Article
0 comment

We werden opgeladen op de trein in beestenwagens en Frankrijk in.

De vluchtelingen kregen in het begin van hun verblijf hun maaltijden in het klooster van Melle

De vluchtelingen kregen in het begin van hun verblijf hun maaltijden in het klooster van Melle (actuele foto van het gebouw)

Vanaf 1917 werd het gezin van mijn grootvader Camille overgeplaatst naar Melle in Frankrijk. Deze kleine stad ligt in het departement Deux-Sèvres, ter hoogte van La Rochelle of Limoges, zo’n 650 km van Wijtschate.
Het kostte me meer dan een jaar wachten, maar mijn geduld werd beloond: vorige week stak een grote bruine envelop in de brievenbus met de poststempel van Mairie de Melle, Deux-Sèvres met informatie over de Wijtschatenaren, over hun verblijf aldaar van 1917 tot 1920.
Met zeer veel dank aan het stadhuis van Melle voor het opzoekingswerk.

Camille beschreef hun vertrek als volgt in zijn vluchtverhaal:
Op zekeren dag moesten wij naar de Wayenburg, Belgische secteur. Daar opgeladen op de trein, beesten wagens en Frankrijk in, tot Rouen. Daar overgeplaatst geweest met autocamions van het Frans leger met als chauffeur een jong meisje, van de eene kant van Rouen naar de andere kant om aan te komen in een verhoogde bergplaats waar paarden hadden verbleven. Mijn zuster Hélène was terug uit Paris door tussenkomst van het leger, want niemand kon het front naderen zonder bijzonder toelating. Dan verder Frankrijk in met de trein, een voyage van vier dagen. Aangezien onze transport bestond uit beesten wagens, hadden wij geen voorgang op de spoorwegen. Dikwijls was er gestopt en vele vertraging, vandaar onze reis van vier dagen en nachten. Tijdens de dag reden wij met open geschoven deuren ten einde iets te zien van de streek. In iedere statie stond de Burgemeester een deel van de vluchtelingen op te wachten en er een deel in ontvangst te nemen. Op de treeplank van onze wagen stond geschreven in kalk in grote letters: Melle sur Belle, wat zulks wilde beduiden weten wij niet. Toen de trein stil hield in de statie van Celle (noot: Camille bedoelt dorp Celles-sur-Belle vlak bij Melle), bemerkten wij een jongeling die op het perron aan het wandelen was. Ik en mijn kozijn Omer, die met ons mee waren, hadden de jongeling in de gaten en zagen dat hij ons niet vreemd was. Daar de stilstand van korten duur was in iedere statie, spraken wij hem aan en vernamen dat hij van Wijtschate was, wij vroegen hem wat dat wilde zeggen “Melle sur Belle”. Hij antwoordde moeten gij daar naar toe, en wij moesten ontkennend antwoorden. Indien gij daar naar toe moet, hewel, ik ga naar huis, neem mijn velo en zal daar zo gauw zijn als de trein. Inderdaad, het was zo.

Camille woonde samen met zijn ouders en zussen ongeveer drie jaar in Melle. Zo woonden ze ruime tijd in de Rue Saint Jean (wat zou ik graag ook nog het huis terug vinden waar ze verbleven, wie weet):

Begin Rue St Jean - Melle

Begin Rue St Jean – Melle

Fin Rue St Jean Melle

Einde Rue St Jean – Melle

 

 

 

 

 

 

Camille werd als jonge knaap – hij was 15 jaar toen ze in Melle arriveerden – op verschillende boerderijen tewerkgesteld. Zijn vader werkte als entonneur (tonnen vuller). Het stadhuis van Melle stuurde onderstaande foto door van de fabriek waar Severin werkte. Het gebouw bestaat niet meer en op dezelfde plaats staat inmiddels een chemische fabriek. Ik begrijp uit de uitleg die ik heb ontvangen, dat Severin in een distillerie aan de slag was, waar (suiker)bieten werden verwerkt.

Distillerie Melle anno 1920, waar Severin Tiersen werkte

Distillerie Melle anno 1920, waar Severin Tiersen werkte

La tonnelerie te Melle

La tonnelerie te Melle

 

 

 

 

 

Zoë, de zus van Camille, overleed aan de Spaanse griep in 1920, bij haar ouders thuis in de Rue St. Jean te Melle.

Uittreksel uit de registers van Melle, overlijden Zoë Tiersen

Uittreksel uit de registers van Melle, overlijden Zoë Tiersen

Alhoewel de herdenkingsplaat op het graf van hun ouders in Wijtschate anders laat vermoeden, is het jonge meisje dus wel degelijk begraven in Melle en kreeg ze omwille van de verre afstand vermoedelijk nooit familie op bezoek aan haar graf. Ik ontving ook een bladzijde uit het register van Cimetière St.Pierre, maar het is niet duidelijk of het graf nog terug te vinden is.

Camille beschreef hun verblijf in Melle gedetailleerd met veel verhaaltjes over het werk dat hij deed, echter zoals in zijn hele vertelling wel met namen maar zonder adressen. Al een hele tijd een uitdaging voor mij om ter plaatse te gaan kijken. Melle is echter niet bij de deur, het was wachten op meer informatie. Die stap is bij deze genomen.
Het klooster waar ze aten, de boerderij waar Camille werkte, de lokale markt die hij beschrijft, het graf van Zoë? Ik zou die plaatsen graag in ‘het echt’ zien.
Het verhaal van Camille alsook mijn verhaal in de voetsporen van mijn grootvader, ver weg in Frankrijk: wordt dus vervolgd.
Maar eerst: sparen voor een reis naar Melle.