Article
0 comment

Op zoek naar de verdwenen zandgroeve

Uit het handgeschreven verslag van mijn grootvader Camille Tiersen

Uit het handgeschreven verslag van mijn grootvader Camille Tiersen

Ik heb het lang uitgesteld, naar de Zwarteberg rijden om te kijken waar die zandgroeve was die mijn grootvader vermeldt in zijn verslag over 100 jaar terug. Dat vind ik gemakkelijk, dacht ik. Een hap uit de berg. Grote steenblokken ergens langs de weg als getuige van toen. Een zanderige straat. Een infobord zoals er zoveel te vinden zijn over het verleden. Viel dat even tegen!
Niets. Geen enkel spoor. Ja, de Zwarteberg, le Mont Noir vanaf de grens, is een berg zoals wij de heuvels in ons vlakke land graag noemen, maar waar werd er zand en tijdens WOI zelfs stenen gewonnen voor de heraanleg van de wegen?

Bord in camping op Mont Noir (FR) - één van de weggetjes op de camping verwijst naar wat het vroeger was.

Bord in camping op Mont Noir (FR) – één van de weggetjes op de camping verwijst naar wat het vroeger was.

Er is een camping op de Mont Noir, de Franse kant van de berg dus. De camping ligt op de zuidelijke helling, mooi verscholen tussen het bomenrijk en voor een groot deel omringd door een hoge houten schutting. Zonder caravan of tent een camping binnen gaan: het is als naar een skioord trekken zonder ski’s, je hebt het liefst je eigen materiaal mee. Ik deed me voor als geïnteresseerde buitenlandse verblijfstoerist (vergeef me, campinguitbater, ik heb niets kwaads in de zin) om de camping te verkennen. Ik ben een ervaren kampeerder en herkende de vakantieplaats dadelijk als een terrassencamping. Voor wie op reis eerder een hotelkamer prefereert: zo’n camping is bijzonder aantrekkelijk want gelegen op een helling met prachtig uitzicht voor iedereen dank zij de vlakke standplaatsen in terrasstructuur, zoals rijstvelden, deze laatste op veel hogere bergen dan. Ik daalde goedgezind de verschillende echt wel sterk hellende laantjes af, als een speurhond sneller stappend omdat ik voelde dat ik mijn doel naderde. Als het regent is het hier gezellig, dacht ik. Helemaal beneden, vond ik wat ik zocht: een bordje met ‘Chemin de la Sablière’ (zie wat hoger). Ik had de locatie gevonden of toch op zijn minst de weg er naar toe.

En ik vond mijn hap uit de berg:

Hap uit de Mont Noir in de camping.

Hap uit de Mont Noir in de camping.

Ik ben geen landschapsexpert, maar geef toe dat een niveauverschil als dit er niet natuurlijk uit ziet. Zeker niet in onze contreien.
Ik was op de goede weg. De klim naar boven richting ingang camping, kostte me behoorlijk wat moeite op die warme augustusdag van 2016. Puf, puf, de Zwarteberg is steiler dan ik dacht.

Soms weet ik niet van ophouden. Een karaktertrek die thuis niet altijd wordt geapprecieerd. Maar een volhoudertje zijn, heeft ook zijn voordelen. Gesterkt door een frisse Orangina met 3 zalig grote ijsblokken – de ober van de camping wist verder niets extra te vertellen over de oorsprong van de camping – besloot ik de Mont Noir verder te exploreren. Op buitenlandse missie. Op 200 meter van de grens.

Huis aan de voet van de Mont Noir waar vroeger één van de groeves was.

Huis aan de voet van de Mont Noir waar vroeger één van de groeves was.

Helemaal beneden tegen de weg die naar Bailleul loopt, vond ik een huis met als naam La Sablière. Moet er nog zand zijn? Heb ik het gevonden of niet? Spijtig, de bewoners waren niet thuis, wie weet ga ik ooit nog eens terug.
Heel dicht bij het huis ligt een Commonwealth War Graves Commission begraafplaats. Mont Noir Military Cemetery. Met Britse en Franse soldaten. Ik informeerde me inmiddels bij de Commissie (bedankt Nele!) en ontving gedetailleerde info. De begraafplaats werd aangelegd tussen april en september 1918. De belangrijkste zin uit het document is voor mij echter:
‘The cemetery covers an area of 1,573 square yards, and it is enclosed by a low rubble wall. It lies in a disused sandpit.’

Mont Noir Cimetière, St. Jans Cappel, FR

Mont Noir Cimetière, St. Jans Cappel, FR

De begraafplaats ligt dus in een buiten gebruik gestelde zandput oftewel zandgroeve. Waar mijn opa Camille stenen kapte als tiener in 1916. Als broodwinning.

Niet lang daarna, leerde ik toevallig mensen kennen uit St. Jans-Cappel. Colette en Pascal. Heel sympathieke mensen. Colette is afkomstig uit Heuvelland en spreekt na vele jaren op Franse bodem te hebben gewoond, nog altijd sappig Vlaamsch. In St. Jans-Cappel is het oud Vlaamsch nog levendiger dan ik dacht. Ik ben op hun uitnodiging inmiddels naar een evocatie over WOI op de Zwarteberg geweest. In het Frans en het Vlaamsch. Schitterend!
Colette bracht me in contact met Jean, eveneens van St. Jans-Cappel die veel over de Sablières weet, want hij heeft er nog gewerkt in het bos, coupes de bois zoals hij het noemt.
Jean heeft me geschreven dat er twee groeves waren op de Zwarteberg: een zandgroeve op de route naar Bailleul en een kleinere groeve op de weg van de Mont Noir naar St. Jans. Het zand was niet goed genoeg om er ook maar welke constructie dan ook mee te maken, wist hij me te vertellen. Dank aan Jean voor al de uitleg alsook zeker voor de vele kopies van postkaarten die hij me doorstuurde. Dank ook aan mijn collega Herman, al jarenlang postkaartverzamelaar, voor de kwaliteitsvolle beelden.
Tot zover mijn verslag over de zandgroeve. Weeral een stukje aan de puzzel toegevoegd. Het algemene beeld komt in zicht. Op naar het volgende puzzelstukje: Westouter en gehucht De Brieke.

Voor liefhebbers van oude foto’s, hier volgt een mini collage ‘La Sablière du Mont Noir’.

Sablière Le Mont Noir, FR

Sablière Le Mont Noir, FR

dambre-herman-sabliere-2

Sablière Mont Noir, bemerk de lastdieren rechts

Cimétière Mont Noir in aanbouw in de Sablière

Cimétière Mont Noir in aanbouw in de Sablière