Article
0 comment

Al zo’n zeventien maanden van huis weg

Ik heb een nieuw gadget. Zo’n sporthorloge waarbij het uur lezen allerminst van belang is. Voortaan worden al mijn stappen geteld, wordt mijn hartslag gecontroleerd en mijn verbruikte calorieën afgewogen. De (wandel)routes die ik volg, kunnen ook via GPS worden geregistreerd. Vanmorgen heb ik het apparaat ‘misbruikt’.
Ik vroeg me namelijk af: waar zat Camille vandaag, maar dan honderd jaar geleden, en ik had zin om eens de volledige route te volgen die hij tot begin 1916 al had afgelegd. Onmogelijk te voet in één dag te doen dus zette ik de GPS registratie van mijn sporthorloge op AAN, stapte in mijn auto en liet mijn rondrit op die manier registreren. Een creatief gebruik van mijn sporthorloge, zonder meer.

Het is speciaal uiteraard, dat ik een handgeschreven verslag heb van en door mijn grootvader, met de route die ze namen en de opsomming van hun verblijfplaatsen tijdens de Groote Oorlog.
Van 1914 tot en met hun terugkeer in 1920, weet ik steeds waar ze ongeveer verbleven, maar dan telkens 100 jaar terug.
En terwijl sommige mensen het misschien al wat ‘moe’ zijn, de herdenkingen rond die wereldoorlog, besef ik meer en meer: we zijn nog niet eens aan de helft van dat lange wereldconflict.

Mijn rondrit van vandaag startte in Wijtschate, in de Tuinstraat. Ik reed via Dikkebus naar De Klijte, vervolgens naar Reningelst, Westouter, om via de Boeschepeberg in Steenvoorde te belanden. Calecanes bij de grens en Godewaersvelde leidden me terug richting België tot net niet terug in eigen land, met eindmeet op de Catsberg.
En daar woonde hij, Camille, zo’n honderd jaar geleden: bij Pieter Morel, in één van de huizen op de Catsberg, met drie ménagen bij elkaar, het was al hun 6de verblijfplaats sinds ze uit hun dorp vertrokken:

Camille tekst over Catsberg 2

Wat verder schrijft Camille – trouwens inmiddels 14 jaar geworden (vertrokken als 12-jarige in 1914):

‘Mijn Papa wierd dikwijls afgehaald op het werk, en naar Poperinge overgebracht bij het hoofdkwartier van het engelsch leger, inlichtingen te verstrekken over de ligging en het bestaan van Wijtschate. Dit geschiede per auto, op het werk afgehaald en terug gebracht.’

Severin, de vader van Camille, was vóór de oorlog garde van Wijtschate. Veldwachter Severin werd, volgens de uitleg door Camille, dus ingeschakeld om inlichtingen over het dorp aan het Britse leger te verschaffen.
Of de eenvoudige dorpsveldwachter dit vrijwillig deed of hiertoe verplicht werd omwille van zijn functie, is niet meer te achterhalen.. Maar dat de veldwachter uit Wijtschate een bescheiden rolletje speelde in de bevrijding van zijn dorp, later tijdens de Mijnenslag van 1917, is denkbaar. Vanaf 1916 maakten de Britten immers plannen voor ondergrondse aanvallen op de heuvelrug van Mesen-Wijtschate.
Het verslag van mijn grootvader uitpluizen: het blijft bijzonder boeiend om er steeds de connectie uit te halen met de geschiedenis zoals we die op vandaag kennen.