Article
0 comment

Een landkaart met enkel spoorlijnen, en één enkel stadje onderlijnd, zo begon mijn zoektocht

Kaart Frankrijk Camille

Kaart van Frankrijk met enkel de spoorwegen. Het stadje Melle is met potlood onderlijnd. Deze kaart bewaarde Camille zijn leven lang.

Beste blog-lezer(es)
Sluit je ogen – nadat je deze paragraaf hebt gelezen uiteraard – en beeld je in: je bent een jongen van zestien, je verhuist al meer dan drie jaar van hier naar daar want het is oorlog en je huis, zelfs je hele dorp – dat heb je inmiddels horen vertellen – is kapot. Je kan niet meer naar school en in plaats daarvan doe je klusjes. Je ouders en je oudere zusjes werken, ze nemen elke karwei aan opdat jullie geen honger zouden hebben. Plots word je verplicht te vertrekken omdat het nog gevaarlijker wordt in de streek, een nieuw offensief begint en de plaats waar jij op dat moment als vluchteling verblijft, wordt rechtstreeks bedreigd. Het hele gezin wordt op de trein gezet, waar je gelukkig niet alleen bent: alle wagons (beestenwagons!) zitten vol vluchtelingen, zo’n 1200 in totaal.
Zelfs pastoor Achiel Van Walleghem uit Dikkebus is mee met de trein, de pastoor die zo dicht en zo lang mogelijk bij zijn dorp bleef en een dagboek bij hield over het gebeuren. Ook hij moet uiteindelijk weg, hij reist mee als aalmoezenier van de vluchtelingen. Jawel, het vertrek en de reis met de trein wordt in zijn dagboek uitgebreid beschreven! Noch je ouders, noch jijzelf, weten waarheen de rit jullie zal brengen.
O ja: het is lente, het is april 1918. De vierde Slag bij Ieper gaat beginnen.

Men kan het zich niet inbeelden
De trein vertrok uit Abeele (FR) en reed via Rouen – waar pastoor Van Walleghem uitstapte en ruime tijd verbleef – richting Zuid-Frankrijk.

Marktplein Melle

Marktplein Melle 2015

De eindbestemming van de 16-jarige – mijn opa Camille – was uiteindelijk Melle, een Frans stadje dat nu zo’n 4.000 inwoners telt. Melle ligt op ongeveer 650 km van Ieper, ter hoogte van Niort. Men kan het zich niet inbeelden: hoe het moet hebben gevoeld in een wildvreemde stad toe te komen alwaar er van je verwacht wordt een nieuw leven op te bouwen, al dan niet tijdelijk.

Begin september was ik in Melle! Ik wilde eindelijk wel eens zien waar mijn

De hallen van Melle op het plein. Gebouwd in . Camille moet er ontelbare keren voorbij zijn gewandeld.

De hallen van Melle op het plein. Gebouwd in 1903 . Camille moet er ontelbare keren voorbij zijn gewandeld want het is vlak bij hun woning.

familie heeft gewoond. Wachten tot 2018 – exact 100 jaar later – zou hoogst onbeleefd zijn geweest tegenover de mensen in Melle die een en ander voor mij opzochten. En ik wilde ook ter plaatse gaan kijken om uit te zoeken waarom ze zijn teruggekeerd. Het heeft misschien niet veel gescheeld, of Camille ontmoette er een Frans meisje en bleef er wonen. Maar zoals je ziet: deze blog is in het Nederlands, ze namen dus wel degelijk later de draad weer op in hun dorp Wijtschate, ruim na het einde van WOI.

Het verdwenen spoortraject
Even dacht ik eraan met de trein naar Melle te reizen, letterlijk in de (voet)sporen van mijn grootvader. Met de trein geraak je er echter niet meer: waar de sporen liepen, loop je nu enkel joggers tegen het lijf. Het kleine station is gesloten en de spoorlijnen zijn vervangen door een wandelpad. Ik vond héél gemakkelijk het oude station van Celles-sur-Belle terug, door Camille uitgebreid beschreven in zijn vluchtverhaal. Bij dat station, net voor Melle, werd namelijk eindelijk duidelijk voor hen waar ze naar toe gingen.

Celles-sur-Belle, aan elk station hangt de naam, ook nog te zien in 2015

Celles-sur-Belle, aan het oude stationsgebouw hangt nog het naambordje dat de reizigers duidelijk maakte in welk station ze waren.

Aan de Rue de la Gare (zie je? gemakkelijk te vinden!) in Celles-sur-Belle is het oude stationsgebouw omgevormd tot de lokale muziekschool. Om 100% zeker te zijn, heb ik navraag gedaan bij de plaatselijke toeristische dienst, tevens toegang van de mooie abdij van Celles-sur-Belle. De jongeman aan de balie bevestigde me dat er inderdaad muziek wordt gespeeld waar ooit het station was. Een 8-tal km voorbij dit stationnetje, ligt Melle.

Vroegere station van Celles-sur-Belle

Vroegere station van Celles-sur-Belle, nu de lokale muziekschool

Celles-sur-Belle, la gare, 2015

Celles-sur-Belle,  2015

 

 

 

 

 

 

 

Waar woonden ze?

Melle, Rue Saint Jean

Melle, Rue Saint Jean 2015

De innerlijke mens versterken is ook nodig.

De innerlijke mens versterken is ook nodig bij het speuren naar de geschiedenis van je voorouders.

Camille woonde in de Rue Saint Jean te Melle. Dat weet ik via de overlijdensakte van zijn zus Zoë (lees verder op de blog). De smalle straat ligt net achter het marktplein, dus pal in het centrum van de kleine stad. De huizen zijn typisch Frans: gecementeerd, beige of lichtroze van kleur.  Ik kan me absoluut niet voorstellen dat mijn grootvader met zijn ouders daar heeft gewoond. Camille, een honkvaste Wijtschatenaar, je kreeg hem met moeite een halve dag het dorp uit!
Spijtig genoeg ken ik het huisnummer niet van hun toenmalige woonst. Het heeft ook niet geholpen zowat twintig keer heen en weer te stappen door de straat: mijn opa was een brave jongen en heeft geen teken voor zijn nakomelingen nagelaten.
Geen graffiti op de muur of inkerving in een steen met ‘Ha! Je hebt het dan toch gevonden!’
Uiteindelijk heb ik het opgegeven te raden welk huis het zou zijn geweest en ben ik uitgeput op het terras neergestreken aan het eind van de straat. Geroosterde kip met een puree van zoete aardappelen, heel lekker. Ik had aanvoer van energie nodig, want het doet je toch wat, zo ver van huis, helemaal alleen in een ongekende omgeving rond te lopen, op zoek naar sporen van je voorouders.

Melle, Rue St Jean, maar welk huis?

Melle, Rue St Jean, maar welk huis?

Basisbehoefte: werken, een inkomen
De vader van Camille – Severin – was veldwachter in Wijtschate vooraleer de Groote Oorlog begon. In Melle werd hij entonneur in de lokale fabriek. Vrij vertaald: tonnenvuller.

Fabriek waar Severin werkte

Fabriek waar Severin werkte, oud gedeelte, foto 2015

De fabriek bestaat nog maar is uiteraard een totaal andere fabriek. Voor en tijdens de oorlog was het een distilleerderij van alcohol uit bieten. Tijdens de oorlog werd ook aceton geproduceerd in de fabriek, gebruikt door het Franse leger. Op vandaag is de fabriek uitgegroeid tot een chemische fabriek. In het voorbijrijden van de huidige fabriek, ten Noorden van Melle, kon ik nog een glimp opvangen van een oud gedeelte. Severin kon van de Rue St. Jean te voet naar het werk, het is maximum 2 km stappen.

Camille zelf werkte op verschillende boerderijen, waar hij bijvoorbeeld bieten kapte op het land. Later – naarmate hij ouder werd – verzorgde hij zelfs een heuse veestapel met 46 ossen. De dieren werden ook al gekweekt voor het Franse leger. En nog later ging hij mee met zijn vader naar de fabriek.
Zijn oudere zus Hélène werkte de hele tijd bij een slager. De boerderijen waar Camille werkte, heb ik niet met zekerheid terug gevonden. Spijtig dat hij geen straatnamen noteerde in zijn vluchtverhaal, wellicht wist hij deze niet meer toen hij aan 79-jarige leeftijd het verhaal neerpende.
Zijn tweede zus Zoë zorgde voor twee oudere dames. En het jongste zusje Anaïse werd koeienwachtster. Melle is op vandaag – behalve de grote fabriek – nog altijd een landbouwgebied. Misschien had Melle zich kandidaat gesteld om vluchtelingen op te nemen, omdat er veel werkkrachten in de landbouw nodig waren.

De moeder van Camille werkte een paar dagen per week bij de ‘sous-prefect’. Een ‘sous-prefectuur’ is een administratieve eenheid binnen een departement (bij ons vergelijkbaar met een arrondissement). Toen ik mij aanmeldde bij het stadhuis van

Bordje aan stadhuis van Melle: tijdens WOI huisde hier de sous-prefect

Bordje aan stadhuis van Melle: tijdens WOI huisde hier de sous-prefect

Melle – waar ik een afspraak had met de medewerker die me geholpen heeft een en ander terug te vinden (ik heb hem uiteraard uitvoerig en met een passend geschenkje met typisch Belgisch producten bedankt) – en dit bordje naast de hoofdingang las, sprong ik net geen gat in de lucht. In dat gebouw – nu het stadhuis – werkte mijn overgrootmoeder! Een vondst zonder opzoekwerk werd me zomaar voor de voeten gegooid, straf!

Sous-prefecture tijdens WOI

Sous-prefecture tijdens WOI, sinds 1930 het stadhuis van Melle

Het trieste verhaal van Zoë
Eén van de zussen van Camille stierf tijdens hun verblijf in Melle aan de Spaanse

Eglise Saint Pierre, Melle

Eglise Saint Pierre, Melle

griep, dit op 20 oktober 1918, een paar weken voor Wapenstilstand dus. Ze werd begraven in Cimetière Saint-Pierre, een paar honderd meter van hun woonplaats. Het kerkhof ligt op de helling bij Eglise Saint-Pierre, een fraaie Romaanse kerk, één van de drie kerken van Melle.
De medewerkers in het stadhuis van Melle gaven mij een plan mee van de indeling van het kerkhof, waarmee ik het oorspronkelijke graf van Zoë zou kunnen terugvinden. Grafplaats 483.

Cimetière Saint-Pierre, Melle

Cimetière Saint-Pierre, Melle

De begraafplaats is gestart halfweg de 19de eeuw. Het grootste deel van de grafconcessies is al ruime tijd verlopen. Bij de meeste grafmonumenten – of wat er nog van over blijft – staat een bordje dat het graf zal ontruimd worden, als de familie niet binnen x aantal tijd reageert. Als je deze begraafplaats binnenstapt, bekruipt je dan ook onmiddellijk een beklemmend gevoel: het uitzicht is van een intense droefheid, zelfs onder een stralend blauwe hemel. Ik had heel wat tijd nodig om de locatie te vinden van het graf van Zoë en ronddwalen tussen deze graven is behoorlijk deprimerend.
Uiteindelijk vond ik het graf, van de tante die ik nooit heb gekend. Als eerste familielid, stond er sinds 1920 eindelijk weer iemand van de familie bij haar graf. Tot mijn schande besefte ik dat ik niet eens een bloemetje mee had, zo intens was ik bezig geweest met allerlei plaatsen in Melle te zoeken. Het zijn uiteindelijk wat veldbloemen geworden. De plaats waar Zoë is begraven, is inmiddels ingenomen door een volgend graf.

Rustplek Zoë Tiersen

Rustplaats Zoë Tiersen te Melle

Het was niet al kommer en kwel

Cinema Melle, 2015

Cinema Melle, 2015

Eén van de eerste gebouwen die ik zag in Melle, was de plaatselijke bioscoop. Een mooi modern gebouw, leuk: een bioscoop in zo’n kleine stad. Uit het vluchtverhaal van Camille, wist ik dat hij soms op zondag naar de cinema ging. Hij schreef: ‘De zondag getrooste ik mij met naar de cinema te gaan, alzo tot de terugreis naar België, zijnde de 26 april 1920.’  Was dit moderne gebouw op dezelfde locatie geplaatst als waar Camille indertijd naar een zwart wit film ging kijken, naar een stomme film met Charlie Chaplin bijvoorbeeld?  Aan de ander kant van de stad, had ik al een mooi gebouw met gemengd klassieke gevel opgemerkt, en mijn oog was op dit detail gevallen: een Sonnette de nuit. Welk gebouw heeft een nachtbel? Een hospitaal?

Nachtbel Ancien Hôpital

Nachtbel Ancien Hôpital

Het ging inderdaad om het oude hospitaal. De medewerker van het stadhuis vertelde me dat tijdens WOI het hospitaal eerst werd gebruikt om vluchtelingen op te vangen en later ook om films te vertonen.

Gevel Ancien Hôpital, Melle

Gevel Ancien Hôpital, Melle, waar tijdens WOI films werden vertoond

Men mag het muntstuk niet altijd bekijken al de goede kant
Deze zin of is het eerder een zelf uitgevonden spreekwoord, schreef Camille neer als een soort samenvatting over hun verblijf in Melle. Hij bedoelt hiermee dat ze weliswaar ver weg van huis waren, maar werk en huisvesting hadden, en dat het al bij al nog mee viel (los van de dood van Zoë uiteraard).
In vergelijking met de andere plaatsen waar ze tot 1918 verbleven, was Melle de beste plek. Met grote dank dus aan de Mellois, zoals de inwoners van Melle worden genoemd.
Uiteindelijk keerde het gezin naar België, naar Wijtschate terug, waar Severin, de vader van Camille, zijn ambt als veldwachter weer opnam. Hij had maar een paar jaar meer te gaan tot aan zijn pensioen. Camille volgde later zijn vader als veldwachter op. Ik heb als kleindochter wellicht zo wat ‘speurdersgenen’ geërfd.
Mijn ‘speurtocht’ naar en in Melle leverde voldoende resultaat op, ik ben heel tevreden over mijn bezoek. En heb nu een bijzondere band met een stadje in Frankrijk, zo’n 650 km van hier.