Article
2 comments

De Nieuwjaarsbrief

De Nieuwjaarsbrief, 1969

Nieuwjaarsbrief, model 1969

Het is een Vlaamse traditie, de Nieuwjaarsbrief. Laat in de herfst was er allereerst het kiezen. De diverse modellen met hun respectievelijke prijzen werden voorgelegd op school en thuis besproken. En dan, in de laatste weken voor Nieuwjaar kwam hét plechtig moment: het schrijven zelf op school in klasverband. Een aantal uren van zichzelf bewijzen voor wie al vlot kon schrijven, een moment van zwoegen en zweten voor de minder vlotte schrijvers. Aan het aantal Nieuwjaarsbrieven bij je medeleerlingen kon je weten van wie de grootouders nog leefden, alsook de meter en de peter. Op zijn minst werd er één Nieuwjaarsbrief neergepend – wie er slechts één had dat vonden we triest – voor de ouders of moeder of vader. De leerkracht sprak de klas streng toe want het schrijven diende onmiddellijk foutloos te gebeuren. Herbeginnen was geen optie want je had het gewenste aantal Nieuwjaasbrieven op voorhand doorgegeven, soms wel met een reserve exemplaar, maar niet elke brief kon je herbeginnen. Stilte in de klas, er werd een nieuwe vulling in de pen gestopt, en wie de brief zonder fouten of vlekken afwerkte, slaakte een zucht.
Op Nieuwjaarsdag gingen we op bezoek bij Peter en Meter, alsook bij de grootouders. De brief werd bovengehaald. Het was voor velen stresserend, een soort optreden bij de eigen familie, een soort test of je wel in staat was een tekst behoorlijk voor te lezen. Hoe dan ook, de brief werd beloond met een geschenkje: meestal geld – je peter of meter stak je zijn of haar gesloten vuist toe en stopte een propje geld in je kleine kinderhand – of je kreeg een pakje. Liefste peter, liefste meter, hoe meer dat je geeft, hoe beter was het rijmpje dat de ronde deed maar dat niemand bij peter of meter zelf durfde uitspreken.
Ik wens de lezers van Mijngrooteoorlog veel geluk en rijke zegen en ik probeer om flink te zijn en in 2015 nog heel wat uit te zoeken over het vluchtverhaal van opa alsook peter Camille.

Nieuwjaarsbrief 1969, eerste leerjaar, Wijtschate

Nieuwjaarsbrief 1969, eerste leerjaar, Wijtschate

 

Article
0 comment

Het verhaal van de schoenen en de paardengeleider

Steenvoorde – start van het boerenleven

Begin december 1914 trekt het gezin te voet weg uit Westouter. Camille beschrijft de weg die ze volgden: via de Boeschepestraat over de Boeschepeberg naar de Catsberg, vervolgens naar Godewaersvelde om aan te landen aan de kerk van Steenvoorde. Eglise Saint-Pierre SteenvoordeDe vluchtelingen werden verzocht te overnachten in de kerk, maar Severin – de vader van Camille – ging op zoek naar een betere slaapplaats en ze brachten de nacht door in café De Zon. Waar dit café met zo’n Vlaamse naam zich bevond, heb ik (nog) niet kunnen lokaliseren. ’s Anderendaags waren de andere vluchtelingen al vertrokken uit de kerk. Het was zondag en Léonie – moeder van Camille – ging naar de hoogmis, waar ze een boerin ontmoette die ze nog kende van vroeger. De boerin die toen in Steenvoorde woonde, bood hen een woonplaats aan omdat haar man bij het leger was en ze hulp kon gebruiken. Camille schreef weinig namen op van de mensen waarbij ze verbleven maar om een onbekende reden herinnerde hij zich wel de naam van deze boer. De straatnaam wist hij ook nog. Zou die boerderij WOI hebben doorstaan? Ik kreeg spoedig antwoord op mijn vragen aan en van het stadhuis van Steenvoorde: jawel, de boerderij bestaat nog, en is zelfs nog steeds in handen van dezelfde familie! Camille vertelde het zo:

Uit het vluchtverhaal van Camille Tiersen

Uit het vluchtverhaal van Camille Tiersen

Boerderij Steenvoorde

Boerderij Steenvoorde

December 1914 – bezoek boerderij Steenvoorde
Het deed heel vreemd om een erf op te rijden, wetend dat mijn grootvader er als twaalfjarige heeft verbleven. Ik zag dadelijk dat de boerderij de tand des tijds heeft doorstaan. Of anders geformuleerd: dat er weinig of geen verbouwingen aan de vierkantshoeve zijn uitgevoerd, of toch niet bijster veel sinds de groote oorlog. De bewoonster opent de deur na mijn geklop en luistert verbaasd naar mijn verhaal. Dat een Belgische op zoek gaat naar het WOI verleden van haar grootvader, dat kan ze niet vatten. Het is allemaal zo lang geleden. Jeanne-Marie, bijna negentig jaar, heeft de Tweede Wereldoorlog mee gemaakt, en kan daar veel meer over vertellen. Ze nodigt me uit in de woonkamer, waar ik op mijn beurt verbaasd om me heen kijk: hier staat de tijd echt stil, en ik zie in gedachten Camille in de kamer rondwandelen. Kachel boerderij SteenvoordeMisschien een beetje veel fantasie want wie weet mochten de vluchtelingen zelfs niet in huis komen.
Jeanne-Marie is een spraakwaterval. Bij mijn eerste bezoek blijf ik twee uur aan haar tafel geplakt en vertelt ze me zo goed als haar hele leven. Wat een vrouw! Bijna negentig jaar en zo graag vertellen. Hier en daar begrijp ik een woord of een zinsnede niet – tenslotte gaat dit hele bezoek in het Frans door – maar ik ben wel mee in het verhaal. Ze is opgegroeid in Halluin (FR) bij Menen en ging als jong meisje met de tram naar Kortrijk, om te dansen in de Palace. Ze herinnert zich zeker nog dat haar schoonouders vertelden over vluchtelingen op de boerderij. Maar dat was voor haar tijd: zij kwam pas na de Tweede Wereldoorlog op de boerderij in Steenvoorde wonen, toen ze huwde met de zoon. Boerin Fernande, waarbij Camille en het gezin tijdens de oorlog logeerden, bleef haar hele leven mee-wonen en werken op het hof. De boer, die soldaat was in de groote oorlog en later schoonvader van Jeanne-Marie, kwam na de oorlog gezond en wel terug naar Steenvoorde, boerde verder en overleed een aantal jaren eerder dan zijn echtgenote.
Ik neem afscheid en beloof Jeanne-Marie haar nog eens te bezoeken, wat ik effectief deed.
Jeanne-Marie is blij me te zien. Ze is opnieuw oprecht verwonderd dat ik het nog altijd volhou, mijn zoektocht naar het verleden. Ik voel me al wat meer thuis op de boerderij, en durf haar al eens te onderbreken met als doel misschien toch een herinnering bij haar los te weken die een connectie maakt met de vluchtelingen die zij nooit heeft ontmoet. En het lukt! Op mijn vraag waar ze denkt dat de vluchtelingen zouden hebben overnacht op het hof, twijfelt ze niet lang. Ze vertelt over de grote zolder, met slechts één afgescheiden ruimte: de kamer van de paardengeleider.
Dat ze het over de paardengeleider heeft, kan toeval zijn, maar toeval of niet: ik heb mijn link met het verblijf van Camille want hij schreef een uitgebreid verhaal over de paardengeleider op de boerderij! Je kan het hier lezen:
Camille boerderij Steenvoorde 2Camille boerderij Steenvoorde 3Door het ‘onverschil’ van mijn overgrootvader met de paardengeleider, kan ik opnieuw op zoek, en dit naar hun volgende verblijfplaats…
Jeanne-Marie wil nog niet op de foto, later misschien. Ze laat zich niet graag fotograferen. Haar huiskat mag wel op de foto, maar laat zich net als haar bazinnetje moeilijk strikken. Uiteindelijk zit het diertje twee seconden stil en heb ik mijn foto van de mooie beige-zwart gestreepte kat.

Franstalige kat

Franstalige kat

 

 

Article
0 comment

Dans les champs de Flandres-

Vierde etappe vlucht Camille ~ over de grens: van Westouter naar Steenvoorde

Uit het vluchtverslag van Camille Tiersen

Uit het vluchtverslag van Camille Tiersen

Het is december 2014 en ik heb een dilemma: Camille schrijft in zijn vluchtverslag dat hij in 1915 het Heilig Vormsel kreeg in Westouter, maar hij vermeldt niet in welke maand. Vervolgens schrijft hij dat de vluchtelingen in Westouter bevel kregen om verder te trekken. Is dit qua tijdslijn correct?
Er is namelijk ook nog dat stuk papier dat ik heb geërfd, op het eerste zicht een gewoon kladpapier, waarvan je verwonderd kan zijn dat het generatie na generatie bij de familiedocumenten bewaard is gebleven. Op dat stuk papier heeft Camille in potlood de chronologische volgorde van hun vluchtroute genoteerd, zonder veel detail. Volgens dat document zou het gezin van Camille eind 1914 verder getrokken zijn over de grens tot in Steenvoorde, om later terug te keren naar Westouter. Omdat Camille deze notities veel vroeger in zijn leven neerkrabbelde dan zijn vluchtverhaal, hecht ik er veel belang en juistheid aan. Hij vernoemt zelfs de familienaam van een boer in Steenvoorde waar ze verbleven, met de straatnaam er bij! Het ultieme bewijs dat hij dit neerpende toen hij nog meer details uit zijn geheugen kon putten. December 2014 is dus het moment om de volgende etappe te stappen. Het kan de foute maand zijn waarin ik de etappe stap. Maar ze stapten die route elk geval. Van Westouter naar Steenvoorde, een 16 tal km!

De buren dichter dan gedacht
Ik start dus in Westouter en neem de Boeschepestraat. In november deed ik al een poging de route met de auto te rijden. Ik reed toen hopeloos verkeerd door de dikke mist want me oriënteren op de bergen was geen optie die dag. Te voet ben ik beter gewapend: ik heb de wandelknooppuntenkaart mee, met de opeenvolgende te volgen nummers netjes op een papiertje genoteerd én vooral: er is geen mist.
December en nog vruchtbare akkersNet buiten het dorp zie ik aan de linkerkant nog gewassen op de akkers, die ik tot mijn spijt niet herken, ik ben dan toch minder de plattelandsbewoner dan ik dacht te zijn.
De Zwarteberg schemert in de verte aan de horizon.  Ik heb me al dikwijls afgevraagd welke weg vluchtelingen volgden: waren ze ingelicht over de te volgen route? Stapten ze zoveel mogelijk rechtdoor? Ik neem aan dat de bergen in deze fase een rol hebben gespeeld. Ze zijn prominent aanwezig in het mooie landschap rondom mij. Ik ga dus zoveel mogelijk rechtdoor, in de richting  van de hoogst zichtbare berg, de Catsberg, en ploeter via onverharde, modderige veldwegels verder weg richting Frankrijk. Het verhaal van Camille zal me een paar Als wandelaar de ruiterroute volgen is niet altijd een goed ideewandelschoenen kosten, zoals je hiernaast kan zien. Ik ben toevallig naast de knooppunten ook de ruiterroute aan het volgen en dat blijkt voor een wandelaar geen al te goed idee. Wat verder hoor ik plots het klotsend geluid van het flesje water dat ik mee heb in mijn rugzak. Denk ik …
Tot het klotsend geluid aanzwelt en ik me in een reflex omdraai om net op tijd te zien dat ik beter een stapje opzij zet voor de ruiters die in galop mijn richting uit komen.
Ruiters langs het Ruiters padDouaniers kom je in dit grensgebied niet meer tegen. Dat elk land graag zijn eigen karakter behoudt, merk je echter dadelijk zodra je de grens over bent: het bordje met de wandelknooppunten verandert plots in een andere vorm en heeft een andere kleur rood en zo stel ik vast dat ik de onzichtbare landsgrens ben gepasseerd.
Ik stap iets verder voorbij hoppestaken in wintertooi, zonder hopperanken dus. Op oude foto’s die dateren uit de jaren voor de oorlog, bemerk je nog heel wat hoppevelden rondom Westouter. Wie graag eens snel neust in oude postkaarten, kan hier klikken: http://www.westhoekverbeeldt.be-Westouter
In the middle of nowhere, zie ik een eerste mogelijke stopplaats maar ik ben in goede vorm Wegwijzer auberge Hommelhof– bovendien is de zaak nog niet open – en wandel gezwind door. Nadat ik een camping à la ferme ben voorbij gewandeld – heel net en verzorgd overigens – zie ik het topje van een kerktoren. Op de kaart lees ik dat dit Berthen is. Ik klim en ik daal af langs de rustige landelijke wegen en leer een nieuwe berg kennen: Mont Kokereel. De tocht is behoorlijk lastig omwille van het heuvelachtige landschap en het is ook niet bijster warm.

Ongevaarlijke jager

Ongevaarlijke jager

Ik hoor de hele ochtend al jagers in de verte.Het past wel bij mijn missie die dag: hoogstwaarschijnlijk hoorden Camille en zijn familie ook wel geschut achter zich. Camille spreekt in zijn vluchtverslag van de Boeschepeberg. Ik heb mijn route zodanig uitgestippeld dat ik er voorbij kom. Ook alweer een behoorlijke klim.
De antenne die de Catsberg al jarenlang typeert, komt inmiddels dichter en dichterbij in het landschap. Ik beklim de Col de Berthen, 109 meter staat er op een bord langs de weg. Hoog of ver? Iets verder moet een mountainbiker in ieder geval van zijn fiets springen om het laatste stuk van de col te voet af te leggen.

Reizigers uit alle tijden worden verwelkomd aan een kapel op de Catsberg

Reizigers uit alle tijden worden verwelkomd aan een kapel die zich bevindt in de helling richting Catsberg

De abdij bovenaan de Catsberg ligt er zoals steeds rustig bij. Alhoewel, het middaguur is net verstreken en uit de ijzeren poort die de toegang afsluit, stromen een groot aantal misgangers naar buiten, die de zondagse kerkdienst in de abdij hebben bijgewoond.
Rechts van die poort is er een kleine kerk, vrij toegankelijk. Uiteraard neem ik er een kijkje. Op een tafel, rechts van de ingang, lees ik een Franstalig gedicht. Na de eerste regels heb ik het door: het is In Flanders Fields van John Mc Crae, een versie van Jean Pariseau. Ik heb inmiddels opgezocht wie Jean Pariseau is: een Canadese  militair-vliegenier, actief na de Eerste Wereldoorlog. Hij werd later militair historicus en vertaalde het beroemde gedicht van de Canadees John McCrae. Aan de abdijmuur buiten, rechts van de kerk, worden Canadese troepen herinnerd die waarschijnlijk de Catsberg bevrijdden. Logisch dus dat de Frans Canadese versie van het gedicht in het kerkje een bijzondere plaats heeft gekregen.
Hier eindigt deze etappe. Ik geraakte (nog) niet in Steenvoorde. De volgende keer dat ik de etappe probeer moet ik vroeger opstaan, minder kleren mee zeulen, een stevige picknick mee nemen en vooral volhouden natuurlijk. Ik beschouw deze dag als een training voor de vierde etappe. Denk echter niet dat ik aan het slabakken ben, 16 km stappen is echt wel ver voor me. En ik kijk al uit naar zondag 14 december. Die dag heb ik afspraak met de schoondochter van de landbouwer in Steenvoorde waar Camille in 1914 of 1915 verbleef. De dame is 95 jaar.

In Flanders Fields, vertaald door Jean Pariseau, Franstalig Canadese militair en historicus

In Flanders Fields, vertaald door Jean Pariseau, Franstalig Canadese militair en historicus