Article
1 comment

Twee Marcels

Concert Wijtschate_TiersenMarcel_mijngrooteoorlog

Herdenkingsconcert okt 2014 Foto Marcel op groot scherm in kerk

Ik was misschien een jaar of negen, toen ik op vraag van mijn moeder om boodschappen ging in het dorp. Het was nog in de tijd zonder supermarkten en het dagelijks vlees werd gewoon inderdaad elke dag bij de slager gehaald. Ik stapte voorbij het monument voor de gesneuvelden op het marktplein. Ik wist wel dat dit een monument was voor ‘de doden’ van het dorp, ik groeide tenslotte op in de Westhoek. Maar tot mijn grote schrik las ik plots de naam van mijn vader op het monument: Marcel Tiersen. Ik snelde naar huis met de prangende vraag ‘Waarom staat mijn papa’s naam op het monument?’
Ik werd naar opa Camille gestuurd voor uitleg. Camille woonde vlak naast ons huis.
Camille schrok. Hij vertelde niet veel. Hij zei me dat de naam op het monument de naam van zijn broer Marcel was. Het maakte me triest. Ik had gehoopt dat deze persoon geen familie zou zijn. Opa Camille was karig met informatie, ik herinner me er zo goed als niets van.
Van mijn vader Marcel – zoon van Camille – vernam ik daarna dat hij genoemd was naar zijn oom Marcel, de gesneuvelde soldaat. Ook dat hij het niet leuk vond, dat hij dezelfde naam had gekregen.
Vandaag staat mijn dag volledig in het teken van Marcel, de brancardier-soldaat. Deze namiddag ga ik naar Sint-Rembert scholengemeenschap in Torhout. Vandaag 21 oktober herdenken ze de 24 oud-leerlingen die gesneuveld zijn, waaronder Marcel. Ik lees tijdens de huldiging een tekst voor over Marcel, met datgene wat ik van hem weet.
Heel vreemd, iemand herdenken die je nooit hebt gekend.
En toch, de jongeman groeide op in mijn dorp, zou in zijn leven onderwijzer zijn geworden en voor mij misschien de wijze oom. Het heeft niet mogen zijn.

Article
1 comment

De bal is aan het rollen

Inmiddels heb ik de eerste etappe gestapt die Camille volgde op hun vlucht voor de oorlog.
Je kan het lezen op deze blog onder ‘Vlucht van Camille – Vertrek uit het dorp’.

Vandaag staat er een artikel in de krant Het Laatste Nieuws over het herdenkingsconcert in Wijtschate,  met daarbij de foto van Camille, zijn broer Marcel en zijn zus Zoë (ook die van mij erbij, dit vind ik niet zo belangrijk – maar wel leuk natuurlijk).
Dat artikel is gepubliceerd omdat het verhaal van Camille als een rode draad doorheen het herdenkingsconcert loopt,  en zo model staat voor wat lokale bewoners toen mee maakten.
Deze blog wordt ook vermeld in het artikel. Aan nieuwe blogvolgers: welkom!

Vanmiddag maakte ik een klein wandelingetje en werd aangesproken door Albert Gauquie uit Kemmel. Hij las vanmorgen het bewuste artikel in de krant en vroeg me of de foto in de krant de foto is waarop Camille samen met andere regionale veldwachters werd vereeuwigd. Inderdaad, die foto heb ik. Ik bezorg Albert binnenkort de namen van de andere veldwachters, want die staan achter op de foto netjes opgesomd en Albert wil deze graag kennen.
Albert heeft mijn grootvader Camille, de veldwachter, nog gekend. Albert was zelf veldwachter in Dranouter. De vader van Albert was ook veldwachter. Albert kent nog een anekdote over Camille!
Hier volgt het. Ik herkende dadelijk mijn grootvader. Prachtig!
Op zondag kwamen de boeren vroeger van op het verre platteland (Wijtschate is heel uitgestrekt) naar de hoogmis in het dorp.
Na de mis, stapte Camille samen met de landbouwers die huiswaarts gingen, naar het kruispunt ‘De Dreve’, waar hij het verkeer regelde zodat iedereen veilig en wel thuis geraakte. Camille sloeg hierbij geen enkele zondag over.
Toen Camille met pensioen ging, werd er uiteraard een nieuwe veldwachter aangesteld. Nieuwe tijden, nieuwe wetten: op zondag werd het verkeer niet langer geregeld voor de boeren.
Camille was hierdoor zo aangedaan, dat hij nog wekenlang ‘in burger’ op zondag vrijwillig het verkeer ging regelen na de hoogmis. Dit tot hij teruggefloten werd, dat dit niet langer zijn taak was.
Van plichtsbewustzijn gesproken :-). Zo was hij inderdaad.

 

Article
0 comment

Modus ‘1914’

Tijd voor modus ‘anno 1914’.
In september of oktober moest mijn opa Camille halsoverkop samen met zijn moeder en twee van zijn zussen het dorp verlaten. ‘Zoals iedereen’, schreef hij in zijn verslag van hun vlucht. In de familiepapieren vind ik nog een stuk papier terug, waarop een aantal datums zijn gekrabbeld, waaronder ‘vertrokken uit Wijtschate de dag voor Allerheiligen’. Dat zou dus 31 oktober zijn. Als ze tot dan in het dorp gebleven zijn, dan is dat echt de aller-, maar dan ook allerlaatste dag dat dit mogelijk zou zijn geweest. En mag ik blij zijn dat ik op de wereld ben gekomen, want dat was dan wel op het nippertje!
Op 1 november was het dorp al grotendeels in handen van de Duitsers en was wonen in het dorp niet langer mogelijk. De precieze datum van hun vlucht zal ik wellicht nooit kennen, maar het is wel hoogtijd dat ik de eerste etappe van hun vlucht volg.

Toen ze vertrokken, wisten ze niet waar de rest van het gezin was (vader en broer Marcel). Wellicht was vader Séverin – die veldwachter was – aan het werk, voor zoverre dat in die maanden nog mogelijk was. Broer Marcel – nog geen soldaat toen – ging als oudste zoon misschien mee met zijn vader. De oudste zus Hélène wordt in het verslag niet vermeld. Ze duikt veel later op in het vluchtverhaal, zelfs pas jaren later. Ik vermoed dat ze in dienst was als huishoudhulp en dus op een ander adres woonde. In ieder geval overleefde Hélène de oorlog en had ze een lang leven, gelukkig.
Eén van de komende dagen stap ik de eerste etappe van hun vlucht. Inderdaad, te voet. Geen zorgen maken, ik ben een geoefende wandelaar en deze eerste etappe is niet ver. Camille en het gezin woonden in het dorp, hadden geen auto en ook geen kar. Eigenaar zijn van een kar, getrokken door bijvoorbeeld een koe, paard of zelfs hond, was meestal het voorrecht van de boeren. En een auto zag je helemaal nog niet in het straatbeeld van Wijtschate.

Verslag van mijn voettocht volgt.