originele loodjes of kogels brengen veel meer op dan toen. De prijs wordt nu al per stuk berekend in plaats van per kilo. Het ploeteren duurt nu weliswaar veel langer, wij hadden om de paar meter resultaat.

 

 

 

 

Bij een winterse wandeling, vond ik dit zomaar langs de weg: een 'zwijnestaart' = ijzeren staaf gebruikt in WOI voor prikkeldraadversperringen, na de oorlog hergebruikt door de landbouwers. Dit restant is wellicht in de gracht beland en bij het uitdiepen van de gracht, naar boven gekomen.

Bij een wandeling langs de dorpsrand, vond ik onlangs dit voorwerp zomaar langs de weg: een (deel van een) zwinestaart. Dit is een ijzeren staaf die gebruikt werd in WOI om prikkeldraadversperringen te plaatsen, als extra bescherming bij de loopgraven. Omwille van de krullen in de staaf, noemen de boeren dit een zwinestaart. Dit restant van zo’n staaf is wellicht ooit in de gracht beland en bij het uitdiepen ervan naar boven gekomen. De ijzeren staaf werd door de militairen – meestal ’s nachts – in de grond gedraaid en was heel moeilijk te verwijderen door de speciale vorm van de staaf, met de krul onderaan. De prikkeldraad zelf werd door de ‘ogen’ van de staven geschoven. Voor de oorlog was prikkeldraad weinig bekend in onze contreien. Na de oorlog werden de staven verzameld en gebruikt door de landbouwers om prikkeldraad als weide afsluiting te plaatsen en werd prikkeldraad een heel gewoon zicht. Recyclage vooraleer het woord werd uitgevonden! Voor de oorlog schermden natuurlijke heggen de randen af van een weide of akker.

Tuinhok gebouwd uit bunkerstenen
Van recyclage gesproken: midden in het dorp Wijtschate, vind je een verbindingsweggetje voor voetgangers tussen twee straten. Het weggetje heeft geen naam, voor zover ik weet. Ik wandelde er al honderden keren door. Langs de ene kant passeer je de achterzijde van de tuinen van de hoger gelegen straat. Bij mooi weer wapperen de drogende kleren aan de talrijke waslijnen. De bewoners van de andere kant proberen zoveel mogelijk het zicht op hun eigendom te verbergen met allerlei afsluitschermen. Er staan ook tal van tuinhokken langs het weggetje, in allerlei vormen en formaten. Ze dateren nog uit de tijd zonder strenge bouwvoorschriften.
Ik zie het al voor me: aanvraag voor het bouwen van een tuinhuis. Materiaal: betonnen bunkerstenen. Oorsprong materiaal: Duitse bunker uit de Eerste Wereldoorlog. Ouderdom bouwmateriaal: zowat honderd jaar. Jawel! In het weggetje staat zo’n tuinhok. Beresterk, inderdaad. De bunkerstenen zijn gemetseld in ‘zijlig’ waardoor je perfect de twee gaten kan zien in elke steen. De stenen werden gemaakt veilig weg achter de frontlijn en werden per wagon via een smalspoor naar het front vervoerd. De stenen werden als een prefab constructie gestapeld waar men de bunker wou en de gaten dienden voor de ijzeren staven die het geheel op zijn plaats hielden en zo voor extra versteviging zorgden. De bunkers werden na de oorlog ontmanteld waarbij de stenen hergebruikt werden voor bijvoorbeeld wegaanleg maar heel dikwijls ook door de landbouwers voor allerlei versterkingen aan gebouwen, toegangen tot akkers en het erf zelf. Logisch: de landbouwers die na de oorlog hun land opnieuw wilden bewerken, werden geconfronteerd met de honderden constructies in het landschap. Onmogelijk deze te laten staan en zo het land te bewerken.
Geen mens die er toen aan dacht met opzet een aantal oorlogsrelicten voor het nageslacht te bewaren. Laat staan dat men had kunnen verwachten dat zoveel jaren later elk overblijfsel uit de groote oorlog met veel aandacht zou worden bestudeerd tijdens de herdenkingsperiode rond honderd jaar groote oorlog.
Wie dus wil begrijpen hoe een Duitse bunker werd gebouwd, kan eenvoudig weg dit tuinhuis in Wijtschate gaan bekijken.

Geef een reactie

Required fields are marked *.