Article
0 comment

Geen bergen te zien

Op Allerheiligen wandelden we nog uitdagend zonder jas, alsof de nazomer eindeloos ging duren. November doet inmiddels een inhaalbeweging, met mistbanken ’s morgens die de ochtend veel te lang laten duren en pakken grijs die laag boven ons blijven hangen. Het was op zo’n dag dat ik besloot de volgende vluchtetappe van opa Camille met de wagen te rijden. De volgende wandeltocht gaat namelijk over de grens met Frankrijk. De weg die Camille en zijn gezin te voet aflegden, stap ik ook. Niets belet me natuurlijk op verkenning te gaan vooraf. Ik had echter de verkeerde dag gekozen.
De Boeschepestraat in Westouter, die straat vond ik gemakkelijk terug. Met de Michelin gids naast me, probeerde ik me wat verder goed te oriënteren want ik zou dadelijk over de grens rijden. Camille schreef in zijn vluchtverslag dat ze stapten naar de Boeschepeberg. Van die berg had ik nog nooit gehoord. Mijn oriënterend vermogen ging letterlijk de mist in. In de akkers en weilanden langs de weg zag ik amper 50 meter van de rustende aarde of van de graszoden. Wat verder ging de weg toch omhoog, misschien had ik de bewuste berg toch gevonden. Hoger en hoger ging het, met de mistlampen aan, de ruitenwissers soms nodig voor de neervallende druppels op de voorruit. Een parking, een groot gebouw doemde op rechts van me. Ik herkende de abdij, ik bleek al op de Catsberg te zijn!
Oeps, te ver. Ik parkeerde de auto en zag dat de helling vlakbij steil naar omlaag ging. Van mooi uitzicht echter geen sprake. Er brandde licht in de abdij. Het bleek het licht van de abdijwinkel te zijn. Ik besloot even te gaan kijken. Drie druk pratende dames achter de toonbank begroetten me, en Français uiteraard. Wat een winkel! Lectuur, dvd’s, beeldjes en prullaria, kerstartikelen, ik kon wel een half uurtje rondneuzen. Uiteindelijk stapte ik buiten met een zakje ontbijtgranen, geproduceerd door een abdij ergens ver weg in Frankrijk. Als dat niet gezond zou zijn!
Ik daalde met de auto rustig de andere kant van de Catsberg af. Wat een pittoreske huisjes! Met wat minder smog zou ik zelfs de tuinen kunnen zien. Het werd dus inderdaad nog mistiger. Godewaersvelde zocht ik, terwijl ik plots zag dat ik in Meteren was beland. Terug en gepasseerd langs Berthen. Ook dat komt later in het verhaal voor, maar daar moest ik nog niet zijn. Ik besloot om te keren en vroeg me af hoe ik de tocht te voet zou kunnen volbrengen, als ik het nog niet eens met de auto kon. Los van het feit of ik in staat ben zoveel kilometers na elkaar te stappen op één dag.
Resultaat: de Heuvellandse wandelknooppuntenkaart gekocht. Aan de hand van die kaart kan ik de weg stap per stap, nou ja: weg per weg of wegel per wegel uitstippelen. En ik zal de etappe niet stappen in de mist. Het is wachten op een stevige novemberwind of misschien wel op december, de maand die soms de eerste rustige koude van de winter brengt. Zonder mist.

Article
0 comment

De kroon die ik zocht

Taverne De Kroone, drink drive-in De Kroon, feestzaal De Kroon, café en restaurant De Kroone, tot zelfs een discotheek De Kroon. Honderden horecazaken hebben in de loop van de eeuwen de naam van het koninklijk hoofddeksel aangenomen.
Maar waar ligt of beter lag, De Kroone in Westouter? Vluchtelingen overnachtten er tijdens de groote oorlog. Onder hen mijn overgrootouders. Na veel rondvragen en geduldig op het resultaat wachten, kreeg ik gisteren de bevestiging van de plaats waar De Kroone zich bevond in het dorp.
Net op tijd gevonden, want eind november 1914 trok mijn overgrootvader over de grens met zijn gezin, verder weg van het oorlogsgevaar.
Je me prépare pour la recherche le mois suivant dans le Nord de la France!
Lezen hoe ik herberg De Kroon vond? Op de pagina: Op de vlucht 1914-1915, klik hier en lees over De Kroon, derde etappe van de vlucht.

Article
1 comment

Sütterlin

Het handschrift van sommige mensen is goed leesbaar, zoals dat van mijn collega K. Andere mensen schrijven haast onleesbaar, zoals ik wel eens in mijn haast durf te doen.  Leonardo Da Vinci was linkshandig en schreef altijd in spiegelschrift.
Ik heb een aantal Duitse postkaarten uit 1915 in mijn bezit en het handschrift is zo goed als onleesbaar. Ik begrijp er niets van – letterlijk. Heel frustrerend voor iemand die beweert van andere talen te houden.
Tot dorpsgenoot José Depover me aansprak over Sütterlin. José is uitstekend op de hoogte van het (WOI) verleden van Wijtschate en hij volgt deze blog van tijd tot tijd. Op de pagina over Wijtschate, is een postkaart opgenomen met Duits handschrift. José vertelde me dat het handschrift geschreven is in Sütterlin. Sutter? Wat? Nog nooit van gehoord!
Sütterlin is een handschrift, ontworpen door de Berlijnse graficus Ludwig Sütterlin en onderwezen in Duitsland van 1915-1941. Wie het handschrift niet kent, kan het Duitse woord dat in Sütterlin is geschreven moeilijk lezen, terwijl de spelling nochtans dezelfde is.

Ik heb Mijn groote oorlog ‘vertaald’ naar Sütterlin. Zo schrijf je het in Sütterlin:
Sutterlin_mijngrooteoorlogRedelijk leesbaar, niet? We gaan een stapje verder:
Sutterlin_verhaal van Camille

Lukt het nog?
Geïnteresseerd? Je kan even spelen met dit handschrift op deze website:http://www.suetterlinschrift.de/Englisch/Sutterlin.htm

Met dank aan José voor het onthullen van dit mysterie!
Ik beloof plechtig het font Sütterlin voor Windows niet te downloaden zodat deze blog verder vlot te volgen is. Alhoewel, lijkt me leuk, een pagina in Sütterlin, niet?

Article
1 comment

Een bloempje of zo

Dit klopt niet, dacht ik. Een blog hebben over je familiegeschiedenis en die mensen hun graf niet onderhouden. Allerheiligen kwam dichterbij en ik stapte de begraafplaats binnen waar mijn overgrootouders begraven liggen. De namen op hun grafsteen waren zo goed als onleesbaar. De gedenkplaten grijszwart verweerd.
Het is geen traditie in de familie om elk jaar graven te reinigen. Ik zag het mijn ouders en mijn grootouders nooit doen. Een bloemetje, dat wel.
Ik besloot de handen uit de mouwen te steken en wat van mijn vrije tijd te besteden aan het reinigen van de grafzerk. Met opzet schrijf ik niet opofferen want het kan of mag toch geen offer zijn om te zorgen dat op zijn minst de namen nog leesbaar zijn.
Toen ik de gedenkplaat oppakte voor Marcel, mijn grootoom brancardier, brak de plaat in twee! De broze plaat werd mee naar huis genomen en keurig hersteld door mijn handige echtgenoot. Ook de gedenkplaat voor Zoë, het meisje waarvan ik (nog) niet weet waar ze in werkelijkheid begraven ligt, werd naar huis gebracht. Na een lange reiniging met hoge waterdruk, zie je opnieuw de sierlijke krullen van de bloemen op de plaat en is alles opnieuw leesbaar. Ik trok met emmers warm water en een harde borstel naar de begraafplaats om de grafzerk opnieuw toonbaar te maken. Daarna reed ik naar het tuincenter, kocht er wat teelaarde en heideplantjes want op het graf is een ruimte voorzien voor vaste planten. De paarse bloemetjes staan mooi voor de opnieuw lichtgrijze zerk.
Vreemd hoeveel volk er rondloopt en aan het werk is op een begraafplaats, zo in de dagen voor 1 november. Meestal ouderen, dikwijls met kleinkinderen. De kinderen hollend langs de paden, waarbij ze hier en daar een jaartal lezen en vol verbazing naar opa of oma roepen: ‘deze was geboren in 1895!’ Of: ‘deze is al dood van 1952!’ En de opa’s of oma’s die antwoorden: ‘ssttt, niet zo hollen en roepen en niét op de graven stappen’.
Respect, daar draait het allemaal om. Respect voor wie er niet meer is maar zoveel jaar geleden net als wij nu, toen deel uitmaakten van de maatschappij. Je ziet het in de blik van de anderen die op de begraafplaats bezig zijn, zo in de dagen voor 1 november. Een blik van herkenning, een onzichtbaar goedkeurend knikje. Een blik van wederzijds begrip.
Om maar te duiden waarom ik vorige week niet veel tijd had om te bloggen.