Article
1 comment

Verhaal uit Wijtschate wordt roman

Wijtschate, 1914. Een dorp in het West-Vlaamse Heuvelland. De 12-jarige Camille Tiersen woont er samen met zijn familie en vrienden, tot in de zomer de Eerste Wereldoorlog uitbreekt. Voor de familie is dit de start van een bewogen tijd.

Wijtschate, 1981. De 79-jarige Camille pent het verslag neer van wat hij tijdens zijn jeugd meemaakte. Deze 12 vellen papier worden binnen de familie goed bewaard.

Wijtschate, 2014Ingrid Tiersen, kleindochter van Camille, gaat op zoek naar alle plaatsen waar haar grootvader is geweest. Het verslag hiervan wordt in deze blog weergegeven. Auteur Maaike Monkerhey ontdekt de blog en is ontroerd door het verhaal van Camille.  Maaike en deze blogschrijfster, leren elkaar kennen.  We ontdekken dat we beiden gefascineerd zijn door geschiedenis en de menselijke verhalen achter de gebeurtenissen.

Wijtschate, 2017. Van blog naar boek!
Gebaseerd
op de gebeurtenissen die Camille zorgvuldig noteerde, schreef Maaike een verhaal met respect voor het authentieke. Data en locaties kloppen met waar de familie was en meemaakte in de periode 1914-1920. Maaike heeft Camille niet gekend, maar als kleindochter van, kon ik haar informeren over bijv. het karakter van Camille en zijn familie, zodat het boek van fijnzinnige details kon worden voorzien. Een vleugje fantasie van de auteur zorgt voor het nog beter aanvoelen van hoe het leven toen was.

Niet omkijken, Camille is een leesboek voor het hele gezin. Een boek over de pijn van het loslaten en verlies, maar evenzeer over moed en de bijzondere kracht van familie-en vriendschapsbanden. Als kleindochter van Camille, beveel ik dit boek ook aan, omdat Camille voor mij altijd een voorbeeld is geweest van iemand die zonder omkijken, problemen in het leven aanpakte en niet opgaf. Een sterke persoonlijkheid. Laat jullie inspireren.

Waar vind je het boek?
Standaard boekhandels. ISBN: 9789492518094. Uitgeverij Bibliodroom. Prijs €19,95. Ook online te bestellen.
– Wijtschate: ’t Appetijtje, dorpswinkel, Sint-Medardusplein
– Wijtschate: Eetcafé Saint-Hubert, Sint-Medardusplein
Talbot House, Gasthuisstraat 43, Poperinge
Bol.com
Met bijzondere dank aan Uitgeverij Bibliodroom.


 

 

 

Article
1 comment

Vijf redenen om deze blog vanaf morgen intensief te volgen

  1. Dit bericht prikkelt je nieuwsgierigheid.
  2. Je kent de blog niet of je bent eerlijk gezegd vergeten waarover deze blog gaat.
  3. Deze filmklapper intrigeert je:
  4. Je vraagt je af wat het doel is van deze filmklapper als ik je al vertel dat er helemaal geen film bij te pas komt.
  5. Ikzelf, de blogschrijfster, ben Ingrid. Wie is echter Maaike?

    Tot morgen! Dan komt deze blog en het verhaal van Camille uit Wijtschate helemaal tot leven!
Article
0 comment

Op zoek naar de verdwenen zandgroeve

Uit het handgeschreven verslag van mijn grootvader Camille Tiersen

Uit het handgeschreven verslag van mijn grootvader Camille Tiersen

Ik heb het lang uitgesteld, naar de Zwarteberg rijden om te kijken waar die zandgroeve was die mijn grootvader vermeldt in zijn verslag over 100 jaar terug. Dat vind ik gemakkelijk, dacht ik. Een hap uit de berg. Grote steenblokken ergens langs de weg als getuige van toen. Een zanderige straat. Een infobord zoals er zoveel te vinden zijn over het verleden. Viel dat even tegen!
Niets. Geen enkel spoor. Ja, de Zwarteberg, le Mont Noir vanaf de grens, is een berg zoals wij de heuvels in ons vlakke land graag noemen, maar waar werd er zand en tijdens WOI zelfs stenen gewonnen voor de heraanleg van de wegen?

Bord in camping op Mont Noir (FR) - één van de weggetjes op de camping verwijst naar wat het vroeger was.

Bord in camping op Mont Noir (FR) – één van de weggetjes op de camping verwijst naar wat het vroeger was.

Er is een camping op de Mont Noir, de Franse kant van de berg dus. De camping ligt op de zuidelijke helling, mooi verscholen tussen het bomenrijk en voor een groot deel omringd door een hoge houten schutting. Zonder caravan of tent een camping binnen gaan: het is als naar een skioord trekken zonder ski’s, je hebt het liefst je eigen materiaal mee. Ik deed me voor als geïnteresseerde buitenlandse verblijfstoerist (vergeef me, campinguitbater, ik heb niets kwaads in de zin) om de camping te verkennen. Ik ben een ervaren kampeerder en herkende de vakantieplaats dadelijk als een terrassencamping. Voor wie op reis eerder een hotelkamer prefereert: zo’n camping is bijzonder aantrekkelijk want gelegen op een helling met prachtig uitzicht voor iedereen dank zij de vlakke standplaatsen in terrasstructuur, zoals rijstvelden, deze laatste op veel hogere bergen dan. Ik daalde goedgezind de verschillende echt wel sterk hellende laantjes af, als een speurhond sneller stappend omdat ik voelde dat ik mijn doel naderde. Als het regent is het hier gezellig, dacht ik. Helemaal beneden, vond ik wat ik zocht: een bordje met ‘Chemin de la Sablière’ (zie wat hoger). Ik had de locatie gevonden of toch op zijn minst de weg er naar toe.

En ik vond mijn hap uit de berg:

Hap uit de Mont Noir in de camping.

Hap uit de Mont Noir in de camping.

Ik ben geen landschapsexpert, maar geef toe dat een niveauverschil als dit er niet natuurlijk uit ziet. Zeker niet in onze contreien.
Ik was op de goede weg. De klim naar boven richting ingang camping, kostte me behoorlijk wat moeite op die warme augustusdag van 2016. Puf, puf, de Zwarteberg is steiler dan ik dacht.

Soms weet ik niet van ophouden. Een karaktertrek die thuis niet altijd wordt geapprecieerd. Maar een volhoudertje zijn, heeft ook zijn voordelen. Gesterkt door een frisse Orangina met 3 zalig grote ijsblokken – de ober van de camping wist verder niets extra te vertellen over de oorsprong van de camping – besloot ik de Mont Noir verder te exploreren. Op buitenlandse missie. Op 200 meter van de grens.

Huis aan de voet van de Mont Noir waar vroeger één van de groeves was.

Huis aan de voet van de Mont Noir waar vroeger één van de groeves was.

Helemaal beneden tegen de weg die naar Bailleul loopt, vond ik een huis met als naam La Sablière. Moet er nog zand zijn? Heb ik het gevonden of niet? Spijtig, de bewoners waren niet thuis, wie weet ga ik ooit nog eens terug.
Heel dicht bij het huis ligt een Commonwealth War Graves Commission begraafplaats. Mont Noir Military Cemetery. Met Britse en Franse soldaten. Ik informeerde me inmiddels bij de Commissie (bedankt Nele!) en ontving gedetailleerde info. De begraafplaats werd aangelegd tussen april en september 1918. De belangrijkste zin uit het document is voor mij echter:
‘The cemetery covers an area of 1,573 square yards, and it is enclosed by a low rubble wall. It lies in a disused sandpit.’

Mont Noir Cimetière, St. Jans Cappel, FR

Mont Noir Cimetière, St. Jans Cappel, FR

De begraafplaats ligt dus in een buiten gebruik gestelde zandput oftewel zandgroeve. Waar mijn opa Camille stenen kapte als tiener in 1916. Als broodwinning.

Niet lang daarna, leerde ik toevallig mensen kennen uit St. Jans-Cappel. Colette en Pascal. Heel sympathieke mensen. Colette is afkomstig uit Heuvelland en spreekt na vele jaren op Franse bodem te hebben gewoond, nog altijd sappig Vlaamsch. In St. Jans-Cappel is het oud Vlaamsch nog levendiger dan ik dacht. Ik ben op hun uitnodiging inmiddels naar een evocatie over WOI op de Zwarteberg geweest. In het Frans en het Vlaamsch. Schitterend!
Colette bracht me in contact met Jean, eveneens van St. Jans-Cappel die veel over de Sablières weet, want hij heeft er nog gewerkt in het bos, coupes de bois zoals hij het noemt.
Jean heeft me geschreven dat er twee groeves waren op de Zwarteberg: een zandgroeve op de route naar Bailleul en een kleinere groeve op de weg van de Mont Noir naar St. Jans. Het zand was niet goed genoeg om er ook maar welke constructie dan ook mee te maken, wist hij me te vertellen. Dank aan Jean voor al de uitleg alsook zeker voor de vele kopies van postkaarten die hij me doorstuurde. Dank ook aan mijn collega Herman, al jarenlang postkaartverzamelaar, voor de kwaliteitsvolle beelden.
Tot zover mijn verslag over de zandgroeve. Weeral een stukje aan de puzzel toegevoegd. Het algemene beeld komt in zicht. Op naar het volgende puzzelstukje: Westouter en gehucht De Brieke.

Voor liefhebbers van oude foto’s, hier volgt een mini collage ‘La Sablière du Mont Noir’.

Sablière Le Mont Noir, FR

Sablière Le Mont Noir, FR

dambre-herman-sabliere-2

Sablière Mont Noir, bemerk de lastdieren rechts

Cimétière Mont Noir in aanbouw in de Sablière

Cimétière Mont Noir in aanbouw in de Sablière

 

Article
0 comment

Foto’s uit de oude doos

We leven volop in het digitale tijdperk, waarbij we constant foto’s nemen om deze vooral direct online te delen. In de eerste helft van de 20e eeuw was fotograferen helemaal anders. Het nemen van de foto werd zorgvuldig ingepland of vond plaats bij een grootse familiale gebeurtenis, zoals een huwelijk. Men trok zijn beste kleren aan, de das werd gestrikt bij de heren, het gouden kettinkje diende duidelijk zichtbaar te zijn bij de dames, de haren werden zorgvuldig gekamd en met een voorzichtige glimlach op het gelaat liet men zich vereeuwigen.
Heerlijk is het, om deze foto’s te bekijken van familie of zelfs van onbekenden. De mode, de haarsnit, je kan het er allemaal uit aflezen.
En nog fijner is het, als er foto’s opduiken die je voordien nog nooit had gezien. Met grote dank aan Herwin Vangaever, voor de interesse in mijn blog én voor al het werk om deze foto’s op te zoeken, in te scannen en door te sturen.
De grootvader van Herwin, was de broer van mijn grootmoeder Agnes.
Voor al wie van foto’s uit de oude doos houdt, kijk en geniet:

Camille Tiersen en Agnes Doheyn, wellicht rond 1930 gefotografeerd.

Camille Tiersen en Agnes Doheyn, wellicht rond 1930 gefotografeerd.

Camille Tiersen met echtgenote Agnes Doheyn en zoon Marcel Tiersen - 28 september 1948

Camille Tiersen met echtgenote Agnes Doheyn en zoon Marcel Tiersen – 28 september 1948

En last but not least: Camille de garde.

Camille Tiersen, veldwachter van Wijtschate van 1929 tot 1965

Camille Tiersen, veldwachter van Wijtschate van 1929 tot 1965

Article
0 comment

Al zo’n zeventien maanden van huis weg

Ik heb een nieuw gadget. Zo’n sporthorloge waarbij het uur lezen allerminst van belang is. Voortaan worden al mijn stappen geteld, wordt mijn hartslag gecontroleerd en mijn verbruikte calorieën afgewogen. De (wandel)routes die ik volg, kunnen ook via GPS worden geregistreerd. Vanmorgen heb ik het apparaat ‘misbruikt’.
Ik vroeg me namelijk af: waar zat Camille vandaag, maar dan honderd jaar geleden, en ik had zin om eens de volledige route te volgen die hij tot begin 1916 al had afgelegd. Onmogelijk te voet in één dag te doen dus zette ik de GPS registratie van mijn sporthorloge op AAN, stapte in mijn auto en liet mijn rondrit op die manier registreren. Een creatief gebruik van mijn sporthorloge, zonder meer.

Het is speciaal uiteraard, dat ik een handgeschreven verslag heb van en door mijn grootvader, met de route die ze namen en de opsomming van hun verblijfplaatsen tijdens de Groote Oorlog.
Van 1914 tot en met hun terugkeer in 1920, weet ik steeds waar ze ongeveer verbleven, maar dan telkens 100 jaar terug.
En terwijl sommige mensen het misschien al wat ‘moe’ zijn, de herdenkingen rond die wereldoorlog, besef ik meer en meer: we zijn nog niet eens aan de helft van dat lange wereldconflict.

Mijn rondrit van vandaag startte in Wijtschate, in de Tuinstraat. Ik reed via Dikkebus naar De Klijte, vervolgens naar Reningelst, Westouter, om via de Boeschepeberg in Steenvoorde te belanden. Calecanes bij de grens en Godewaersvelde leidden me terug richting België tot net niet terug in eigen land, met eindmeet op de Catsberg.
En daar woonde hij, Camille, zo’n honderd jaar geleden: bij Pieter Morel, in één van de huizen op de Catsberg, met drie ménagen bij elkaar, het was al hun 6de verblijfplaats sinds ze uit hun dorp vertrokken:

Camille tekst over Catsberg 2

Wat verder schrijft Camille – trouwens inmiddels 14 jaar geworden (vertrokken als 12-jarige in 1914):

‘Mijn Papa wierd dikwijls afgehaald op het werk, en naar Poperinge overgebracht bij het hoofdkwartier van het engelsch leger, inlichtingen te verstrekken over de ligging en het bestaan van Wijtschate. Dit geschiede per auto, op het werk afgehaald en terug gebracht.’

Severin, de vader van Camille, was vóór de oorlog garde van Wijtschate. Veldwachter Severin werd, volgens de uitleg door Camille, dus ingeschakeld om inlichtingen over het dorp aan het Britse leger te verschaffen.
Of de eenvoudige dorpsveldwachter dit vrijwillig deed of hiertoe verplicht werd omwille van zijn functie, is niet meer te achterhalen.. Maar dat de veldwachter uit Wijtschate een bescheiden rolletje speelde in de bevrijding van zijn dorp, later tijdens de Mijnenslag van 1917, is denkbaar. Vanaf 1916 maakten de Britten immers plannen voor ondergrondse aanvallen op de heuvelrug van Mesen-Wijtschate.
Het verslag van mijn grootvader uitpluizen: het blijft bijzonder boeiend om er steeds de connectie uit te halen met de geschiedenis zoals we die op vandaag kennen.

 

Article
1 comment

Maak kennis met Agnes, de vrouw van Camille

Beste bloglezer

Met bijna 1.000 zijn jullie momenteel: bloglezers die via deze blog al één of meerdere berichten over mijn speurtocht naar het lokale verleden lazen. Het doet plezier dat zoveel mensen – net als ik – ook wel eens een individueel verhaal willen kennen.
Over geschiedenis lezen is namelijk één zaak, dit toegespitst zien op het echte verhaal van iemand die het effectief heeft meegemaakt, maakt het zoveel bevattelijker.

Uit dank voor zoveel interesse en bij wijze van intermezzo, beste bloglezer, dook ik in de familiale foto-kast, zoals iedereen die wel heeft. Misschien zijn dit bij u een paar dikke albums, zelfs nog met zwartwit foto’s met zo’n gekartelde rand, netjes in het fotoboek gekleefd met ouderwetse ‘hoek’ stickertjes.
Bij mij is het anders: mijn vader was een dia fanaat. Het vroeg wel een half uurtje werk op zijn minst om het scherm met bijhorende projector op te stellen. Alsook om het op te starten: ‘hoe werkt dit ding ook alweer’.
Gelukkig bestaan er nu handige toestellen om dia’s in te scannen. De kwaliteit van zo’n ingescande dia is niet optimaal, onderstaande dia/foto is dan ook al ruim 45 jaar oud.

Maak kennis met Agnes, de echtgenote van Camille. Deze foto met hoog vintage gehalte toont hen in de ‘voorplekke’ van hun huis, de ‘beste kamer’. Dergelijke foto’s (dia dus in feite) werden genomen met Nieuwjaar of tijdens de jaarlijkse kermis, waarbij kinderen en kleinkinderen bij opa en oma op bezoek gingen en een goed stuk vlees – bijvoorbeeld rosbief of koetong in tomatensaus – kregen voorgeschoteld met gebakken aardappeltjes en groenten. Maar met nadruk op het goede stuk vlees, niet op de groenten. (Op andere dagen werden wij in de keuken ontvangen).
De vintage radio, het bijhorende behangpapier en het vintage koffiekannetje maken deze foto compleet.
Agnes was een heel lieve dame. Ze was haar hele leven huisvrouw en zij en Camille vormden één geheel in woorden en daden. Ze was expert in het ‘inleggen’ van groenten: in de zomer was ze urenlang bezig met het steriliseren van groenten uit Camille’s groetentuin. De grote gietijzeren ketel op het gasfornuis zorgde voor enorme stoomwolken met als gevolg bedampte keukenramen. Omwille van haar reuma, hielp ik geregeld de bokalen met groenten naar de kelder dragen.
De foto moet gemaakt zijn op een werkelijk belangrijke dag, want ze draagt haar beste ‘schorte’ (voorschoot). Ik zag haar zelden zonder het nuttige kledingstuk.

Camille en Agnes in 'de voorplekke' van hun huis (dit was de kamer voor speciale gelegenheden).

Camille en Agnes in ‘de voorplekke’ van hun huis
(dit was de kamer voor speciale gelegenheden).

Inmiddels heb ik mijn bezoek aan Melle (FR) verwerkt. Het was één en ander – emotioneel – om als eerste familielid na zo’n 95 jaar de stad te bezoeken waar je familie tijdens WOI verbleef.
Nu spitst mijn onderzoek zich toe op Westouter. Camille woonde daar geruime tijd, ik ben o.a. op zoek naar de exacte plaats waar ze hun barak bouwden. Wordt vervolgd dus, deze blog.
Vintage groeten uit de Westhoek.

Article
0 comment

Een landkaart met enkel spoorlijnen, en één enkel stadje onderlijnd, zo begon mijn zoektocht

Kaart Frankrijk Camille

Kaart van Frankrijk met enkel de spoorwegen. Het stadje Melle is met potlood onderlijnd. Deze kaart bewaarde Camille zijn leven lang.

Beste blog-lezer(es)
Sluit je ogen – nadat je deze paragraaf hebt gelezen uiteraard – en beeld je in: je bent een jongen van zestien, je verhuist al meer dan drie jaar van hier naar daar want het is oorlog en je huis, zelfs je hele dorp – dat heb je inmiddels horen vertellen – is kapot. Je kan niet meer naar school en in plaats daarvan doe je klusjes. Je ouders en je oudere zusjes werken, ze nemen elke karwei aan opdat jullie geen honger zouden hebben. Plots word je verplicht te vertrekken omdat het nog gevaarlijker wordt in de streek, een nieuw offensief begint en de plaats waar jij op dat moment als vluchteling verblijft, wordt rechtstreeks bedreigd. Het hele gezin wordt op de trein gezet, waar je gelukkig niet alleen bent: alle wagons (beestenwagons!) zitten vol vluchtelingen, zo’n 1200 in totaal.
Zelfs pastoor Achiel Van Walleghem uit Dikkebus is mee met de trein, de pastoor die zo dicht en zo lang mogelijk bij zijn dorp bleef en een dagboek bij hield over het gebeuren. Ook hij moet uiteindelijk weg, hij reist mee als aalmoezenier van de vluchtelingen. Jawel, het vertrek en de reis met de trein wordt in zijn dagboek uitgebreid beschreven! Noch je ouders, noch jijzelf, weten waarheen de rit jullie zal brengen.
O ja: het is lente, het is april 1918. De vierde Slag bij Ieper gaat beginnen.

Men kan het zich niet inbeelden
De trein vertrok uit Abeele (FR) en reed via Rouen – waar pastoor Van Walleghem uitstapte en ruime tijd verbleef – richting Zuid-Frankrijk.

Marktplein Melle

Marktplein Melle 2015

De eindbestemming van de 16-jarige – mijn opa Camille – was uiteindelijk Melle, een Frans stadje dat nu zo’n 4.000 inwoners telt. Melle ligt op ongeveer 650 km van Ieper, ter hoogte van Niort. Men kan het zich niet inbeelden: hoe het moet hebben gevoeld in een wildvreemde stad toe te komen alwaar er van je verwacht wordt een nieuw leven op te bouwen, al dan niet tijdelijk.

Begin september was ik in Melle! Ik wilde eindelijk wel eens zien waar mijn

De hallen van Melle op het plein. Gebouwd in . Camille moet er ontelbare keren voorbij zijn gewandeld.

De hallen van Melle op het plein. Gebouwd in 1903 . Camille moet er ontelbare keren voorbij zijn gewandeld want het is vlak bij hun woning.

familie heeft gewoond. Wachten tot 2018 – exact 100 jaar later – zou hoogst onbeleefd zijn geweest tegenover de mensen in Melle die een en ander voor mij opzochten. En ik wilde ook ter plaatse gaan kijken om uit te zoeken waarom ze zijn teruggekeerd. Het heeft misschien niet veel gescheeld, of Camille ontmoette er een Frans meisje en bleef er wonen. Maar zoals je ziet: deze blog is in het Nederlands, ze namen dus wel degelijk later de draad weer op in hun dorp Wijtschate, ruim na het einde van WOI.

Het verdwenen spoortraject
Even dacht ik eraan met de trein naar Melle te reizen, letterlijk in de (voet)sporen van mijn grootvader. Met de trein geraak je er echter niet meer: waar de sporen liepen, loop je nu enkel joggers tegen het lijf. Het kleine station is gesloten en de spoorlijnen zijn vervangen door een wandelpad. Ik vond héél gemakkelijk het oude station van Celles-sur-Belle terug, door Camille uitgebreid beschreven in zijn vluchtverhaal. Bij dat station, net voor Melle, werd namelijk eindelijk duidelijk voor hen waar ze naar toe gingen.

Celles-sur-Belle, aan elk station hangt de naam, ook nog te zien in 2015

Celles-sur-Belle, aan het oude stationsgebouw hangt nog het naambordje dat de reizigers duidelijk maakte in welk station ze waren.

Aan de Rue de la Gare (zie je? gemakkelijk te vinden!) in Celles-sur-Belle is het oude stationsgebouw omgevormd tot de lokale muziekschool. Om 100% zeker te zijn, heb ik navraag gedaan bij de plaatselijke toeristische dienst, tevens toegang van de mooie abdij van Celles-sur-Belle. De jongeman aan de balie bevestigde me dat er inderdaad muziek wordt gespeeld waar ooit het station was. Een 8-tal km voorbij dit stationnetje, ligt Melle.

Vroegere station van Celles-sur-Belle

Vroegere station van Celles-sur-Belle, nu de lokale muziekschool

Celles-sur-Belle, la gare, 2015

Celles-sur-Belle,  2015

 

 

 

 

 

 

 

Waar woonden ze?

Melle, Rue Saint Jean

Melle, Rue Saint Jean 2015

De innerlijke mens versterken is ook nodig.

De innerlijke mens versterken is ook nodig bij het speuren naar de geschiedenis van je voorouders.

Camille woonde in de Rue Saint Jean te Melle. Dat weet ik via de overlijdensakte van zijn zus Zoë (lees verder op de blog). De smalle straat ligt net achter het marktplein, dus pal in het centrum van de kleine stad. De huizen zijn typisch Frans: gecementeerd, beige of lichtroze van kleur.  Ik kan me absoluut niet voorstellen dat mijn grootvader met zijn ouders daar heeft gewoond. Camille, een honkvaste Wijtschatenaar, je kreeg hem met moeite een halve dag het dorp uit!
Spijtig genoeg ken ik het huisnummer niet van hun toenmalige woonst. Het heeft ook niet geholpen zowat twintig keer heen en weer te stappen door de straat: mijn opa was een brave jongen en heeft geen teken voor zijn nakomelingen nagelaten.
Geen graffiti op de muur of inkerving in een steen met ‘Ha! Je hebt het dan toch gevonden!’
Uiteindelijk heb ik het opgegeven te raden welk huis het zou zijn geweest en ben ik uitgeput op het terras neergestreken aan het eind van de straat. Geroosterde kip met een puree van zoete aardappelen, heel lekker. Ik had aanvoer van energie nodig, want het doet je toch wat, zo ver van huis, helemaal alleen in een ongekende omgeving rond te lopen, op zoek naar sporen van je voorouders.

Melle, Rue St Jean, maar welk huis?

Melle, Rue St Jean, maar welk huis?

Basisbehoefte: werken, een inkomen
De vader van Camille – Severin – was veldwachter in Wijtschate vooraleer de Groote Oorlog begon. In Melle werd hij entonneur in de lokale fabriek. Vrij vertaald: tonnenvuller.

Fabriek waar Severin werkte

Fabriek waar Severin werkte, oud gedeelte, foto 2015

De fabriek bestaat nog maar is uiteraard een totaal andere fabriek. Voor en tijdens de oorlog was het een distilleerderij van alcohol uit bieten. Tijdens de oorlog werd ook aceton geproduceerd in de fabriek, gebruikt door het Franse leger. Op vandaag is de fabriek uitgegroeid tot een chemische fabriek. In het voorbijrijden van de huidige fabriek, ten Noorden van Melle, kon ik nog een glimp opvangen van een oud gedeelte. Severin kon van de Rue St. Jean te voet naar het werk, het is maximum 2 km stappen.

Camille zelf werkte op verschillende boerderijen, waar hij bijvoorbeeld bieten kapte op het land. Later – naarmate hij ouder werd – verzorgde hij zelfs een heuse veestapel met 46 ossen. De dieren werden ook al gekweekt voor het Franse leger. En nog later ging hij mee met zijn vader naar de fabriek.
Zijn oudere zus Hélène werkte de hele tijd bij een slager. De boerderijen waar Camille werkte, heb ik niet met zekerheid terug gevonden. Spijtig dat hij geen straatnamen noteerde in zijn vluchtverhaal, wellicht wist hij deze niet meer toen hij aan 79-jarige leeftijd het verhaal neerpende.
Zijn tweede zus Zoë zorgde voor twee oudere dames. En het jongste zusje Anaïse werd koeienwachtster. Melle is op vandaag – behalve de grote fabriek – nog altijd een landbouwgebied. Misschien had Melle zich kandidaat gesteld om vluchtelingen op te nemen, omdat er veel werkkrachten in de landbouw nodig waren.

De moeder van Camille werkte een paar dagen per week bij de ‘sous-prefect’. Een ‘sous-prefectuur’ is een administratieve eenheid binnen een departement (bij ons vergelijkbaar met een arrondissement). Toen ik mij aanmeldde bij het stadhuis van

Bordje aan stadhuis van Melle: tijdens WOI huisde hier de sous-prefect

Bordje aan stadhuis van Melle: tijdens WOI huisde hier de sous-prefect

Melle – waar ik een afspraak had met de medewerker die me geholpen heeft een en ander terug te vinden (ik heb hem uiteraard uitvoerig en met een passend geschenkje met typisch Belgisch producten bedankt) – en dit bordje naast de hoofdingang las, sprong ik net geen gat in de lucht. In dat gebouw – nu het stadhuis – werkte mijn overgrootmoeder! Een vondst zonder opzoekwerk werd me zomaar voor de voeten gegooid, straf!

Sous-prefecture tijdens WOI

Sous-prefecture tijdens WOI, sinds 1930 het stadhuis van Melle

Het trieste verhaal van Zoë
Eén van de zussen van Camille stierf tijdens hun verblijf in Melle aan de Spaanse

Eglise Saint Pierre, Melle

Eglise Saint Pierre, Melle

griep, dit op 20 oktober 1918, een paar weken voor Wapenstilstand dus. Ze werd begraven in Cimetière Saint-Pierre, een paar honderd meter van hun woonplaats. Het kerkhof ligt op de helling bij Eglise Saint-Pierre, een fraaie Romaanse kerk, één van de drie kerken van Melle.
De medewerkers in het stadhuis van Melle gaven mij een plan mee van de indeling van het kerkhof, waarmee ik het oorspronkelijke graf van Zoë zou kunnen terugvinden. Grafplaats 483.

Cimetière Saint-Pierre, Melle

Cimetière Saint-Pierre, Melle

De begraafplaats is gestart halfweg de 19de eeuw. Het grootste deel van de grafconcessies is al ruime tijd verlopen. Bij de meeste grafmonumenten – of wat er nog van over blijft – staat een bordje dat het graf zal ontruimd worden, als de familie niet binnen x aantal tijd reageert. Als je deze begraafplaats binnenstapt, bekruipt je dan ook onmiddellijk een beklemmend gevoel: het uitzicht is van een intense droefheid, zelfs onder een stralend blauwe hemel. Ik had heel wat tijd nodig om de locatie te vinden van het graf van Zoë en ronddwalen tussen deze graven is behoorlijk deprimerend.
Uiteindelijk vond ik het graf, van de tante die ik nooit heb gekend. Als eerste familielid, stond er sinds 1920 eindelijk weer iemand van de familie bij haar graf. Tot mijn schande besefte ik dat ik niet eens een bloemetje mee had, zo intens was ik bezig geweest met allerlei plaatsen in Melle te zoeken. Het zijn uiteindelijk wat veldbloemen geworden. De plaats waar Zoë is begraven, is inmiddels ingenomen door een volgend graf.

Rustplek Zoë Tiersen

Rustplaats Zoë Tiersen te Melle

Het was niet al kommer en kwel

Cinema Melle, 2015

Cinema Melle, 2015

Eén van de eerste gebouwen die ik zag in Melle, was de plaatselijke bioscoop. Een mooi modern gebouw, leuk: een bioscoop in zo’n kleine stad. Uit het vluchtverhaal van Camille, wist ik dat hij soms op zondag naar de cinema ging. Hij schreef: ‘De zondag getrooste ik mij met naar de cinema te gaan, alzo tot de terugreis naar België, zijnde de 26 april 1920.’  Was dit moderne gebouw op dezelfde locatie geplaatst als waar Camille indertijd naar een zwart wit film ging kijken, naar een stomme film met Charlie Chaplin bijvoorbeeld?  Aan de ander kant van de stad, had ik al een mooi gebouw met gemengd klassieke gevel opgemerkt, en mijn oog was op dit detail gevallen: een Sonnette de nuit. Welk gebouw heeft een nachtbel? Een hospitaal?

Nachtbel Ancien Hôpital

Nachtbel Ancien Hôpital

Het ging inderdaad om het oude hospitaal. De medewerker van het stadhuis vertelde me dat tijdens WOI het hospitaal eerst werd gebruikt om vluchtelingen op te vangen en later ook om films te vertonen.

Gevel Ancien Hôpital, Melle

Gevel Ancien Hôpital, Melle, waar tijdens WOI films werden vertoond

Men mag het muntstuk niet altijd bekijken al de goede kant
Deze zin of is het eerder een zelf uitgevonden spreekwoord, schreef Camille neer als een soort samenvatting over hun verblijf in Melle. Hij bedoelt hiermee dat ze weliswaar ver weg van huis waren, maar werk en huisvesting hadden, en dat het al bij al nog mee viel (los van de dood van Zoë uiteraard).
In vergelijking met de andere plaatsen waar ze tot 1918 verbleven, was Melle de beste plek. Met grote dank dus aan de Mellois, zoals de inwoners van Melle worden genoemd.
Uiteindelijk keerde het gezin naar België, naar Wijtschate terug, waar Severin, de vader van Camille, zijn ambt als veldwachter weer opnam. Hij had maar een paar jaar meer te gaan tot aan zijn pensioen. Camille volgde later zijn vader als veldwachter op. Ik heb als kleindochter wellicht zo wat ‘speurdersgenen’ geërfd.
Mijn ‘speurtocht’ naar en in Melle leverde voldoende resultaat op, ik ben heel tevreden over mijn bezoek. En heb nu een bijzondere band met een stadje in Frankrijk, zo’n 650 km van hier.

 

 

Article
0 comment

Opening Gedachtenistuin Vluchtelingen Westouter

Opening Gedachtenistuin Westouter - 20 juni 2015

Opening Gedachtenistuin Westouter – 20 juni 2015

De Elfnovembergroep uit Heuvelland herdenkt sinds haar oprichting in 1977 de Groote Oorlog, dit steeds vanuit het standpunt van de gewone mens. Zo brachten ze het volksboek ‘Van den Grooten Oorlog’ uit, met verhalen van mensen die leefden in de frontstreek. Het toneelstuk ‘Nooit brengt een oorlog vrede’ vloeide daar uit voort. Duizenden informatieve boeken kan men op vandaag lezen over hoe de oorlog verliep en vele studies naar aanleiding van de herdenkingen rond de Groote Oorlog hebben nieuwe feiten aan het licht gebracht. Achter elke militair actie echter, steken ontelbare persoonlijke verhalen. Die kleine getuigenissen raken ons soms het meest, vooral als het gaat om een verhaal van iemand die woonde waar jij nu woont of waar je familie toen woonde.
De Elfnovembergroep helpt ervoor zorgen dat die getuigenissen niet verloren gaan.
Met mijn blog over het eigen familieverhaal probeer ik – heel bescheiden – net hetzelfde alsook de eigen familiegeschiedenis in te passen in de tijdslijn van wat toen gebeurde. Geen wonder dat ik meteen enthousiast was toen ik hoorde over de plannen van Elfnovembergroep voor een echte Gedachtenistuin Vluchtelingen in Westouter.
Op zaterdag 20 juni – Wereldvluchtelingendag – werd de tuin officieel geopend.

Gedachtenistuin Vluchtelingen Westouter - muzikale toets tijdens officiële opening

Gedachtenistuin Vluchtelingen Westouter – muzikale toets tijdens officiële opening

De tuin ligt langs de grindweg in de Hellegatstraat  te Westouter, ongeveer 300 meter van de dorpskern (langs het wandelparcours van het Tweebergenpad). Dat de tuin in Westouter ligt, is niet toevallig: tijdens de oorlog werden in Westouter ongeveer 2.000 vluchtelingen opgevangen, waaronder mijn grootvader Camille, op dat moment nog een jonge knaap. Het dorp telde toen zelf slechts een 900-tal inwoners! In april 1918 moest iedereen – vluchtelingen én inwoners – weg uit Westouter. De 900 inwoners werden zelf vluchteling.

Vluchtroutes in Gedachtenistuin Westouter

Vluchtroutes in Gedachtenistuin Westouter

Het grasveld van de tuin is omringd met lokale struiken en bomen. Wat de tuin tot een unieke gedachtenistuin maakt, is de wand met kastanjepaaltjes waar de vluchtroutes van meerdere families te volgen zijn. Onder een luifel kan je gedichten lezen van Dichter des Vaderlands Charles Ducal, waaronder zijn meest recente gedicht Vluchtelingen, dat als publicatiedatum Wereldvluchtelingendag 20 juni 2015 heeft.

Gedichten van Charles Ducal in Gedachtenistuin Vluchtelingen Westouter

Gedichten van Charles Ducal in Gedachtenistuin Vluchtelingen Westouter

Uit respect voor mijn familie, die het in die tijd heel lastig heeft gehad, liet ik ook hun vluchtroute opnemen in de Gedachtenistuin. Wie deze blog volgt, zal de vluchtroute herkennen alsook toch het leed om tijdens en omwille van de oorlog, een zoon en een dochter te verliezen:

Vluchtroute Severin Tiersen en gezin

Vluchtroute Severin Tiersen en gezin

In de Gedachtenistuin worden in de toekomst niet enkel vluchtroutes uit de Groote Oorlog opgenomen, maar ook vluchtroutes uit de 16de eeuw, routes uit WOII en meer recentere vluchtroutes. Vluchten is – jammer genoeg – van alle tijden. De tuin is inderdaad dus nog niet af. Wie dit wenst, kan de eigen familiale vluchtroute laten opnemen in de Gedachtenistuin. Voor meer informatie en voorwaarden kan je terecht op http://www.11nov.org/ of stuur een mail naar 11nov.org@gmail.com.

Tot besluit een stukje uit de tekst die door Marieke Demeester (secretaris Elfnovembergroep) werd uitgesproken tijdens de opening van de tuin:
‘(…) We hopen vooral dat wie hier komt niet alleen iets bijleert over vluchten in de Eerste Wereldoorlog maar ook een beetje geraakt wordt door de moeilijke situatie waarin vluchtelingen moeten proberen te overleven. Toen en nu. Hier en elders.’

Dank aan Elfnovembergroep en aan al wie aan de Gedachtenistuin mee werkte, voor dit initiatief. Dank ook aan mijn broer Peter, die in mijn plaats (ik genoot even van een weekje vakantie) de opening van de Gedachtenistuin bijwoonde en voor de foto’s zorgde voor deze blogpagina.

 

 

Article
0 comment

We werden opgeladen op de trein in beestenwagens en Frankrijk in.

De vluchtelingen kregen in het begin van hun verblijf hun maaltijden in het klooster van Melle

De vluchtelingen kregen in het begin van hun verblijf hun maaltijden in het klooster van Melle (actuele foto van het gebouw)

Vanaf 1917 werd het gezin van mijn grootvader Camille overgeplaatst naar Melle in Frankrijk. Deze kleine stad ligt in het departement Deux-Sèvres, ter hoogte van La Rochelle of Limoges, zo’n 650 km van Wijtschate.
Het kostte me meer dan een jaar wachten, maar mijn geduld werd beloond: vorige week stak een grote bruine envelop in de brievenbus met de poststempel van Mairie de Melle, Deux-Sèvres met informatie over de Wijtschatenaren, over hun verblijf aldaar van 1917 tot 1920.
Met zeer veel dank aan het stadhuis van Melle voor het opzoekingswerk.

Camille beschreef hun vertrek als volgt in zijn vluchtverhaal:
Op zekeren dag moesten wij naar de Wayenburg, Belgische secteur. Daar opgeladen op de trein, beesten wagens en Frankrijk in, tot Rouen. Daar overgeplaatst geweest met autocamions van het Frans leger met als chauffeur een jong meisje, van de eene kant van Rouen naar de andere kant om aan te komen in een verhoogde bergplaats waar paarden hadden verbleven. Mijn zuster Hélène was terug uit Paris door tussenkomst van het leger, want niemand kon het front naderen zonder bijzonder toelating. Dan verder Frankrijk in met de trein, een voyage van vier dagen. Aangezien onze transport bestond uit beesten wagens, hadden wij geen voorgang op de spoorwegen. Dikwijls was er gestopt en vele vertraging, vandaar onze reis van vier dagen en nachten. Tijdens de dag reden wij met open geschoven deuren ten einde iets te zien van de streek. In iedere statie stond de Burgemeester een deel van de vluchtelingen op te wachten en er een deel in ontvangst te nemen. Op de treeplank van onze wagen stond geschreven in kalk in grote letters: Melle sur Belle, wat zulks wilde beduiden weten wij niet. Toen de trein stil hield in de statie van Celle (noot: Camille bedoelt dorp Celles-sur-Belle vlak bij Melle), bemerkten wij een jongeling die op het perron aan het wandelen was. Ik en mijn kozijn Omer, die met ons mee waren, hadden de jongeling in de gaten en zagen dat hij ons niet vreemd was. Daar de stilstand van korten duur was in iedere statie, spraken wij hem aan en vernamen dat hij van Wijtschate was, wij vroegen hem wat dat wilde zeggen “Melle sur Belle”. Hij antwoordde moeten gij daar naar toe, en wij moesten ontkennend antwoorden. Indien gij daar naar toe moet, hewel, ik ga naar huis, neem mijn velo en zal daar zo gauw zijn als de trein. Inderdaad, het was zo.

Camille woonde samen met zijn ouders en zussen ongeveer drie jaar in Melle. Zo woonden ze ruime tijd in de Rue Saint Jean (wat zou ik graag ook nog het huis terug vinden waar ze verbleven, wie weet):

Begin Rue St Jean - Melle

Begin Rue St Jean – Melle

Fin Rue St Jean Melle

Einde Rue St Jean – Melle

 

 

 

 

 

 

Camille werd als jonge knaap – hij was 15 jaar toen ze in Melle arriveerden – op verschillende boerderijen tewerkgesteld. Zijn vader werkte als entonneur (tonnen vuller). Het stadhuis van Melle stuurde onderstaande foto door van de fabriek waar Severin werkte. Het gebouw bestaat niet meer en op dezelfde plaats staat inmiddels een chemische fabriek. Ik begrijp uit de uitleg die ik heb ontvangen, dat Severin in een distillerie aan de slag was, waar (suiker)bieten werden verwerkt.

Distillerie Melle anno 1920, waar Severin Tiersen werkte

Distillerie Melle anno 1920, waar Severin Tiersen werkte

La tonnelerie te Melle

La tonnelerie te Melle

 

 

 

 

 

Zoë, de zus van Camille, overleed aan de Spaanse griep in 1920, bij haar ouders thuis in de Rue St. Jean te Melle.

Uittreksel uit de registers van Melle, overlijden Zoë Tiersen

Uittreksel uit de registers van Melle, overlijden Zoë Tiersen

Alhoewel de herdenkingsplaat op het graf van hun ouders in Wijtschate anders laat vermoeden, is het jonge meisje dus wel degelijk begraven in Melle en kreeg ze omwille van de verre afstand vermoedelijk nooit familie op bezoek aan haar graf. Ik ontving ook een bladzijde uit het register van Cimetière St.Pierre, maar het is niet duidelijk of het graf nog terug te vinden is.

Camille beschreef hun verblijf in Melle gedetailleerd met veel verhaaltjes over het werk dat hij deed, echter zoals in zijn hele vertelling wel met namen maar zonder adressen. Al een hele tijd een uitdaging voor mij om ter plaatse te gaan kijken. Melle is echter niet bij de deur, het was wachten op meer informatie. Die stap is bij deze genomen.
Het klooster waar ze aten, de boerderij waar Camille werkte, de lokale markt die hij beschrijft, het graf van Zoë? Ik zou die plaatsen graag in ‘het echt’ zien.
Het verhaal van Camille alsook mijn verhaal in de voetsporen van mijn grootvader, ver weg in Frankrijk: wordt dus vervolgd.
Maar eerst: sparen voor een reis naar Melle.

Article
0 comment

In De Vetten Os en ander Vlaams net over de grens

Stappen in de voetsporen van je grootvader. Allemaal goed en wel, maar hoe organiseer je dat in de praktijk? Vorige week testte ik een nieuw systeem uit. Het gaat als volgt: met de auto naar het eindpunt rijden, fiets aflossen, terugrijden naar het vertrekpunt van de etappe, te voet stappen tot het eindpunt, met de fiets terug naar vertrekplaats. Ingewikkeld? Het vraagt vooral tijd, maar heeft twee voordelen: ik moet geen beroep meer doen op iemand om me te brengen en terug te halen én fysiek is het haalbaarder om na bijvoorbeeld 8 km stappen met de fiets terug te keren dan nog eens evenveel kilometers te voet af te haspelen. Ik ben wel wat sportief maar tenslotte ook geen twintig meer.

Handige knooppuntenkaart

Handige knooppuntenkaart

Het is de vluchtroute van mijn grootvader Camille tijdens de Groote Oorlog, die ik stap. Eerder wandelde ik al van Wijtschate naar Dikkebusvijver, van Dikkebus naar de verdwenen herberg Den Ondank in Westouter, daarna een hele korte wandeling van Den Ondank naar herberg De Kroone in Westouter – ook al een niet meer bestaand café – en de vorige tocht bracht me van Westouter naar de Catsberg. In 1915, eerste jaarhelft, verbleef Camille in Noord-Frankrijk, tijd dus 100 jaar na deze feiten, voor een nieuwe etappe. Eindpunt was dit keer de boerderij in Steenvoorde, waar Camille met het gezin als vluchteling verbleef. Ik was eerder al op bezoek op die vierkanthoeve, bij Jeanne-Marie, maar had de weg er naar toe nog niet te voet afgelegd.

Uitstelgedrag
Normaal gezien beschrijf ik de etappe die ik heb gewandeld nog dezelfde week. Voor het eerst echter, kost het me moeite, want ik had een behoorlijk verlaten en onwennig gevoel tijdens de tocht. De etappe begon op de Catsberg met als eindbestemming dus Steenvoorde.

Muur abdij Catsberg richting Godewaersvelde

Muur abdij Catsberg richting Godewaersvelde

Het begon goed: ik daalde gezwind de helling af richting Godewaersvelde en volgde hierbij de hoge bakstenen muur van de abdij. De lentezon en het uitdagend voorjaarsgetjirp van de vogels, een prachtig panorama aan de andere kant van de weg, het zou een fijne wandeling worden. Waar de muur ophoudt, hoorde ik echter een storend geluid op de achtergrond, ik kon het niet toewijzen. Met de knooppuntenkaart in de hand, stapte ik aan een stevig tempo verder: ik wandel altijd ’s morgens vroeg en heel erg warm was het nog niet. Ik besloot de kortste weg te nemen, mijn grootvader – die op de vlucht was voor de oorlog – zal niet de tijd hebben gehad om de mooiste paden te nemen.

Op weg naar Steenvoorde

Op weg naar Steenvoorde

De stilte van Heuvelland gewoon
Het gebrom in de lucht zwol aan. Wat was dat toch? Ik ken Steenvoorde amper, we reden er al wel dikwijls voorbij met de auto. Plots wist ik het: de autoweg A25 dwarst Steenvoorde. Die autoweg maakt de verbinding tussen Duinkerke en Rijsel en zorgt er ongetwijfeld voor dat veel inwoners van Steenvoorde heel snel of vlot op het werk geraken. Maar wat een lawaaihinder wordt hierdoor veroorzaakt! Na het afdalen van de Catsberg, kom je terecht in een vrij vlak landschap, met weinig groen. Het lawaai strekt dan ook bijzonder ver. Desolate schoonheid was de term die bij me op kwam. Ik stapte Godewaersvelde binnen dat een Village patrimoine blijkt te 20150407_bord Godezijn, dit is een label gelijkaardig aan het Charmante dorp label in de Westhoek: http://www.frans-vlaanderen.be/village-patrimoine.
Het heeft inderdaad wel charme, het dorp. Een mooi marktplein, en bovenal: sporen van de tijd waarin het dorp behoorde tot Vlaanderen.

 

Potjesvlees bestellen in het Vlaams
Midden in het dorp kwam ik voorbij het eerste element dat me er op wees dat ik aan het stappen was door Frans-Vlaanderen:

Hoe zou men dit uitspreken als men franstalig is?

Hoe zou men dit uitspreken als men Franstalig is?

'potje vlisj' uitgesproken?

‘potje vlisj’?

een echte Vlaamsche beenhouwerie, met de klinkende naam In de Vetten Os. Gesloten weliswaar en niet omwille van de sluitingsdag. Iets verder kon ik helemaal niet meer om de Vlaamse roots van de streek heen. Een uitdagend bord in de vorm van een wapenschild vraagt om een gesprek: Hier spreekt men Vlaams. Zou ik aanbellen en de proef op de som nemen? Zo’n durver ben ik ook weer niet, dus het blijft bij deze foto:

Godewaersvelde, een minimale kennis van het Vlaams is al nodig om je eigen dorpsnaam te kunnen uitspreken.

Godewaersvelde, een minimale kennis van het Vlaams is al nodig om je eigen dorpsnaam te kunnen uitspreken.

Buiten de dorpskom van Godewaersvelde, overviel me een verlaten gevoel. Net goed, dacht ik: je wil perse de weg stappen die je grootvader als vluchteling voor de Groote Oorlog aflegde, zo voel je toch een heel (maar dan ook héél) klein beetje hoe het moet zijn geweest. Er was wat ochtendmist – of was het smog van de A25 – aan het sluimeren over de akkers en ik zag niet eens de kerk van Steenvoorde. De knooppuntenkaart had ik al lang weggeborgen, het netwerk op de kaart die ik heb, houdt op in Godewaersvelde.

Even het noorden kwijt

Even het noorden kwijt

Voor het vervolg van de weg had ik wel een print screen mee van het wegennet rond Steenvoorde en omgeving, zo onvoorbereid ga ik nu ook alweer niet op weg. Maar als je aan een kruispunt geen straatnaambordjes vindt, is het even gokken. Ik koos gelukkig de juiste richting (en reed eerlijk gezegd verkeerd bij het terugkeren met de fiets). Het probleem was dat ik over die A25 moest geraken. 20150407_TegelstraeteNiet elke landelijke weg laat dit toe. Ik kwam voorbij het Bois des religieuses – geen idee waarom dit bosje zo noemt – en zag wat verder opnieuw sporen van de Vlaamse periode. De TegelStraete.


Bij Jeanne-Marie
De boerderij waar Camille samen met zijn ouders een aantal weken verbleef in 1915, doemde op in de verte. Jeanne-Marie, huidige bewoonster van de boerderij, wachtte me op. Een paar uur voordien had ik in haar voorplekke mijn fiets geparkeerd. Jeanne-Marie – bijna negentig jaar – heeft de winter goed doorstaan. Ze heeft wat koud gehad vertelde ze, maar ze is niet ziek geweest, geen enkele keer. Enkel wat artritis. Van op de ‘stikn’ te werken, verklaarde ze me. Ze heeft pijn in haar rug, vertelt ze, maar ze buigt ondertussen als een knipmes om de kit kolen op te nemen waarmee ze de kachel aanvult.
Ze spreekt Frans uiteraard, maar doorspekt met Vlaams dialect. Ze spreekt ook van ‘le boer’ in plaats van het effectieve Franse woord voor boer te gebruiken. Nog een rasechte Frans-Vlaamse. Ik legde haar uit welke weg ik had gevolgd van de Catsberg naar Steenvoorde aan de hand van de foto’s op mijn smartphone. Bepaalde plaatsen herkent ze, maar de meeste niet, zelfs niet dichtbij haar woonst. Ik ben niet geboren en niet opgegroeid in Steenvoorde, vertelt ze, ik ben getrouwd en heb heel mijn leven hard gewerkt op de boerderij. Ver is ze nooit geweest, ze had zelfs geen fiets en een auto heeft haar echtgenoot nooit gewild. Ze lijkt dit allemaal niet erg te vinden, en is – voor zover ik haar ken – heel gelukkig in haar vrijheid op de boerderij. Ze is niet van plan ooit naar een bejaardentehuis te gaan. Bij het naar buiten gaan valt de pijl in het hoefijzer bij de deur me op, alsof de maker het symbool heeft willen benadrukken: hier moet je geluk brengen. Bijna negentig jaar en een hele winter niet ziek zijn, als dat geen geluk betekent?

20150407_hoefijzer